Op een da, lang geleden, hier ver vandaan, leefde een prins. De prins was prins omdat hij de zoon was van zijn vader, die toevallig koning was. Dat toeval werd mogelijk gemaakt, doordat de vader van die koning ook koning was geweest. In die tijd werd de tijd nogal horizontaal voorgesteld. De kroonopvolging daarentegen werd verticaal voorgesteld. Iets klopt hier niet, dacht de prins. De tijd gaat maar naar rechts, maar de kroonopvolging gaat naar beneden. Zou dit betekenen dat de kroonopvolging niet met de tijd meegaat, of betekent het dat de tijd niet met de kroonopvolging meegaat? Verward besloot hij het aan zijn vader te vragen. Toen zijn vader, een wijze maar eerzuchtige man, dit aanhoorde, begon hij eerst te lachen. Toch dacht hij er nog een keer over na. Woedend werd hij. Was na al die jaren dat hij regeerde, de tijd opstandig geworden? Was het zijn eigen leven gaan leiden? De tijd ging niet mee met de kroonopvolging. Als dat zo door ging, zou de tijd misschien wel de macht overnemen. Dat mocht niet gebeuren.

De volgende dag stond in de krant, dat vanaf deze dag de tijd afgeschaft was. Niemand en niets mocht meer iets met de tijd te maken hebben. De eerste protesten kwamen al snel. De eerste die zich melde bij de koning, was de baas van de krant. De krant heette De Tijd. Omdat de tijd niet meer bestond, had ook de krant geen bestaansrecht meer. De koning dacht even na. De wijze koning stelde voor om de krant een andere naam te geven. Na even overleggen en een doodsbedreiging kwamen de baas van de krant en de koning overeen, dat de krant vanaf nu De Koningsbode zou gaan heetten.

Ook de horlogemakers waren niet blij met de nieuwe regel. Wat moesten zij nu gaan doen? De koning dacht even na. Ineens snapte hij het. De horlogemakers waren slaven van de tijd. Zij waren de hulpjes van dit addergebroed. De koning beloofde dat het probleem opgelost zou worden. Van de horlogemakers is hierna niets meer vernomen. En niet alleen de horlogemakers, maar ook de klokkenluiders en alle hanen verdwenen op mysterieuze wijze.

In het begin moest het volk nog even wennen aan de nieuwe regel, maar naar een tijdje wist iedereen de nieuwe regel in zijn leven toe te passen. Er waren nog wel wat praktische problemen. Zo kwam niemand op tijd op een afspraak, en als het wel gebeurde, gebeurde dit geheel toevallig. Ook kwam niemand meer te laat. Met het afschaffen van de tijd, was ook te laat verdwenen. Uiteindelijk was de nieuwe regel zo goed geïntegreerd in het leven van het volk, dat niemand meer iets deed, omdat niemand wist wanneer ze iets moesten doen.

Niemand at, niemand werkte, niemand deed iets wat met tijd te maken had. Onder het volk heerste de grote vraag: Waar was u toen de tijd afgeschaft werd? Het leukste was natuurlijk dat iedereen dat dondersgoed wist, omdat iedereen op precies dezelfde plek was, waar hij was toen de tijd werd afgeschaft.

Uiteindelijk is een ondergronds verzet de strijd aangegaan, met de koning. Deze strijd werd vrij eenvoudig gewonnen. Het is, denk ik, wel duidelijk hoe dat kwam. De tijd werd weer ingevoerd en het volk kon zijn eerder geplande bezigheden weer uitvoeren. Toch hield de koning voet bij stuk. De rest van zijn leven heeft hij niets met tijd te maken gehad. Dit duurde twee dagen.


5 reacties

Emiliever · 2 december 2009 op 12:19

Leuk bedacht en ook leuk opgeschreven. Ik hoop dat ik de satire goed begrijp…ik wil nog wel eens te veel ‘tussen de regels door’ lezen! Waarschijnlijk was dat hier wel de bedoeling, toch?

pally · 2 december 2009 op 13:35

een erg origineel idee, dit sprookje, maar het blijft voor mij toch tamelijk diffuus, Hannes. Misschien ben ik niet snel genoeg van begrip.
Dit bijvoorbeeld leek mij onlogisch:
na[quote]…na een tijdje wist iedereen de nieuwe regel toe te passen ….[/quote]

‘Een tijdje’? Er was toch geen tijd meer?

groet van pally

DreamOn · 2 december 2009 op 15:29

Op een da…? :eh:
Geen tijd om het verhaal helemaal door te lezen! 😀

Shitonya · 2 december 2009 op 16:21

Verwarrend, maar redelijk amusant

KawaSutra · 3 december 2009 op 23:07

Ik heb de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt. 😀

Geef een antwoord