Ik sta voor het raam van een benedenwoning in een rustige straat. Door een kier in de zware gordijnen gluur ik naar binnen. Oma kan maar niet aan de luxe van elektrische verlichting wennen en is laat met het ontsteken van de lampen. Ze zit half in het donker gebogen over haar breiwerk. Een frêle vrouw in een donkerblauw schort waarin de welving van haar zwangerschap al zichtbaar is. En daar is mijn vader. Hij zit op het Perzische kleed voor de kolenkachel en zijn 12 jaar oudere zus stapelt onbewerkte houten blokken op elkaar, waar hij met een klein handje naar zwaait voor hij ze kraaiend van plezier omgooit.

Nog voor ik hem zie aankomen werpt het licht van de lantaarns de schaduw van opa tegen de gevels. Ik loop hem tegemoet. Een kleine gedrongen man, lange, donkere jas, grijze dophoed.
Scherpe kaken omlijsten een dunne snor, nu nog zwart, die zijn bovenlip volgens de mode van zijn tijd half bedekt. Als we elkaar op praatafstand genaderd zijn blijft hij staan en kijkt me achterdochtig aan.
‘Dag opa.’
‘Zo jongen, ben je daar, ik had je eerder verwacht, ik was al bang dat er later iemand zou gaan graven.’
Hij snuift en komt nog een stap dichterbij.
‘Ik moet het weten.’
‘En dan denk jij vanuit je 21 eeuwse paradijs over mij te kunnen oordelen?’
‘Misschien.’
Maar ken jij de stank van drek in een stromatras, de scheurende pijn van honger, de angst voor slaag, het openkrabben van bevroren grond, het geschreeuw van 11 kinderen in een koud hok. Armoe niks dan armoe en dat gaat mij niet overkomen. Daarvoor ga ik over alles en iedereen heen. Doe je best, maar je weet niks jongen je kent nog geen procent van het verhaal. En pas op want in mijn kop kun je verdwalen, ook later nog. En nu opgedonderd, uit de weg.’


16 reacties

Meralixe · 18 november 2014 op 10:21

Driehonderd woorden zijn niet veel om een boodschap te formuleren, ontstaan uit een grootvader-kleinzoon ontmoeting.

‘Armoe niks dan armoe en dat gaat mij niet overkomen.. Daarvoor ga ik over alles en iedereen heen.’

Ik probeer maar hier begrijp ik één en ander niet helemaal. Ik denk dat het iets te maken heeft met ‘Virtuosa Amaj7,’ misschien wel beter bekent bij mijn Noorderburen. ?:-)

Yfs · 18 november 2014 op 10:28

Ik was geneigd om eerst andere reacties af te wachten, om te controleren of ik het wel goed begrepen heb. Mijn begrip reikt me namelijk meerdere (indringende) interpretaties aan van deze column. Ongeacht welke interpretatie de juiste is, voel ik grote bewondering dat het met de beperking van 300 woorden is geschreven. :rose:

pally · 18 november 2014 op 11:10

Ik kan het niet helemaal volgen, Trawant. Ik vermoed een gesprek bij het graf van je al lang gestorven opa? Voor mij veel verkruimelde snippers uit het verleden die ik niet aan elkaar kan plakken, maar die mij wel intrigeren.

Mien · 18 november 2014 op 12:01

Een eigentijds bijbels verhaal. Gezien de titel. Wellicht een uitsnede uit een op handen zijnde boek. Bijzondere ontmoeting. Hoe dan ook. Met levensles voor wie het lezen wil. Intrigerend, zoals Pally al zei.

evil-ine · 18 november 2014 op 13:43

Prachtig en helder. Waar de ontmoeting precies vandaan komt maak ik niet op uit de tekst maar stoort mij niet. Origineel en mooi verwoord!

trawant · 18 november 2014 op 13:51

Eigenlijk te druk met van alles en nog wat … maar toch mee willen doen met die leuke uitdaging. ( en het commentaar!)
Ik dacht dit fragment uit mijn ‘boek’ in wording komt wel met het thema overeen.
Maar achteraf … als je de voor en de achterkant niet kan laten lezen wordt het wel een tikje mysterieus voor wie er zomaar invalt.
Leuk dat jullie toch reageren.

Pierken · 18 november 2014 op 14:49

Als je deze tekst nog verder comprimeert dan zou het wellicht een mooie blues kunnen worden. Amaj7, Dmaj7, etc. Beware, in my head you can get lost..♪♪
Maar in deze vorm vind ik het ook een goede middenweg voor de uitdaging, trawant. Overeenkomstige sfeer t.a.v. ‘Echte visser’.

Spencer · 18 november 2014 op 14:50

Beetje mysterie kan geen kwaad.

Blanchefort · 18 november 2014 op 15:47

Goed verhaal. En Amaj7 is altijd een mooi akkoord.
Daar kan niemand iets aan veranderen.

Dees · 18 november 2014 op 16:18

Ik vermoed dat je de geschiedenis wilt schrijven, de vele gaten opvult met je schrijversfantasie en je daar niet altijd even gemakkelijk bij voelt. Tot uiting gebracht door een van de hoofdpersonen, die je als bijna snotneus wegzet, je aanmatigendheid verwijt.

Dat lees ik iig.

Ik ben zelf ook wel eens aan het boeken schrijven geweest. Wat me opviel toen en me nu opvalt aan jou is een enorme toename aan bijvoeglijke naamwoorden. Niets mis mee, maar jij als grootmeester van het kleine hoeft niet perse weids om goed te schrijven.

Hetzelfde gevoel krijg ik van de titel.

Mijn mening.

troubadour · 18 november 2014 op 18:08

Sorry trawant, ik ben er niet in verdronken.

Ferrara · 19 november 2014 op 00:09

Je eigen reactie verklaart een en ander. Ik voelde enige dreiging van Opa uitgaan, maar toch wil hij dat jij de familiegeschiedenis schrijft, heb ik dat goed begrepen?

trawant · 19 november 2014 op 00:18

:yes:

Nachtzuster · 19 november 2014 op 00:20

Het mysterie in dit verhaal spreekt mij juist erg aan. Laat de lezer zelf maar het een en ander invullen. Bijzondere ‘ontmoeting’ tussen kleinzoon en opa. :yes:

arta · 22 november 2014 op 16:29

Intrigerend, dat was ook mijn rode-draad-woord. En ne… Die titel, hé, daarmee laat je schrijvers ontwaken. 😉

Geef een reactie

Avatar plaatshouder