1. Het Hoofd
Soms als hij zonder te bewegen doodstil in bed ligt wordt Eddie opgeblazen. Zijn adem stokt, zijn hoofd is een ballon, zo groot dat hij er helemaal in verdwijnt.
Dan wordt hij zelf de ballon, en vult hij zijn kamer, groter en nóg groter.
Met zijn denkstem schreeuwt hij dan zo hard NEE dat het woord in dikke zwarte letters door zijn hoofd buitelt. Het houdt pas op als hij met zijn armen zwaait of onder de dekens met zijn benen schopt. Met het opgevouwen briefje in zijn hand loopt Eddie door de hoge gangen van het oude gebouw met links en rechts de lange rijen kapstokhaken en het glimmende glazuur van de bruine tegels op de muren. Zijn stappen echoën voor hem uit over de stenen tegels.
Het ongemakkelijke gevoel dat in zijn buik kriebelt wordt erger als hij de zware met ijzer beslagen deur van het hoofdgebouw achter zich dicht trekt en over de vier granieten treden naar het schoolplein loopt. Aan de overkant staat de nieuwbouw, nog niet de helft in hoogte vergeleken met het imponerende kasteel dat hij achter zich laat.
Toen hij nog in de eerste klas zat heeft Eddie de ijzeren sloopbal loom door de lucht zien zwaaien om met een doffe plof tegen het donkere baksteen van het oude broederhuis te slaan. Waar je een harde knal verwachtte kwam het geweld niet verder dan een zachte duw. Afgeremd door muren die als witgepleisterde brokken in een grijze stofwolk te pletter sloegen. Plotseling resten van kamers onthullend. Slierten wapperend behang, tengel dat als een rietkraag afstak tegen de wolken en wastafels die wiebelend als een dode witte vogels aan kromgetrokken leidingen hingen..
Het had hem opgewonden alsof hij iets of iemand pijn ging doen en daardoorheen prikte scherp een nieuw besef dat wat voorbij is nooit meer terugkomt, maar ook de gedachte dat hij dat nog niet had mogen weten.
Eddie holt met zijn hoofd omlaag naar de overkant van het plein. Een harde wind jaagt bladeren van de kastanjeboom uit de broedertuin langs zijn voeten. De rode en witte tegels schieten voorbij. Hij voelt de huid op zijn kuiten samentrekken van de kou.
Hij stopt het briefje voor het hoofd in zijn broekzak als hij met twee handen de metalen klink van de dubbele deur naar beneden drukt. Met zijn schouder zet hij kracht om de deur door de weerstand van de dranger heen te duwen. Dan staat hij op de zwarte rubberen inloopmat.
Er doorheen ziet hij het lichtblauwe linoleum met de kleine witte adertjes.
Achter hem valt de deur in het slot. Eddie doet twee stappen naar voren.
In de stille hal ruikt het net als in het hoofdgebouw naar zweet en kaplaarzen,.
Links en rechts zijn de deuren van de 5e en 6e klas, voor hem de trap naar de verdieping waar broeder Eric zit met de jongens die aan het eind van het schooljaar naar de HBS en het Gymnasium gaan.
In de hoek de deur naar de kelder waar het oud papier en de zilveren doppen van de schoolmelkflesjes voor de missie worden opgeslagen.
Hij aarzelt, er is nog niets gebeurd. Hij kan nog weg. De deur uit, het schoolplein af,alsof hij ziek naar huis gaat. Langs de fietsenstalling, rechts de steeg in en dan zonlicht, de geluiden van de stad, de winkels, de geur van de koffiebranderij, de zijstraten, andere mensen.
Of zal hij langer blijven staan in dit stukje van de tijd dat nog even helemaal van hem is, waarin niets beweegt en niemand hem kan zien.
Eddie haalt het briefje tevoorschijn. Het is een in vieren gevouwen geel tekenblaadje.
‘Anteus’ staat er in zwarte blokletters. Hij vouwt het gedachteloos open.
Er staan maar een paar woorden op, ditmaal in mooi schuinschrift zoals hij dat nog steeds aan het leren is met de schuine lijnenkaart onder de dunne bladzijden van zijn schrijfschrift.
‘Hier is hij, op verzoek, gr B.”
Eddie kijkt heel even naar de letters en vouwt het briefje dan weer voorzichtig langs de randen dicht .
Hij kan het onder de deur door schuiven of snel naar binnen lopen, het aan de eerste de beste leerling geven, ‘dag broeder’ roepen en dan zo hard hij kan terug rennen naar de overkant.
“Afgeven en graag antwoord terug”, had broeder Bernhard hem met een ernstig gezicht opgedragen.
Eddie klopt twee keer op de deur van de 6e klas en gaat naar binnen.
35 jongenshoofden draaien zich als op bevel in zijn richting.
Hij probeert niemand aan te kijken en kiest het middenpad tussen de banken.
Voor in de klas zit broeder Anteus op een plateau, voorovergebogen achter zijn tafel.
Als Eddie half de klas door is kijkt het Hoofd verstoord op.
Dan verschijnt een gespeeld verraste grimas op zijn gezicht en komt zijn bovenlichaam met een ruk overeind.
“Ahhh.. AAHDIE,..mijn lieveling kom hier”

6 reacties
Avalanche · 10 maart 2010 op 15:21
Even voelde ik me Eddie. Liep ik over dat plein, over de inloopmat. Wat heb je dat goed gedaan! :wave:
pally · 10 maart 2010 op 15:38
Mooi eerste deel van een verhaal, Trawant.
Draagt belofte in zich en roept vragen op. Zou deze jongen naar Gym of HBS moeten en is hij bang zijn vertrouwde kinderwereld voor altijd te verlaten? Met als metafoor het gesloopte gebouw?
Of dreigt er iets als misbruik conform de actualiteit?
ik kijk uit naar het volgende deel,
groet van Pally
HKVH · 10 maart 2010 op 17:22
:wave: Mooi geschreven, werd helemaal mee genomen. Actueel stuk? Kijk in iedergeval uit naar het volgende deel
SIMBA · 10 maart 2010 op 18:31
Om voor een volle klas “lieveling” genoemd te worden…jeetje wat vreselijk!
Mooi neergezet!!
LouisP · 10 maart 2010 op 19:47
Trawant,
zo subtiel geschreven…bedreigend…knap!
gr.
Louis
lisa-marie · 10 maart 2010 op 22:00
ik kon mij er helemaal in voelen. Het is subtiel en tegelijkertijd ook weer niet.
Kijk al uit naar het volgende deel omdat ik wil weten welke kant het op gaat en welke gedachte er achter zit.