Langzaam, heel langzaam voel je de dekens van je af glijden. Ergens in de verte merk je het maar je kunt niet reageren. Moeizaam wil je terug keren uit je diepe slaap. Je wilt de dekens pakken en ze terugtrekken maar je armen gehoorzamen niet. Je hebt het idee dat er iemand naast je bed staat, iemand die de dekens van jou wegtrekt. Vechtend hiertegen probeer je in beweging te komen maar alles is verlamd, je lichaam registreert wel maar je krijgt het niet in beweging. Schreeuwen wil je, slaan met je armen of schoppen maar je ledematen geven geen gehoor aan je gedachten. Traag gaan je ogen open, je ziet de contouren van de gordijnen. Het gevoel van ‘dat-iemand-naast-je-bed-staat’ blijft. Dan kun jij je ineens wel bewegen en je slaat om je heen, je schopt, je schreeuwt; je zit rechtop en kijk slaperig om je heen. Er is niets, alleen stilte en donker; de nacht regeert.

Je bent drijfnat van het zweet. Je gaat je bed uit en droogt je af. Je loopt naar de koelkast en neemt een paar slokken melk. Tien over drie is het, in de nacht. Bloot sta je voor het raam en je kijkt naar de sterrenhemel. Een dunne sikkel van de maan is aan de horizon zichtbaar, en enkele onbekende sterrengroepen. Alle buren liggen op bed, te oordelen naar dat er nergens licht brandt.

Er loopt een rilling door je heen, is dat de afkoeling of ……? Je gaat je bed weer in; het voelt nog warm aan. Je trekt de dekens tot aan je oren over je heen en drukt je gezicht in het kussen. De slaap overmant je en je bent weer terug in dromenland.

Weer merk je dat de dekens van je worden weggetrokken. Je wilt de dekens pakken maar het lukt je weer niet. Na enkele pogingen sla je eindelijk je armen uit om de dekens te pakken maar die blijken tot aan je oren over je heen te liggen. Waarom dan dat gevoel? Waarom heb je het dan koud? Waarom dan die rillingen?

De wekker ratelt, je tikt hem af en valt terug in slaap. Tien minuten later loopt de wekker weer af. Kwart voor zeven is het en je moet er nodig uit. Scheren, douchen, eten en naar je werk. Slaperig en doodmoe sta je voor de spiegel en je vraagt je af wat er zich de afgelopen nacht heeft afgespeeld.

Vreemd, maar je herinnert je er niets van. Later op de dag ja, dan komt het beeld langzaam terug. De droom leek zo echt, maar waarom? Waardoor droom je zulke dromen? Waarom is het ongrijpbaar? Staat er wel iemand naast je bed? Wie zou dat moeten zijn? Waarom?
Vragen, vragen, en ze blijven onbeantwoord zoals ook die dromen ongrijpbaar blijven.

Waarom ben je zo bijterig, zo kort aangebonden, vraagt je omgeving. Als je het wist dan nog zou je het niet vertellen, want wie zou zoiets serieus nemen?
Alleen jij hebt hier last van, toch?

Categorieën: Verhalen

4 reacties

arta · 24 april 2008 op 19:50

Deze vind ik erg mooi:[quote]Er is niets, alleen stilte en donker; de nacht regeert.[/quote]

Enne… Volgens mij ben je niet de enige, hoor!

Mooi geschreven!
🙂

Mosje · 24 april 2008 op 21:56

Van de week had ik weer eens zo’n droom waarbij ik net te vroeg wakker werd. Tja Prezwalsky, het is me wat.

lisa-marie · 24 april 2008 op 23:25

Heel herkenbaar en met plezier gelezen. 😀

pally · 25 april 2008 op 16:38

Erg mooi geschreven Prlwt. Jammer alleen dat je niet de ik-vorm hebt gebruikt, maar het meer afstandelijke ‘je’.

groet van Pally

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder