[i]Er was eens een jonge prins die, binnen de muren van het paleis, met discipline werd onderricht in de eeuwenoude en bewezen normen en waarden. Om hem later, als hij volwassen zou zijn, in staat te stellen rechtschapen zijn eigen koninkrijk te leiden.[/i] [i]Op zijn achttiende levensjaar waren de beschermende muren van het paleis te klein voor hem en was zijn tijd daar, kennis te nemen van de grote buitenwereld, alwaar hij nog veel te leren had. De constante verandering was hem niet gewoon binnen de stabiele vesting van zijn vertrouwde omgeving. Veelal handelend vanuit de meest goede intenties kon hij daarbij fouten maken die soms ook leidden tot zeer hachelijke situaties. Ondanks de vele, harde leringen op zijn pad wist hij zelfstandig zijn hoofd boven water te houden en kreeg hij, mede dankzij zijn bagage, voldoende waardigheid zijn lot met eer en trots te dragen.[/i]

[i]Lange tijd waren zijn dwalingen talrijk maar zijn lessen leerzaam. Tot de dag waarop hij zijn prinses ontmoette die balans wist te brengen in zijn onstuimige escapades. Voor elkaar geschapen. Zij, spontaan, zorgzaam met veel liefde en hoop. Hij respectvol, oprecht en zelfverzekerd. Perfecte peilers om in alle vertrouwen aan een eigen koninkrijk te bouwen. Voorbestemd om, in welvaart en voorspoed, uit te groeien tot een Utopia ver voorbij ieders voorstellingsvermogen.[/i]

[i]Het prille geluk van deze nieuwe symbiose zou groots gevierd moeten worden. Van heinde en verre werd het volk samengeroepen om aan hen de vreugdevolle boodschap van het aanstaande huwelijk te verkondigen. Om middernacht vóór de dag dat de zon zijn hoogste stand aannam, zou midden op ‘s lands diepste meer de verbintenis van eeuwige trouw worden bezegeld.[/i]

[i]Gedurende de plechtigheid was de surrealistische ambiance bijna tastbaar. De peilloze diepte van het meer, kleurde het water inktzwart. Met de maan, als een dreigende sikkel gereflecteerd op het rimpelloze wateroppervlak, in de duisternis van de midzomernacht. Als vanuit het niets werd deze reflectie ruw verstoord toen er plotsklaps een reusachtig monster rees vanuit het water. Met vlammende ogen keek het het aanstaande echtpaar aan alsof het daarmee zijn afkeur wilde uitspreken over deze verbintenis. Met een oorverdovend, donderend geweld sperde het beest zijn demonische muil open en braakte het een stortvloed van slangen, hagedissen en kikkers over hen uit waaronder ze verstikkend bedolven werden.[/i]

Klam van het koude zweet schrok de prinses wakker uit haar onrustige slaap. Was dit alles maar een droom? Maar opeens zag ze in de uiterste hoek van haar blikveld nog net iets ontglippen. Nieuwsgierig stapte ze uit haar hemelbed, om te kijken wat dit nu was. Gevangen in de hoek zag zij daar een kikker zitten die haar met grote, angstige ogen aankeek. Liefkozend pakte ze het groene amfibie op om het teder te kussen. In de hoop dat het haar prins zou zijn waarmee ze lang en gelukkig kon leven.

Categorieën: Verhalen

12 reacties

Mosje · 9 mei 2005 op 19:19

Hier komt de aap uit de mouw King. Jij bent dus een kikker, en hoopt door een prinses gekust te worden.
Wordt lang wachten jong, ik ben al jaren een straathond, geen prinses die me ziet staan……

Dees · 9 mei 2005 op 20:32

[quote]Gevangen in de hoek zag zij daar een kikker zitten die haar met grote, angstige ogen aankeek. Liefkozend pakte ze het groene amfibie op om het teder te kussen.[/quote]

Komt daar de term ‘groentje’ vandaan 😕

Niet verkeerd opvatten hoor, maar soms denk ik dat je stijl beter past bij verhalen dan bij columns.. In ieder geval past het bij dit sprookje.

Wright · 9 mei 2005 op 22:33

[quote]Gedurende de plechtigheid was de surrealistische ambiance bijna tastbaar. De peilloze diepte van het meer, kleurde het water inktzwart. Met de maan, als een dreigende sikkel gereflecteerd op het rimpelloze wateroppervlak, in de duisternis van de midzomernacht.[/quote]

Ik denk dat Dees gelijk heeft, niet direct een column maar wat een prachtige, meeslepende zinnen kent dit sprookje.
Als klein meisje las ik alle sprookjes die maar in de bieb te krijgen waren.
Nu zoek ik het meer in fantasy, met als grote favoriet J Vance.
Merk nu dat ik nog net zo kan wegdromen in dit sprookje als toen.
Echt héél mooi, KingArthur!

KawaSutra · 10 mei 2005 op 00:08

Inderdaad heel mooie zinnen, en een verassend einde. King, je doet je naam eer aan!

Louise · 10 mei 2005 op 12:13

Inderdaad, een echt sprookje met alles erop en eraan. Woordgebruik, ritme van de zinnen en ook de vertellende afstandelijkheid…

Troy · 10 mei 2005 op 13:48

Sprookjesvertellers kunnen er nooit genoeg zijn! Mooi gedaan 🙂

Mup · 10 mei 2005 op 17:09

Ik hoop dat dit een vervolgverhaal is, King. Anders heb ik waarschijnlijk jouw evt. onderliggende gedachte voor/bij dit verhaal gemist. Mocht er een vervolg komen, ga ik het zeker lezen!

Groet Mup.

KingArthur · 10 mei 2005 op 17:37

Dank jullie voor de reacties, tik ik snotverkouden vanaf mijn ziekbed.

@ Mosje: Kwaak 😀
@ Dees: Absoluut niet verkeerd begrepen enkel een bevestiging van een eigen vermoeden
@ Louise: Alleen de vertelling is afstandelijk dit is slechts een (zoveelste) metafoor van mijn eigen ervaring

Ma3anne · 10 mei 2005 op 20:54

Lang, lang geleden zei ik je al eens, dat je volgens mij een goed verteller bent. Was je het niet mee eens toen, maar denk er nog eens over na. 🙂

Raindog · 10 mei 2005 op 22:18

[quote]Lang, lang geleden zei ik je al eens, dat je volgens mij een goed verteller bent. Was je het niet mee eens toen, maar denk er nog eens over na.[/quote]

Het is zinloos dat te ontkennen Arthur.
Bij Dees’ opmerking deed je dat ook niet immers.

😉

pepe · 11 mei 2005 op 07:49

Heerlijk dit kikkerverhaal, om bij weg te dromen. 😀

ignatius · 11 mei 2005 op 22:40

Maar..leefden ze nu nog lang en gelukkig of niet?

Geef een antwoord