Ik zie het duidelijk, hij zit zich te verbijten op de bank. Hij zegt niets, vreet zich op, stoort zich enorm, maar houdt zich in. Hoe lang zal hij dit volhouden? Lang genoeg? Tot ze weg zijn? Ik hoop het maar.
Het is wel mijn moeder, waar hij zich zo aan stoort. Ik weet dat ze soms het bloed onder je nagels vandaan kan halen, maar toch. Hij noemt haar vaak het prototype van de boze schoonmoeder, maar alleen als ze er niet bij is.
Ik kijk naar mijn vader, hij ziet het ook. Ik zie dat hij probeert mijn moeder tot rust te manen, om de confrontatie te voorkomen. Ik zie ook dat zij zich alleen maar verder opwindt. Hoe lang kan dit goed gaan?

‘Pap, wil je nog een glaasje cola, of gaan jullie zo naar huis,’ vraag ik diplomatiek.
Pap begrijpt de hint. ‘Ik hoef niet meer, lieverd, we gaan zo weg.’
Ondertussen gaat mijn moeder ongestoord verder: ‘En nu heeft ze weer nieuwe lampjes gekocht voor buiten. Echt vreselijk. Het knippert nog niet, maar het zou me niet verbazen als dat nog wel gaat gebeuren. Ze houdt helemaal geen rekening met anderen. Die kerstverlichting buiten is echt vreselijk, de buurt gaat er enorm door achteruit. Ik hoop maar dat ze die niet tot de zomer laat hangen. Dat zie je in sommige achterbuurten wel eens. En een energie dat die lampjes verbruiken. Dan rijdt ze in een stekkerauto, maar …’
‘Schat, drink je wijntje even op,’ onderbreekt mijn vader haar, ‘ik wil zo weg. Het wordt al zo vroeg donker en je weet dat ik er een hekel aan heb om in het donker te rijden.’
‘Oh, ja, het is al bijna donker.’

In drie grote slokken drinkt ze haar glas leeg. Ik houd me in en lach niet hardop. Mijn vader heeft de jassen al opgehaald.

‘Dag lieverd, het was weer gezellig. Tot snel,’ zegt mijn vader.
‘Ja, tot snel. Jullie komen Eerste Kerstdag toch bij ons eten?’ vraagt mijn moeder.
Ik zie mijn lief angstig kijken. Hij gaat dit niet een heel kerstdiner volhouden.
‘Nee, mam, dat zit er dit jaar echt niet in. We gaan dit jaar naar Pieters ouders en op Tweede Kerstdag moet ik werken.’
‘Ach, wat jammer nou.’
‘Het is niet anders,’ besluit mijn vader het gesprek.

Als de deur achter hun dichtvalt, hoor ik achter me een diepe zucht. Ik draai me om en glimlach krampachtig. Het is dit keer weer goed gegaan.


Lianne

Ik ben een enthousiast schrijfster van fictie. Voel me nog beginnend, schrijf korte verhalen in allerlei genres, maar altijd met aandacht voor de mens achter het verhaal. liannehartman.wordpress.com

8 reacties

troubadour · 15 december 2015 op 07:48

Welk een sombere stemming voel ik als een grauwe deken over me heen vallen. In zo’n situatie waarbij iedereen op eieren loopt en zenuwen tot het uiterste zijn gespannen. Je zult zo’n man hebben, die het niet op kan brengen om een beetje fatsoenlijk met zijn schoonmoeder om te gaan. Pffffft, goed beschreven Lianne.

    Lianne · 15 december 2015 op 14:52

    Ik zag die grauwe deken niet, ik voelde de zucht van verlichting. 🙂
    Mijn eigen schoonmoeder is heel lief, die zit tot mijn grote vreugde weer bij ons aan het kerstdiner.

Meralixe · 15 december 2015 op 08:11

Mooie aanloop voor de feestdagen. Wat zal het er de komende dagen her en der weer gezellig aan toe gaan.
Stekkerauto, nieuw woord?
Ik denk dat je me op weg gezet hebt om een soortgelijk persoontje in een column neer te zetten. Mijn titel is er al: De pekelteef.

Channe · 15 december 2015 op 15:20

Oef.. herkenbaar dit.
Wel fijn dat moeders zich er meteen bij neerlegt als je verteld dat je kerst bij je schoonouders viert. Bij mij is dat elk jaar weer een getouwtrek. Blehg!

Leuk stukje! Fijn te lezen!

Mosje · 15 december 2015 op 18:38

Zowel mijn ouders als mijn schoonouders leven niet meer. Twee dagen per jaar is dat een hele opluchting

arta · 16 december 2015 op 21:20

Bij deze was ik dus stomverbaasd toen ik de rubriek ‘fictie’ zag staan.
Wat schrijf jij goed, Lianne!

Geef een reactie

Avatar plaatshouder