Elke gebruikte zin moet voldoen aan een door mij opgelegde vereiste. Ze moet elf woorden tellen, of ze bestaat uit 1 woord. Mijn moeder spreekt in dertienwoordige zinnen, daarom spreken we langs elkaar. soms krijg ik fantoompijn van de lege gaten in onze communicatie. Mijn vader bijt elk woord af en vormt zo eenwoordige zinnen. Hij denkt dat hij bedachtzamer overkomt als hij telkens even pauzeert. Ik laat hem in de waan, zo versta ik hem beter. Hij is het enige ankerpunt dat ik heb in de wereld. Hij is de enige waarvan ik altijd versta wat hij zegt. Pape is de grootste leverancier van de woorden in mijn collectie. Hij is het enige contact dat ik heb met de wervelstorm. Hij raast maar mee rond, en praat de hele dag door. Maar elke avond zit hij weer in de zetel en vertelt. Hij vertelt mij over zijn dag daarbuiten, in de wervelstorm. Soms zeg ik elf woorden terug en glunder ik naar hem. Hij zwijgt dan even om mijn moment van welbespraaktheid te overdenken. Ondertussen puzzel ik stil verder met de woorden van die dag.

Op school begrijp ik niet veel van wat er gezegd word. Ik moet altijd een tijdje nadenken voor ik een zin zeg. Bij de andere kinderen komen de woorden moeiteloos over hun lippen. Zij zeggen dan ook bijna nooit een voor mij begrijpbare zin. De leerkrachten wisten vaak niet wat gedaan met mijn blanco toetsen. Op een dag riep de directrice mijn ouders in haar kantoor. Wat ze zeiden weet ik niet, maar ik verhuisde van klas. Papa zei dat ik die kinderen zou kunnen verstaan, hij loog.

Toch hoorde ik af en toe een woord of een zin. Zo groeide mijn collectie woorden gestaag, ze groeide mijn hoofd uit. Ik schreef mijn verzameling woorden op de muren van mijn kamertje. Mijn moeder kwam regelmatig kijken en probeerde mijn muren te lezen. Mama begreep misschien toch wel iets van mijn collage van woorden. Want de volgende dag lag er een woordenboek op mijn kamer.

En opeens was er een explosie van woorden in mijn hoofd. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt, de grote verscheidenheid, de kleuren.

De zinnen werden te gemakkelijk gevormd, mijn puzzels moesten ingewikkelder worden. mijn stem werd een normale klank thuis, ik miste de verwondering.

Iedereen bleef mij om een verklaring vragen, ik had geen antwoord. De woorden faalden, ik werd misbegrepen, de zinnen waren niet genoeg…
Ze waren te veel, dit is het laatste, ik hou op.
de woorden zijn te vaak gerecycleerd, vanaf nu mogen ze verrotten.

deze tekst heb ik vorig jaar geschreven voor de kunstbende, en nu hergeschreven voor columnx (ik heb de oude versie niet echt bij de hand) misschien hoort het hier niet echt thuis. Maar ik hoop toch dat je ervan geniet.

Categorieën: Verhalen

4 reacties

viking · 2 december 2003 op 14:17

wow Eveltje, je bent misschien geen lul-ijzer maar welbespraakt ben je wel!

deZwarteRidder · 2 december 2003 op 15:07

Hahaha grappig zeg.. heb her en der zitten tellen en eerlijk gezegd schoot het lezen er een beetje bij in… maar zelfs lezend achteraf en tellend bleef het kloppen en vlogen de elftallen over het papier..
Knappe column..ga zo door.
Rich@Rd 😀

Yoyogro · 2 december 2003 op 19:26

Leuk gegeven! Maar het laat wel zien dat afwisseling van lange en korte zinnen het lezen aangenamer kan maken. Want jouw 11-melodie is wat eentonig. Dan heb ik het niet over de inhoud, maar over het ritme van de taal. De inhoud is OK!

🙂

pepe · 3 december 2003 op 13:11

Door al het getel, moest ik wel twee keer lezen… maar hij is wel grappig Eveltje

Geef een antwoord