Op de deurmat vind ik een blauwe brief van de georganiseerde misdaad oftewel een belastingaanslag. Lekker om je dag mee te beginnen. Een voordeel heb ik wel, Jansen, fractievoorzitter van een lokale politiek partij heeft mij voor een diner uitgenodigd. Niet bij hem thuis want dan krijgt hij ruzie met zijn vrouw met wie ik diverse aanvaringen heb gehad.

Ik haal hem thuis op met mijn auto. Zelf wil hij niet rijden omdat er nog gedronken moet worden.Vraag me af of hij verwacht dat ik dan aan de melk ga. Dat kan hij vergeten.

Voor de deur staat zijn vrouw een deurmat uit te kloppen en weer valt me de gelijkenis tussen die twee op.Het enige verschil is, dat de deurmat flexibel heen en weer beweegt terwijl Janssens vrouw zich schokkerig beweegt. Ik draai mijn raampje open en zeg haar gedag. Zij trekt haar neus op en dat komt natuurlijk van de stof.
“Personeel een vrije dag?”, vraag ik hoffelijk als altijd.
“Hoe bedoel je?”, bijt zij mij bits toe.
‘Nou, omdat uzelf met die mat in de weer bent’, antwoord ik.
‘Mag ik u als doorgewinterde mattenklopper een advies geven?’
Ze trekt haar neus nog hoger op.
“Zal me het adviesje wel weer zijn”, zegt ze. ‘Ik ken jouw adviesjes onderhand wel een beetje”
Dus ga ik onverstoorbaar verder:
“Ik adviseer u om met de wind mee te kloppen. Als u zoals nu tegen de wind in klopt, dan stuift alle stof weer in de mat of uw huis binnen. Dat heb je ook met tegen de wind in behangen. Je gelooft het niet, maar er zijn nog steeds mensen die dat doen”.

Ze wordt knalrood, met van die paarse vlekjes in haar hals maar gelukkig komt haar echtgenoot, de charismatische politicus Jansen, naar buiten en stapt bij mij in de auto.

Hij zegt zijn vrouw niet eens gedag. ‘Zeg je je vrouw niet gedag?”, vraag ik daarom, terwijl ik wegrijd. “Vrouw?, welke vrouw?”, vraagt hij. Ik zie alleen een deurmat in de wind wapperen” Jansen heeft humor.Dat mag ik wel. Ook al is hij politicus.

Dan draait hij zich om naar de achterbank. “Ik zie dat je dat klotebeest hebt thuisgelaten”, mompelt hij. Hij doelt op mijn hond pitbull waar hij doodsbang voor is. Als antwoord klink er een licht gegrom van pitbull die niet op de achterbank ligt maar tussen achter- en voorbank in.

Jansen verbleekt en wil uit de rijdende auto stappen maar ik wijs hem op de vervelende consequenties van zo’n sprong, voor de aanstaande verkiezingen.’Doe het niet Jansen, zeg ik. Dat gaat je kiezers kosten.Bovendien heeft pitbull net gegeten. Die hoor je voorlopig niet meer. Zodra wij voor het restaurant stoppen springt Jansen de auto uit en beent met grote stappen naar binnen. Langzaam slenter ik erachteraan.
Jansen bestelt een biertje en ik een dubbele Wodka. Jansen vraagt hoe dat straks moet met rijden.
’Geen idee”, antwoord ik. ‘Daar denk ik nu nog niet over na. Zal wel een taxi worden op jouw rekening. Mag jij voorin zitten, naast de chauffeur. Met pitbull op schoot.”
Jansen verslikt zich en bekijkt het menu. Ik ook. Er is nogal wat keuze. Op de huid gebakken snoekbaarsfilet met een saus van rivierkreeftjes, bijvoorbeeld. Of gerookte eendenborst met eendeleverkrullen. Over de rest wil ik het niet eens hebben. De ober vraagt of wij al een keuze hebben gemaakt en Jansen bestelt “In tempura gebakken zeeduivel”.
“Doe mij maar een omelet”, zeg ik. Met wat hier op de kaart staat kan ik niet uit de voeten. Ik ben geen aaseter”. Jansen kucht beschaamt en de ober verslikt zich bijna. Maar hij noteert de bestelling en loopt weg.
“Wat ben jij toch ook een lulhannes, om met je vriend Ab te spreken, zegt hij hoofdschuddend. Kun jij je nu nooit normaal gedragen.?”
“O”, reageer ik. Wat jij doet is wel normaal. Kannibalisme vind jij gewoon? Je gooit toch ook geen hond of een kat in een magnetron? Of is dat bij jouw thuis de gebruikelijke gang van zaken? “
Even later zie ik tot mijn schrik, mijn vriend Ab’s moeder het restaurant in strompelen. Ze woont in een bejaardenhuis en is daar kennelijk ontsnapt want ze heeft noch jas noch schoenen aan. Ze is redelijk dement maar toch herkent ze me.”Hee,Kees”, schreeuwt ze blij.

“Wat ben jij bruin, jongen. Eet je wel goed?” Ik zie het verband niet helemaal maar ik groet haar terug en schuif een stoel aan.
“Wat wil je eten, Petra?”, vraag ik terwijl Jansen afkeurende boergeluidjes produceert.
”Moet dit nou?”, vraagt hij benauwd.
‘Tuurlijk”, zeg ik. “Stel je de foto met onderschrift op de voorpagina van de krant eens voor: ”FRACTIEVOORZITTER JANSEN HELPT DAKLOZE AAN EEN ETENTJE. OP ZIJN LINKERWANG BIGGELT EEN SOCIALE TRAAN”
‘Scheelt minstens een stem of drieduizend, Jansen.” Hij denkt even na en gaat dan serieus met zijn mobieltje de plaatselijke krant bellen. Intussen komt mijn vriend Ab het restaurant binnenstormen met een stuk of zes andere halfprimaten uit zijn sportschool. Blijken al een uur naar Ab’s moeder te hebben gezocht. Ze komen allemaal om de tafel zitten. Daarna komt er een oude lokale muzikant binnen die vroeger landelijke bekendheid genoot maar sinds kort in de zorgsector is beland.Al moet ik er bij zeggen dat hij uitsluitend zijn lever verzorgd die aan een chronische aandoening lijdt.. Ook hij neemt bij ons plaats, vijf minuten later gevolgd door een fotograaf van de lokale krant. De eigenaren van het , bijna éénsterrenrestaurant, staan er wat bleekjes bij. Andere gasten rekenen snel af.
Snel neem ik de fotograaf apart. “Ik geef je even, namens Jansen, de tekst bij je foto’, zeg ik.

Dit wordt het: “FRACTIEVOORZITTER JANSEN OVERLEGT MET TOPCRIMINELEN OVER LEGAAL MAKEN VAN DOPINGGEBRUIK IN SPORTSCHOOL”
De fotograaf noteert enthousiast, maakt een foto van onze groep en verdwijnt als een haas.
“Wat zei je nou tegen die fotograaf?”, vraagt Jansen later. “Och, niets bijzonders. Ik stelde een leuk onderschrift bij de foto voor: “Fractievoorzitter Jansen bewijst sociaal karakter door minderbedeelden een etentje aan te bieden”

Jansen glimt en bijt gretig in een bosje sperciebonen die bijeengebonden zijn door een stuk kringspier van een Boliviaanse bergkrokodil. Ziet er ranzig uit.

Morgen komt de krant uit en ik bestel nog maar een omeletje en een glas Wodka. Voorlopig zal het er wel niet van komen. In ieder geval niet samen met Jansen….


4 reacties

gast · 8 januari 2003 op 12:55

Beste Kees,
Je wordt weer bedankt voor je weergaloze humor.
Gelukkig heb ik eerst inzage bij de krant gevraagd alvorens ze de foto plaatsten.
Daarom heb ik het ergste weten te voorkomen.
Je begrijpt natuurlijk wel dat ik het hier niet bij laat zitten. Vanaf heden zul je iedere minuut van de dag, en in jouw specifieke geval, van de nacht, over je schouder moeten kijken.
Met de meeste hoogachting,

Drs.J.L.W. Jansen

Kees Schilder · 8 januari 2003 op 22:13

Buitengewoon verachte drs jansen,
Eigenlijk zou ik de moeite niet moeten nemen te reageren op uw tamelijk agressieve benadering.
Doet u dat ook in de politiek? Of was u (wederom) onder invloed van de Wodka?
Even voor de goede orde: mocht u de illusie hebben mij iets te kunnen flikken dan zeg ik slechts een woord: “PITBULL”
Kunt u het volgen?
Kees schilder

Kees Schilder · 8 januari 2003 op 22:16

En o ja. Vergeet je voeten niet te vegen als je thuis komt.Je hebt niet voor niets een deurmat.
kees 😀 😕

ReadMe · 13 januari 2005 op 14:32

Prachtige column!! 😮

Mien · 1 april 2009 op 12:45

… en ook niet met zwarte schoenen of een strik in zijn haar … :hammer:

Geef een reactie