Bij het woord ‘boekenbal’ denk ik aan Assepoester op die avond bij de prins, met haar door een fee gemaakte outfit. Wat moet het daar druk geweest zijn! En aan ‘La Valse’ van Ravel: wervelen, steeds sneller, steeds wilder, tot je er met z’n allen bij neervalt. Ooggetuigenverslagen en foto’s op internet doen wel een beetje afbreuk aan die indruk. Erbij neervallen wordt eerder door drankgebruik veroorzaakt (ik ga weer op een ooggetuige af). Zouden die mensen echt van dat feest genoten hebben? Behalve van de eer er te mogen zijn? Toch wordt het ‘het feest der feesten’ genoemd.
En er wordt een heleboel publiciteit aan gegeven, vooraf en achteraf. Wie er was en wie geen uitnodiging had gekregen. Wie wie ontmoette, wie met wie praatte of juist niet. En vooral wat iedereen aanhad. Franca Treur, zegt een ooggetuige, deed met haar roze en blote jurk aan een lolly denken. Ik geloof best dat je op een bal passende kleding moet dragen: makkelijk zittend en waar je lekker in kunt zwieren. Maar zo was het niet altijd.

Nog veel meer publiciteit krijgt de Oscaruitreiking. Zoekend naar boeken en cd’s en daarbij terechtkomend op een Amerikaanse internetsite, moet ik een ad zien van drie van de daar aanwezige dames in de creatie die ze bij die gelegenheid droegen. – Bij zo’n gelegenheid dragen ze geen kleren of een jurk, maar een creatie. – Goed, ads moet je op internet op de koop toe nemen, maar waarom dit?

Als mijn schoonzus jarig is – die ene; ik heb er verscheidene –, geeft ze een high tea. Ik begin met een stuk gebak bij m’n eerste kop thee, doe vervolgens jam en slagroom op een scone – of is het een muffin? – en laad later nog cake (weer met een flinke dot slagroom), bonbons en noten op een bordje. De brownie is een favoriet van me, ik laat het niet bij een. En dan heb ik nog niet alles opgenoemd. Per keer gedraag ik me, maar alles bij elkaar, ongemerkt, werk ik een fikse maaltijd naar binnen. Wijn is er ook, maar ik moet nog naar huis rijden.
Mijn schoonzus, een vrolijk en hartelijk type, straalt voor de gelegenheid extra. Verder ontmoet ik natuurlijk mijn broer, redacteur bij een krant, die ik vragen kan stellen over wat hij geschreven heeft en uithoren over de sfeer op de redactie. En ook mijn andere broers, misschien wel alle vier. Een kan er smakelijk rechtszaken uit zijn praktijk vertellen en hoe je conflicten beslecht door beide partijen wat tegemoet te komen. De Hoge Raad is het overigens niet altijd met hem eens. De ander vertelt van zijn laatste buitenlandse reis en de mensen die hij heeft ontmoet.
En dan zijn er een heleboel andere mensen. Een vriend die in de gemeenteraad zit. Een psycholoog. Ook mensen die ik voor het eerst ontmoet. Een verpleegkundige die van binnenuit over de zorg kan vertellen en mooie verhalen over de afdeling. Zelfs iemand die op het eerste gezicht een beetje de indruk van een muurbloempje wekt, blijkt charmant als ze vertelt over waar ze echt in zit. Verder is er een deskundige en gedreven filmrecensent met een heel eigen visie. En dan zijn er ook nog mensen die belangstelling tonen voor waar ik mee bezig ben.
En dan die humor, met mijn broers en zus, bij ieder weer een tikje anders, maar toch die echte Houtman-humor, opborrelend uit een relatie van tientallen jaren. Nee, ik geef geen voorbeeld, dat is een typisch genot binnen eigen kring. Ik heb geen druppel alcohol nodig om steeds meer op dreef te komen en me steeds plezieriger te voelen.

Een jongen van een jaar of veertien vertelde me een jaar of wat geleden dat hij van voetbal hield. Ik praatte er wat met hem over door en concludeerde: O, je houdt dus van kijksport!
Zo houden veel mensen van feestkijken. Society kijken, royalty kijken. Hoeden kijken op Prinsjesdag. Vanaf de tribune. Voor mij hoeft het niet. Ik geniet volop van de feesten die ik zelf meevier, daar heb ik ruimschoots genoeg aan.


0 reacties

Geef een antwoord