De Bus is een feuilleton waar een ieder zijn verhaal heeft. De passagiers zijn onderweg naar Liechtenstein, enkelen om tot rust te komen, anderen voor de spanning. 

Dit verhaal is als het leven. Het leven is een pijpkaneel, ieder zuigt eraan en krijgt zijn deel.

Hij keek naar zijn handen. Ze waren groot en lagen als gekromde boomwortels om het stuur. Zijn trouwring knelde, het vlees puilde licht om het geelgoud. Hij voelde die knelling allang niet meer. Vóór hem lag de weg open.

Het grijze wegdek was nu weer rustig en werd omzoomd door bomen die je alleen in Duitsland ziet. Of leek dat maar zo? Het scheen hem dat bomen in deze streek statiger en trotser waren. Ze waren nog maar net op de helft en het begon al te schemeren. Ze reden nu door het Rijnland in de buurt van Keulen. Het oponthoud was niet alleen veroorzaakt door ‘die Piercing’ maar ook door file rondom Düsseldorf. Hij had daar de spits willen ontwijken maar die begon tegenwoordig al rond vieren. Hij schoof even zijn billen heen en weer op zijn chauffeursstoel. De stof van zijn donkerblauwe polyester broek was zweterig en de lange ritten hadden hem chronisch eczeem opgeleverd. Precies daar waar je met goed fatsoen niet in publiek even kon krabben.

Vanuit zijn ooghoeken kon hij haar zien. In zijn rechter zijspiegel zag hij haar dubbel. Hij keek vaak in zijn spiegel. De bij elkaar gebonden haren waren rebels ontsnapt en hingen in slierten langs haar gezicht, net zo wild als hij haar boven hem hangend voor zich zag in zijn fantasie. Het plakkerige gevoel van het polyester nam toe.

Focus op de weg Harry, sprak hij zich vermanend toe en zijn blik verplaatste zich recht vooruit. Het was me wel een ritje, dacht hij, wat een bende mafkezen. Ze zouden, mits er geen rare toestanden meer kwamen, pas rond tien uur aankomen. Eigenlijk had hij vanavond weer terug willen rijden maar dat zat er niet meer in. Misschien was het ook wel een buitenkansje en moest het zo zijn. Wie weet kon hij haar verleiden tot een drankje in de hotelbar, nadat iedereen was geïnstalleerd. Zij had misschien ook wel behoefte aan een verzetje? Bovendien was zij tegen die tijd moe en gaar en daardoor kwetsbaar; een goede prooi.

Bij hem was het inmiddels meer dan een behoefte. Pure noodzaak. Natuurlijk hield hij van zijn vrouw. Hij hield van haar omdat de moeder van je kinderen altijd een speciale plek behoudt. En de gezamenlijke herinneringen natuurlijk. Die kon niemand vervangen. Toen ze jong en net getrouwd waren was zij een wilde geweest, niet te stuiten. Dat ze nu al twee jaar liep te kwakkelen was hem niet in de koude kleren gaan zitten. Als hij vrij was ging hij mee naar de specialist maar dat was zeer zelden. Hij reed steeds meer diensten en hij wist ook dat hij haar daardoor ergens in de steek liet. Ziekenhuizen maakten hem nou eenmaal angstig. Tenslotte had zij ook nog haar zussen en haar moeder en iemand moest toch voor brood op de plank zorgen. Alle extra kosten die voorgeschoten moesten worden tikten ook lekker aan. Dat zij nu in de kamer sliep op zo’n bed op blokken en met een hele stellage die haar uit bed kon tillen vond hij niet zo erg. Als hij thuis kwam lag ze er vaak al in en dan kon hij rustig in het voorheen gezamenlijke bed op de tablet filmpjes kijken. Die plaatjes voorzagen hem vooralsnog in zijn behoeften.

Hij schrok van de felle remlichten. Hij trapte vol op de rem en achter het glazen schot hoorde hij verschrikte kreten. Hij zat in de riem maar zij waren in vrije val vooruit geschoten,  met de borst tegen de voorstoel.

Er was niks aan de hand, hij was even afgedwaald. Wakker worden Har, kom op, je bent een vakman.

Hij voelde haar blik op hem rusten. “Gaat het wel, Harry?” Haar meisjesachtige stem klonk zo sexy en ze maakte zich bezorgd om hem. Dat was mooi. Hij keek haar even in de ogen, met een schalkse twinkeling, bedacht hij, en knipoogde naar haar. “Alles onder controle, popje!”

Hij schoof nog wat op zijn stoel en probeerde wat lucht te creëren door één bil iets op te tillen. Dat gaf verlichting.

Zij had de microfoon gepakt en probeerde de passagiers gerust te stellen. “Is iedereen in orde”, vroeg ze met die zwoele stem. “we gaan even stoppen zodat we een hapje kunnen eten. Ik vraag u om allemaal bij elkaar te blijven want u begrijpt dat het door de omstandigheden van vanmiddag wenselijk is. Wij zullen dan ook uitwijken naar een gelegenheid waar wij gezamenlijk kunnen dineren. De chauffeur gaat bij de volgende afslag de weg af en we stoppen bij een geschikte restauratie.”

Zo. Hij had wel zin in een hapje en misschien kon hij haar al verleiden tot een glaasje. Om alvast in de stemming te komen, dacht hij vergenoegd.

Categorieën: Fictie

Esther Suzanna

Ik schrijf omdat ik het niet laten kan op https://www.facebook.com/esthersuzanna/ en http://suzannaesther.nl/

3 reacties

Pierken · 17 maart 2015 op 18:59

Goed geschreven! In dit stukje zet je het hele fundament van Harry met mooie details geloofwaardig neer. Kom maar op met deel negen.

Meralixe · 17 maart 2015 op 19:43

:yes:

Ook mooi:

“Hij keek naar zijn handen. Ze waren groot en lagen als gekromde boomwortels om het stuur. Zijn trouwring knelde, het vlees puilde licht om het geelgoud. Hij voelde die knelling allang niet meer.

” De bij elkaar gebonden haren waren rebels ontsnapt en hingen in slierten langs haar gezicht”

Mien · 18 maart 2015 op 00:36

Het blijft groeien je feuilleton. Sterker nog, het maakt nog meer nieuwsgierig. :yes:

Geef een reactie

Avatar plaatshouder