Collega Hans is overleden. Dit weekend. De baas vertelde het net, aan het einde van onze werkdag.
‘Verdomd, hij stond niet op zijn plek vanmorgen,’ zegt Snieder peinzend.
‘Vreemd. Ik miste hem niet.’ Hij neemt zijn dikke, zwarte jas van de kapstok en trekt een pakje half zware van Nelle uit zijn zak.
Ik grimas afkeurend.
Hij kijkt me aan.
‘Jij wel dan?’ Hij werpt me een ongelovige blik toe.
In gedachten probeer ik onze gestorven collega voor mij te halen.
Hij was ouder dan wij, had dun, vlassig haar, een ontwijkende blik, vale, donkere, makkelijk zittende kleding en een doorsnee postuur. Hij ging haast met pensioen. Denk ik. Misschien.

Maar, zijn naam was in elk geval Hans Zaag. Dat weet ik zeker.
Het erge is dat ik Hans niet miste vandaag. Niet bij de koffie, niet tijdens de schaft, en ook niet op de werkvloer.
‘We moeten toch even condoleren,’ zeg ik, ontwijkend en beschaamd.
‘Je hebt hem dus niet gemist,’ concludeert Snieder tevreden.

We fietsen op een slakkengangetje naar het huis van Hans. De baas wist het adres.
‘Ik ben benieuwd hoe hij woont,’ merkt Snieder nieuwsgierig op.
‘Misschien heeft hij wel een knappe vrouw.’
Ik zwijg.
Het huis van Hans ziet er van buitenaf vervallen uit. De tuin is overwoekerd met wild groeiend onkruid.
Zou dit zijn huis wel zijn?
‘Er hangt wel een wit laken voor het raam,’ merkt Snieder op, wijzend naar de voorruit.
We staan dralend voor de deur. Een witte, wazige figuur nadert. Het dikke glas toont de vage contouren van een kleine gestalte.
‘Een kind,’ sist Snieder, mij aanstotend.
Dus Hans had een kind. Of is het misschien een kleinkind.
Het kind, een jongen met kort, stekelig haar opent de deur een klein stukje, en steekt alleen zijn hoofd vragend om het hoekje.
‘We komen voor Hans,’ zeg ik ongemakkelijk.
‘Waarom?’ vraagt hij, me onderzoekend aanstarend. Zijn stem is vreemd hoog.
‘Nou, om te condoleren,’ verduidelijkt Snieder. Zijn stem klinkt onzeker, zoals meestal wanneer hij zich niet op zijn gemak voelt.
De deur wordt verder geopend en we betreden het huis, bukkend vanwege het plafond, dat verrassend laag hangt.
Het is donker in het huis.
‘Is er verder niemand om te condoleren?’ vraagt Snieder verwonderd.
‘Nee. Niemand.’

Hij gaat ons vóór, de lange, kronkelende gang door.
‘Is ie in de kamer?’ wil Snieder weten.
De jongen zwijgt en loopt verder de gang door, waar hij halt houdt bij een kast.
Hij opent de deur en wijst naar binnen.
Het is er vrij donker, mijn ogen moeten wennen.
Ik zie blikken bonen, ketchup, potten pindakaas, allerlei potgroenten en bergen zakken paprika chips.
Dan valt mijn oog op de ruimte onder de potten en de blikken.
Het is Hans. Hij staat rechtop in de kist, half achterover gedrukt. Eigenlijk een beetje zoals we hem kennen.
Met het dunne, vlassige haar, nu dan keurig naar opzij gekamd.
Het slappe lijf gehuld in zijn oude, geliefde kloffie. De benen onnatuurlijk verbogen, alsof ze eigenlijk te lang waren geweest voor de kist.

‘Gezien?’ zegt de jongen, ons één voor één uitdrukkingsloos bekijkend.
Hij doet een pas naar achteren, sluit de kast en draait zich weer om.
We lopen gezamenlijk terug, de gang door, naar de deur.
Zwijgend werp ik nog een blik op het voorraam.
Door een flinke kier zie ik een oudere vrouw zitten op de bank. Ze eet paprika chips.
Snieder neemt zijn fiets van het hek en grijpt het stuur. Hij kijkt naar het huis.
‘Tja, dus hij had ook geen knappe vrouw,’ stelt hij meewarig vast.
Ik zucht en schud mijn hoofd.
Dan stappen we op en rijden terug naar huis.

Categorieën: Hokusai bon

NicoleS

Door veel te lezen word je een betere schrijver. Joost Zwagerman was ervan overtuigd. Ik houd van lezen maar ook van schrijven. Ik ben bij column x terecht gekomen dankzij mijn lieve vader die hier jaren columns geschreven heeft. Kees Schilder is zijn naam. Ik hoop evenveel plezier te beleven aan het schrijven als hij. Favoriete schrijvers: Gerard Reve, J.J Voskuil, Maarten 't Hart, Adriaan v Dis, Arnon Grunberg, WF Hermans, Simon Vestdijk, Louis Bordewijk en Jean Plaidy. Favoriete boek: Het bittere kruid, Marga Minco.

5 reacties

G.van Stipdonk · 9 mei 2021 op 18:55

Hey Nicole, wederom een prima stuk. Het is een beetje een ‘ghosttown’ geworden hier. Zelfs Mien heb ik al maanden niet meer gespot. Arta heeft nog een zesde deel aan Zeep toegevoegd, maar zie dit nog niet op de voorpagina terugkomen. Zal zelf ook weer eens iets uit de kast halen. Wordt vervolgd.

NicoleS · 9 mei 2021 op 19:38

Ja ik zag het al. Ik vind het nog steeds erg jammer. Ik hoop dat Mien toch weer komt schrijven, maar ja ik kan weinig zeggen omdat ik er zelf ook niet steeds ben. Ik ben bezig met een eerste verhalenbundel en schrijf ook elders. Leuk dat je reageert op mijn stuk. Hopelijk kan Arta haar deel alsnog leveren en anders schrijven wij desnoods het vervolg.

Arta · 10 mei 2021 op 23:06

Fijn om je weer te lezen, Nicole! Hoe jij gegroeid bent als schrijfster!
Ik heb Zeep wel geschreven, maar nog niet aan de verhaallijn op de voorpagina toegevoegd 😳
Ik mis Mien ook, en van Gellekom en #22 en… en…

    NicoleS · 11 mei 2021 op 12:51

    Oh ik ben benieuwd naar jouw deel. Mijn eerste stappen als schrijver zette ik bij jullie, waar ik echt veel heb geleerd en me in alle rust heb kunnen ontwikkelen. Deze site heeft heel veel waarde voor mij gehad. Ik hoop dat nog veel meer auteurs hier hetzelfde mag overkomen. Dank voorje reactie 😘

      Arta · 11 mei 2021 op 23:52

      Wat een mooie woorden!
      Je bent een gewaardeerd lid van ons dorpsplein! 😀

Geef een antwoord