Er is altijd wel iemand die het laatste velletje van de toiletrol gebruikt en geen nieuwe rol ophangt. Die de dop niet terug op de gebruikte tube plaatst, een mok met een restje laat staan, de voeten niet veegt of de deur open laat terwijl de verwarming aan staat. Er is ook altijd wel iemand die zich daaraan ergert. Ik was zo iemand. Tot ik in mijn nieuwe baan terechtkwam bij verschillende opdrachtgevers. Helemaal niet het woord dat in mijn beroepsgroep gebruikt wordt eigenlijk, maar waaraan ik de voorkeur geef. In ‘ons project’ spreken we over cliënten. In andere projecten misschien over zorgvragers. Maakt mij dan de zorgverlener.
De opdrachtgevers leven met een lichamelijke beperking zo zelfstandig mogelijk. Maken zich op een andere manier druk over die rol, dop, mok en vieze voeten. Ze zouden misschien zelf wel de persoon willen zijn die de irritatie op kan roepen, maar kunnen het niet. Of ze zijn inderdaad de irritante persoon, maar moeten toch de hulp van een ander inroepen en daarop vaak nog lang wachten ook. Dan heb ik het nu alleen nog maar over schijnbaar kleine onnozele dingen, niet over niet kunnen douchen zodra je zelf wilt zonder hulp, of je kont vegen.

Het werd dus hoog tijd om mijn ergernis van niks in te ruilen voor een andere. Namelijk die van niet weten hoe je te gedragen t.o.v. mijn opdrachtgevers. U hebt het vast ook wel eens meegemaakt. Van de twee mensen bij de bushalte zit er één in een rolstoel. U wilt weten hoe laat het is. In drie van de vier gevallen vraagt u dat aan de persoon zonder stoel. Waar of niet?
Alsof een stoelgebruiker geen klok kan kijken. Hé, wakker worden, hij of zij heeft een beperking, maar kan wel klok kijken! Hoort u bij het ‘goede’ kwart dan heeft u er waarschijnlijk over nagedacht en wordt het niet aan de ‘normale’ gevraagd, maar spontaan is het niet meer. Zoals ik al zei, er is over nagedacht.
Natuurlijk wist ik bij mijn indiensttreding best dat ze niet op medelijden zitten te wachten. Of op misplaatst begrip. Je kunt immers helemaal niet begrijpen hoe het is om een groot deel van je zelfstandigheid af te moeten geven, uit handen moet geven. Letterlijk.
Wat kan jou die doploze tube nou schelen als je hulp in moet schakelen, waar je vaak ook nog op moet wachten, om alleen maar op je eigen wc terecht te komen. Lekker belangrijk, dat restje in die mok, als je afhankelijk bent van andere om er überhaupt voor te zorgen dat er een restje in kon blijven staan.

Hoe ik me uiteindelijk een houding aan heb kunnen nemen? Door het praktisch te benaderen. Zoals de opdrachtgevers dat ook doen. Zij hebben mij meer geholpen dan ik ooit hen kan helpen. Het zijn immers praktische handelingen die ik voor ze verricht, en waar ik voor betaald wordt. Ook geen onbelangrijk detail voor beide partijen.
En mocht er doordat je in hun huiselijke sfeer behoorlijke intieme zaken voor ze regelt toch een band ontstaan, is dat alleen maar leuk meegenomen. Toen ik samen met een collega een opdrachtgever hielp die de vraag kreeg hoe de sterilisatie van haar man verlopen was, was ik even behoorlijk onder de indruk. Over een intieme band gesproken. En die vraag van een kerel die zelf niet eens weet hoe een stijve voelt. Even slikken. Mijn collega vertelde enthousiast hoe het gegaan was, niet geheel zonder leedvermaak. Zij had immers de bevallingen van drie van haar mans kinderen door moeten maken. Dus dat uurtje poliklinisch geleuter stelde niets voor. Ik was weer wat hersteld door het open en eerlijke gesprek van die twee, durfde me in het gesprek te mengen en zei; “Het woord alleen al, bevalling. Alsof het bevalt!” Waarop onze opdrachtgever het direct voor de mannen opnam en riep: “Nee, geholpen worden, naar de kloten, dat is het goede woord!”

Categorieën: VEC

16 reacties

klapdoos · 1 december 2008 op 11:01

Goeie column mup met belangstelling gelezen.
Groet van leny

Neuskleuter · 1 december 2008 op 17:55

Het is wel vreemd dat veel mensen moeite hebben om normaal te doen tegen mensen die er in ogen van mensen zonder handicap anders uitzien. Ik heb het zelf soms ook. En die enkele keer dat ik eens iemand aanspreek die duidelijk problemen heeft met haar ogen, raad ik toch vooral aan om de promotiefilm te gaan kijken. Ik kon mijzelf niet meer tegenhouden.
Maar het stomme is dat ik gewoon weet dat iemand met een handicap verder hetzelfde is als andere onbekenden die je aanspreekt. En toch is het in de praktijk anders. Uitgedacht.

Je hebt dat idee goed neer kunnen zetten omdat je eerlijk bent over je eigen ongemakkelijke gevoel. En dan heerlijk, die uitsmijter als ontlading!

SIMBA · 1 december 2008 op 19:16

Goed verwoordt!

lisa-marie · 1 december 2008 op 19:20

Niet alleen goed neergezet maar ook tastbaar en mooi door het klein en dichtbij jezelf te houden.
ik heb genoten !! 😀

Ma3anne · 1 december 2008 op 19:32

Ik moest het stuk eerlijk gezegd twee keer lezen, voordat ik zag wat er allemaal in staat en hoe je zaken aan elkaar knoopt. De tweede keer vond ik het een goed stuk. De vragen die je werk oproept en je eigen gewenningsproces gekoppeld aan jouw interpretatie van hoe de opdrachtgever zich wellicht kan voelen. Best ingewikkeld allemaal, maar je bent erin geslaagd over te brengen waar het je om te doen is.

Het woord opdrachtgever vind ik goed gekozen.

Dees · 1 december 2008 op 19:59

Eigenlijk vind ik medelijden een beetje de viezige, onechtere variant van empathie. En daar, die laatste, daar barst jij van. Ik hoop dat je heel snel het niet meer zo ziet, die stoelen en beperkingen. Hoewel je ook dan met een leverancier – klantrelatie blijft zitten natuurlijk. Ik vind je ook heel eerlijk en echt (altijd hoor, niet alleen in dit stuk!) en de uitsmijter een goede. En een beetje een bevrijding. Van mij een kiss voor de vec van deze maand 🙂

Oh en nog een nuchtere overweging bij het niet aanspreken van de persoon in rolstoel, eigenlijk denk ik ook dat mensen vaak mensen op ongeveer dezelfde ooghoogte zoeken. Ik zal een man van 2.20m ook niet zo snel aanspreken voor het vragen om de weg, daar krijg ik een stijve nek van. Nou ok, tenzij het een lekker ding is, maar eigenlijk denk ik dat ook dat niet anders is bij een lekkertje on wheels 😀

Mien · 1 december 2008 op 22:22

Deze column verhaalt schrijnende waarheid.

Ooit rolstoelhockey aan levende lijve mogen ervaren inclusief afterparty met rolstoeldans.
Dan pas weet en voel je hoe stoer ook deze medemens is.
Nooit negeren altijd aanspreken die medemens.

En Dees … iemand tegen z’n knieen aanspreken is echt niet leuk. Gewoon laten bukken die knapperd …

Mien

pally · 1 december 2008 op 23:29

Een column met inhoud , waarin je ook hardop nadenkt over jezelf. Over wat lastig is en onwennig. Dat je het goed probeert te doen en zo natuurlijk mogelijk. Dat je je inleeft en soms misschien te voorzichtig bent.
Heel mooie column, Mup! :wave:

groet van Pally

WritersBlocq · 1 december 2008 op 23:35

Ik vind het een top-onderwerp, in sneltreinvaart zet je effe een maatschappelijk iets neer, wauw. De laatste alinea heb ik 2 x gelezen en bij mij blijft maar niet hangen wie nou die stijve (niet?) had enzo, pfff, je sneltrein mist mijn station even maar dat ligt aan de NS hoor, niet aan jou en niet aan mij. Komende maand klik ik deze nog wel vaker aan. Alleen al voor het onderwerp, daar kan gewoon niet genoeg over worden geschreven en gepraat.

Als je broek afzakt van wat dan ook, mag ik dan komen hijsen en heisa trappen? Kus Pauline

KawaSutra · 2 december 2008 op 01:26

De term opdrachtgevers kwam op mij nogal onpersoonlijk over. Maar nu ik er over nadenk is er eigenlijk geen beter alternatief. Cliënten, patiënten, zorgvragers. Termen die afhankelijkheid en onzelfstandigheid aanduiden. Maar in veel gevallen hebben jouw opdrachtgevers slechts behoefte aan het verzorgen van die taken die zij vanwege een specifieke handicap zelf niet kunnen uitvoeren. Dat werpt toch een heel ander licht op de relatie tussen opdrachtgever en uitvoerder. Misschien wat kil maar voor partijen zelf wel een verhouding van gelijkwaardigheid en keuzevrijheid.
Ik hoop dat ik die boodschap goed geïnterpreteerd heb. Zo ja, knap geschreven.

pepe · 2 december 2008 op 09:16

Je laat iedereen hier mee lezen en een beetje meeleven in je verhaal.
Ik ben blij dat ik naast jou mag meevoelen en zien hoe het in het echt is.

Een echte mupperd en supermooie VEC.

Tot straks

arta · 2 december 2008 op 09:27

Vorige week liep ik met mijn moeder (zit tijdelijk even in een rolstoel nav een operatie) al hotsend en botsend door de stad en na vijf gesprekken, die via mij gevoerd werden, was ik het zo zat. Als zij iets vroeg, kreeg ik antwoord.

Mooie VEC, Mup!

KingArthur · 2 december 2008 op 12:00

Ik ga hier verder niks aan toevoegen dan goede column.

Kees Schilder · 3 december 2008 op 08:08

Ja, aan kleine dingen erger je dan niet meer.Steengoede column, Mup

Mup · 4 december 2008 op 11:12

Dank voor jullie reacties. Het was leuk en spannend, dat schrijven van de VEC, maar ik ben blij dat ik het stokje weer kwijt ben 😉

@Dees, je slaat de spijker op zijn kop. Ik werd/wordt in de zorg ook zo moe van woorden als ‘attitude’ en ‘concreet’

@WB, wie jou iets weigert….

@Kawa, juist geinterpreteerd, je hebt het zelfs duidelijker verwoord dan ik zou kunnen, dank je.

Groet Mup

doemaar88 · 23 december 2008 op 10:43

Leuk, Mup! En oh, zo waar 😀

Geef een antwoord