Wij voeren op het zuidelijke deel van de Fluessen, vanaf Elahuizen. Het deel waar we vorig jaar geen tijd meer voor hadden. Het was schitterend zeilweer. Het waaide er nog net zo hard als vorig jaar. Misschien nog iets harder zelfs. Vorig jaar werden we nog overgoten met regen, dit keer werden we zonovergoten. Iets wat niet zozeer een garantie was dat we het droog zouden houden maar meer een belofte dat we wel weer droog zouden worden. En zo, met beurtelings de ene en dan weer de andere kant van shirt en broek nat van het buiswater, werden wij uiteindelijk gepasseerd door de catamaran. Mijn maat en ik doen dit elk jaar een paar keer, samen zeilen. Het liefst op steeds verschillende plekken. Tot dusver huren we steeds een Valkje, een open zeilboot. Het is een gemakkelijke boot. Een Valk heeft een ruime kuip, er kunnen meerdere mensen in mee en bij normaal zeilgedrag kan er vrijwel niets misgaan en al die zaken maken de boot tevens erg geschikt voor kinderen. Een veilige boot kortom. Voor je met een Valk omslaat moet je zo verschrikkelijk veel verkeerd doen – wie ook maar een beetje kan zeilen zal daar niet in slagen. Mijn maat en ik kunnen onderhand wel een beetje zeilen.

Wij voeren dus op het zuidelijke deel van de Fluessen, vanaf Elahuizen. Mijn maat had me al gewezen op de catamaran die verderop over het meer scheerde. De snelheid waarmee hij dat deed was vanuit onze positie al overduidelijk zichtbaar. Wij voeren door op onze manier in ons Valkje. Scherp aan de wind, zoveel mogelijk snelheid makend en zo nu en dan zo scheef mogelijk, al gaan die twee niet samen. Maar je wilt weten wat je boot wel of niet kan hebben, hoever je kunt gaan en dan is het wel weer zinvol. Echter, voor snelheid is het zaak de boot zo recht mogelijk te houden om zo een zogenaamd planerend effect te bereiken. En met de fokkeschoot achter de rug langs hingen wij daarom, met de kont over de rand, om beurten half buiten de boot; de ander aan het roer.

Terwijl ik zo half buitenboord hing, zag ik de catamaran ineens achter ons. Met daarop twee mannen in surfpak. Ze droegen van die sportieve zonnebrillen, die met een elastiekje rond het hoofd. Ze waren net overstag gegaan en ik zag ze hun nieuwe posities kiezen op het schip. De stuurman achter, de tweede man voor, beide op en buiten de boot in hun trapezes. Zodra de wind ze pakte maakten ze vaart. Eenmaal op snelheid liep de catamaran vlug op ons in. De boot liftte en begon enigszins te hellen wat beide mannen meteen corrigeerden. De stuurman liet zijn schoot iets vieren, de tweede man ging nog iets verder buiten de boot hangen. Zo’n catamaran slaat namelijk nogal gemakkelijk om moet je weten. Voorbij een bepaald punt is er geen redden meer aan en het weer oprichten van de boot is dan niet eenvoudig. Ik gaf mijn maat een stomp en zo passeerde de catamaran ons terwijl wij gefascineerd toekeken. Bij de passage wisselden de stuurman en ik van blik. Ik stak mijn duim naar hem op. Hij sloeg ons een moment gade en op zijn gezicht verscheen een grijns. Toen trok hij zijn schoot weer aan waarop de catamaran ervandoor snelde, ons voorbij. Het waren veertigers, dacht ik nog.

Terwijl ik ze nakeek, vroeg ik mij af naar wie ik eigenlijk had zitten kijken. Dit waren niet zomaar twee mannen, niet zomaar twee maten. Die mannen op die catamaran, dat waren wijzelf: mijn maat en ik! Maar dan over tien jaar. Omdat zeilen in een Valkje dan gewoon niet meer genoeg is. Omdat het net zo veilig is als onze levens dan zullen zijn geworden. Omdat het dan juist het alledaagse evenwicht, de allesomvattende balans zal zijn waaraan wij even willen ontsnappen als wij samen het water op gaan. Dat we dan het risico op omslaan bewust op zullen zoeken omdat we er in onze dagelijkse levens juist alles aan doen om dat te voorkomen. Omdat we het ons dan verder niet meer kunnen permitteren. Omdat de snelheid van een catamaran een godsgeschenk is in een verder rustig, voortkabbelend leven. Omdat we dan net zo geschikt voor kinderen zullen zijn geworden als het Valkje waarin we nu nog zeilen.

Die stuurman van die catamaran, die moet het ook gezien hebben toen onze blikken kruisten. Het is mijn stellige overtuiging dat in die passage, hij zichzelf en zijn maat in ons zag, net zoals ik ons in hen had gezien. Wij zij, maar dan tien jaar eerder. Als een oude en bijna alweer vergeten foto van een bij nader inzien toch niet zo spannend avontuur. Geschikt voor kinderen. Iets wat je, naar ik gemakshalve maar aanneem tenminste, pas in zijn volle omvang begrijpt als je ze zelf eenmaal hebt. Iets om over te grijnzen, ongeacht vorm of reden, als je het zelf eenmaal bent.

Categorieën: Diversen

11 reacties

lagarto · 12 augustus 2007 op 09:11

Een prachtige overdenking en een mooi geschreven verhaal.
In de eerste alinea staat 2x het woord `overgoten` in één zin en in een volgende zin hetzelfde maar dan `droog`. Dat vind ik persoonlijk minder mooi.
Groeten (zeiksnor) Lagarto

senahponex · 12 augustus 2007 op 14:50

Heerlijk om je weer jong te voelen als een kind.
En zeker als je het in zijn volle omvang begrijpt.
Mooi geschreven.

Quinn · 12 augustus 2007 op 17:40

Goed verhaal, Siebe. Je wist mijn aandacht vast te houden ondanks het feit dat ik niet van watersport hou.

vanlidt · 12 augustus 2007 op 18:02

De Vliegende Hollander, maar dan anders 😉

lisa-marie · 12 augustus 2007 op 21:02

Mooi geschreven. Vooral de laaste alinea vind ikzelf treffend.
🙂

arta · 12 augustus 2007 op 21:14

Ondanks dat ik niet elke term begreep, met veel plezier gelezen!
De wending in het verhaal is geweldig!
🙂

pally · 13 augustus 2007 op 11:58

Goed filosofisch verhaal, dat ik met plezier heb gelezen, Siebe, niet alleen omdat ik vroeger veel gezeild heb. Logarto noemde al het aantal dubbele woorden en ik vond er nog meer.
En hoe mooi ook, wat meer ingedikt en sommige dingen iets minder uitgebreid uitgelegd zou ik hem nog sterker vinden.

Groet van Pally

Siebe · 13 augustus 2007 op 23:07

Mensen,

Dank jullie wel voor je commentaren. Hoewel ik me meestal zoveel als ik kan probeer aan te trekken van kritiek, lukt dat me deze keer niet helemaal.

Zo vind ik de twee zinnen die je bedoelt Lagarto, echt twee verschillende met elk een verschillend doel, al kan ik me heus voorstellen waarom je het zegt.

Senahponex, ik heb vanmiddag mijn zesjarig neefje bevochten in een fel zwaardgevecht. ‘Ridder Robert’ had een vlijmscherp houten zwaard, t-shirt met heus wapen, een schild en zelfs een gebreide maliënkolder. Hij noopte me me te verdedigen met wat er voor handen was: een halfverroestte parasolstok. Met verschillende verwondingen over en weer wist ik hem uiteindelijk te overwinnen. Ik heb hem de vrede aangeboden die hij accepteerde, zij het na enig tegensputteren. Ik stelde voor ons uit te laten zenden naar Irak om daar ook de vrede voor elkaar te bakken maar dat vond zijn moeder weer geen goed idee. Hij moet nog maar even kind blijven, het is inderdaad heerlijk.

Quinn, watersport is óók heerlijk.

vanlidt, die moet – moet ik bekennen – ook maar op mijn boekenlijstje.

Arta, dankjewel. En die zeiltermen… ik weet niet of je De Pers leest maar misschien staat daar nog eens een artikeltje over zeilen in. Daar staan wel vaker leuke en interessante dingen in heb ik me laten vertellen… 😉

Pally, ik heb de onhebbelijkheid soms verder uit te weiden dan nodig is. Hier op CX heb ik al flink geleerd daar iets aan te doen. ‘Less is more’, ‘schrijven is schrappen’, dat soort dingen. Lange zinnen, veel te lange zinnen, daar ben ik ook een ster in. Met deze column dacht ik zelf juist dat ik er goed in was geslaagd mezelf in dat opzicht in de hand te houden. Jouw commentaar kan nu twee dingen (voor mij) betekenen: 1 – jij bent de meest erge minimalist die op deze site rondsurft of 2 – ik moet nog beter mijn best doen op dat punt. Als ik eerlijk ben lijkt optie 2 me de meest aannemelijke. Maar neem het me niet kwalijk wanneer ik het voor nu, voor de vorm nog even op het eerste houd. 😉 (Aux sérieux: misschien spelen zaken als ‘stijl’ en ‘smaak’ hier tevens een rol maar dat is zomaar een idee.)

Dank, tot de volgende keer,

S.

Troy · 14 augustus 2007 op 08:38

Had ik bijna deze column gemist!

De dubbele woordvondsten vind ik juist erg leuk. Ze zijn duidelijk op een speelse manier bedoeld en ook zo in de tekst aangebracht.

De filosofie achter het verhaal is denk ik ontzettend waar trouwens.

Ik vind je column niet onnodig lang. Wel vraag ik me af of je ook langere verhalen schrijft, aangezien je, zoals je zelf al zei, houdt van uitwijden. Is een column schrijven dan niet een beetje jezelf pesten? 😉

Siebe · 14 augustus 2007 op 11:24

Dankje voor je commentaar Troy, je vraag vervolgens is een interessante.

Ten eerste: nee, ik schrijf geen langere verhalen. Wel speel ik zo nu en dan met dat idee, ik ben benieuwd of ik daar mee weg zou kunnen komen zeg maar. Uiteindelijk is er maar één manier om daar achter te komen.

Een column schrijven is voor mij inderdaad misschien een beetje mezelf pesten. Niettemin zie ik dat in een breder perspectief. Als je zoals ik ook nog wel eens wat zakelijke correspondentie en dergelijke schrijft, dan is uitweiden in bredere zin niet altijd nodig, handig of gewenst zelfs. Door mezelf te pesten zoals jij dat even noemt, leer ik dus meer dan alleen iets ten aanzien van columnschrijven. Overigens merk ik daar ook zeker resultaat van. Onlangs ben ik nog voor iets afgestudeerd en van mijn studiebegeleider kreeg ik in het bijzonder de complimenten voor ‘de ontzettende leesbaarheid’ van mijn scriptie zoals hij dat ongeveer noemde. En daar gaat het uiteindelijk ook om denk ik: communicatie, verstaanbaarheid, het goed overkrijgen van een boodschap, een idee, een beeld, een grap of een gedachte. De ‘zender vs. ontvanger en ruis’ blabla kent iedereen. Niet iedereen verbindt daar de conclusie aan dat daardoor de eerste verantwoordelijkheid bij zender ligt. Zo althans, zie ik het. Ik schrijf hier nu een jaar of drie denk ik en gedurende die drie jaar vind ik het schrijven van columns alleen maar moeilijker geworden. Misschien pest ik mezelf daarom. Misschien pest ik mezelf dáárom. Maar ik vind het leuk Troy, geloof me, ik vind het leuk…

😉

Gr.
S.

Troy · 20 augustus 2007 op 12:20

Grappig hoe jij eigenlijk veel woorden nodig hebt om iets te zeggen, en ik soms echt moeite moet doen om een column met woorden te vullen. In beide gevallen zit een bepaalde kracht. Niet altijd is minder meer. Ik pest mezelf ook door persé vier columns per maand te willen schrijven terwijl het me zo’n moeite kost 🙂

Mooi dat er zo goed gereageerd werd op je scriptie. Ik denk, net zoals jij, dat het schrijven van een column voor meer dingen goed is dan je in eerste instantie zou denken.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder