Het is laat in de middag. De zon schijnt fel aan de azuurblauwe hemel. Om mij heen ruimte, bergen en kilometers ver uitgestrekt land. Een man stapt van zijn ronkende motor, een ruige, met zilveren glimmende stangen en een grote knalpijp. De man is kaal en gezet, draagt een grote zonnebril en een hells angels jack, volgeprikt met buttons. Zijn hoge cowboylaarzen hebben rinkelende gespen en zijn bespat met modder. De gebleekte spijkerbroek is gerafeld op de knieën.

Er zijn meer mannen. Eentje vind ik heel eng, met zijn blote getatoeëerde vette armen en een pluizige lange baard. Hij kijkt kwaad en de mond is vertrokken tot een strakke, ongezeglijke streep. De anderen vallen me minder op. Een lange dunne en een kleintje, beiden gehuld in hells angels outfit. Ze zetten allen hun stoere stalen ros op de standaard en stappen af. Achter elkaar aan lopen ze langs mij naar een grote loods, die gelegen is op de eenzame vlakte. Niemand reageert op mij. Ik lijk wel onzichtbaar.

Geen idee waarom, maar ik volg ze ongezien naar binnen. De loods is donker, en kil. Toch zie ik in scherpe heldere kleuren de kapotte ijzeren tafels, de houten stoffige vloer, de volle asbakken en de afgebladderde gele muren die ontsierd worden door graffiti doodshoofden. Ze staan met elkaar te praten. De kale gezette man draait zich om. De baardige hells angel, die achter hem staat, heeft een mes in zijn gebruinde hand en heft het omhoog. Dan verdwijnt het glimmende staal in de rug van de kale. De anderen staan een eindje verderop afgedraaid van het slachtoffer te roken en te drinken. Mijn mond opent zich, maar ik kan geen geluid voortbrengen. De kale man ligt op de vuile grond. Zijn bloed spuit in een pulserende straal over de stoffige planken. Ik moet hier vandaan, maar sta aan de grond genageld. De man met de baard kijkt me recht aan en toch dwars door mij heen.

Zijn kompanen halen een scherpe bijl achter in de hoek van de loods uit de schaduwen te voorschijn. Dan beginnen ze te hakken. Zagen en hakken. Mijn hart slaat luid, ik sta bevend toe te kijken hoe een volwassen man vermalen wordt tot varkensvoer.
Intussen ken ik mezelf al een tijdje. Daarom weet ik: dit is een droom. Een lucide droom.
‘Mag ik wakker worden!’ roep ik in paniek.
Iets gehoorzaamt en het wordt donker.

Zwetend schiet ik omhoog. Naast mij ligt mijn man, die nu ook wakker wordt. Er is geen azuurblauwe lucht te zien, of uitgestrekte vlaktes, ik hoor de regen tikken op het raam. Noch ontwaar ik een kale man, verdrinkend in zijn eigen bloed.
Mijn man trekt me naar zich toe en legt zijn hand op mijn wild kloppende hart.
‘Is het weer zover?’


NicoleS

Door veel te lezen word je een betere schrijver. Joost Zwagerman was ervan overtuigd. Ik houd van lezen maar ook van schrijven. Ik ben bij column x terecht gekomen dankzij mijn lieve vader die hier jaren columns geschreven heeft. Kees Schilder is zijn naam. Ik hoop evenveel plezier te beleven aan het schrijven als hij. Favoriete schrijvers: Gerard Reve, J.J Voskuil, Maarten 't Hart, Adriaan v Dis, Arnon Grunberg, WF Hermans, Simon Vestdijk, Louis Bordewijk en Jean Plaidy. Favoriete boek: Het bittere kruid, Marga Minco.

20 reacties

Mien · 14 augustus 2016 op 17:51

Ik zou de droom kunnen duiden. Maar ik doe het niet. Veel te eng. Bedrogen uitkomen. Dat wil je niet. Keer op keer. Back to reality dan maar. 😉

    NicoleS · 14 augustus 2016 op 18:29

    Geen fijne dromen. Die droom ik ik wel eens. Het zijn andere dromen. Een noodsignaal.

van Gellekom · 14 augustus 2016 op 17:51

Zeer van genoten☺

Bhakje · 14 augustus 2016 op 18:08

Een droomverhaal, goed geschreven.

Nachtzuster · 14 augustus 2016 op 18:38

Mooi. En eng. Toevallig vandaag een stukje gelezen over lucide dromen en dat je die met oefeningen kunt ombuigen naar je eigen wil. Jezelf eruit terug kunnen trekken dus.
Mijn nachtmerries gaan (te) vaak over het feit dat ik zelf slachtoffer dreig te worden van een moordaanslag of dat ik er achter kom dat ik mijn huisdieren wekenlang niet verzorgd heb. Ook scary. Die blijken dan wonderwel nog te leven. Graag gelezen, Nicole.

    NicoleS · 14 augustus 2016 op 19:06

    Klopt. Dat kan. Het helpt ook om je om te draaien naar je achtervolgers. Dan vlak je de angst weg. Eng hè die dromen. Brrr. Ik ben duidelijk niet de enige. Dank voor je reactie ?

Ferrara · 14 augustus 2016 op 22:22

Bloedstollend. Toch haalde je mij als lezer twee keer uit het verhaal en dat vond ik jammer.
Je ziet in scherpe heldere kleuren het interieur dat je daarna omschrijft als oud, kapot, stoffig en afgebladderd. voor mij rijmt dat niet met kleuren. Beelden was wellicht een beter woord geweest.
In de laatste alinea zou ik het tikken van de regen aan het eind van de zin gezet hebben. Dan had je de omgeving en het slachtoffer bij elkaar gehouden. Eerlijk gezegd heb ik lang geaarzeld dit te schrijven, kritiek leveren blijft moeilijk ook al is het opbouwend bedoeld.

    NicoleS · 14 augustus 2016 op 22:28

    Kritiek is prima en ik ben blij dat jij mij die geeft. Daar doe ik mijn voordeel mee tenslotte. ?Dank dus voor deze feedback.

StreekSteek · 15 augustus 2016 op 09:40

In een droom kan alles: dat is zowel het mooie als het verraderlijke. Ik ben bij deze niet in slaap gesukkeld!

Meralixe · 15 augustus 2016 op 09:42

Tuurlijk mag het maar ik ben geen liefhebber van dromen als inspiratie voor een column. Zeker als het dan ook nog onomwonden ‘verklapt’ wordt.
Verder lees ik in de reacties dat kritiek prima is. Dat moet je tegen Meralixje geen twee keer zeggen… Daar gaan we…

Ik pik er één krom zinnetje uit dat via één enkel woordje en een komma de goede betekenis krijgt:
” Eentje vind ik heel eng, met zijn blote getatoeëerde vette armen en een pluizige lange baard.”
Wordt dan: ” Eentje,deze met zijn blote getatoeëerde vette armen en een pluizige lange baard vind ik heel eng.”

Mag ik ook nog iets zeggen over de witregels en de veranderingen van alinea ‘s? Die hebben naar mijn mening als functie je schrijven te ordenen en te sorteren. Let eens op:
“Achter elkaar aan lopen ze langs mij naar een grote loods, die gelegen is op de eenzame vlakte. Niemand reageert op mij. Ik lijk wel onzichtbaar.

Geen idee waarom, maar ik volg ze ongezien naar binnen. De loods is donker, en kil. ”

Zo schreef jij het maar zo zou ik het schrijven:

Achter elkaar aan lopen ze langs mij naar een grote loods, die gelegen is op de eenzame vlakte.

Niemand reageert op mij. Ik lijk wel onzichtbaar.
Geen idee waarom, maar ik volg ze ongezien naar binnen.

De loods is donker, en kil. (en zo verder)

Zonnige groetjes uit Vlaanderen!!!

    NicoleS · 15 augustus 2016 op 10:31

    Sorry meralixe maar je eerste verbetering is niet beter. De rest kan. ?thanks voor je feedback ?

Nummer22 · 15 augustus 2016 op 17:45

Mooi!

Blanchefort · 15 augustus 2016 op 18:14

Zeer onheilspellend en goed weergegeven. Gelukkig kon je uit de droom ontsnappen.

    NicoleS · 15 augustus 2016 op 18:41

    ????dat gold helaas niet voor deze man.

      Blanchefort · 15 augustus 2016 op 21:45

      Waar. Maar dan had hij andere keuzes in zijn leven moeten maken.

NicoleS · 15 augustus 2016 op 22:07

Touche, Blanchefort?

Geef een reactie

Avatar plaatshouder