Wat kon je mooi voorlezen, Pa. Een van de eerste dingen, die ik me herinner. Je ging er ook heel lang mee door: sprookjes, W.G. van der Hulst; en het groeide mee: De Scheepsjongens van Bontekoe en Niels Holgerssons Wonderbare Reis. Al die stemmen van scheepslui en dieren zaten in je repertoire. De fabeltjeskrant werd door drie acteurs ingesproken; ze waren met jou nog voordeliger uit geweest. Urenlang kon ik naar je luisteren. Zelf zei je, dat je geen vader bent die gaat voetballen met zijn kinderen. Ach pa, ik snap dat voetbal niet. Toen niet en nu niet.

Ik was niet de enige die lang naar je kon luisteren. Altijd vond je ademloos gehoor als je vertelde over Indonesië, waar je je dienstplicht hebt volbracht bij de politionele acties. Sommige verhalen had ik vaker gehoord. Sommige verhalen vertelde je maar één keer, en heel veel dingen vertelde je nooit. Je ging naar Indië en deed je plicht. Het was wel een plicht die je door hogere machten op je pad werd gegooid. Je deed hem, en het veranderde je voorgoed. En het offer is zwaar geweest.

We groeiden op in een huis waar je omheen kon lopen en van dat kasteel was jij de heer. Dat zullen ook die twee rijkswachters niet licht vergeten zijn, die langskwamen omdat jij het je plicht had geacht, aangifte te doen van een gevonden handtas. De dienders vroegen of je een 18-jarige zoon had en insinueerden vervolgens dat Peter de eigenares van die handtas had aangerand. Ik was een trots jochie van twaalf toen ze het huis verlieten met hun respectievelijke pet in de hand.

Plicht was ook iets, wat je van ons verwachtte. Je liet ons huiswerk maken tot we erbij neervielen. Als consequentie maakte ik helemaal niks meer en zat avonden met Reve en Belcampo onder de bureaulamp.

Je zou ervoor zorgen dat ik het zoveel beter had dan jij en dat is ook zo. Jij groeide in de ene oorlog en vocht mee in een tweede. Voor mij is oorlog een verhaal, van jou of van de TV.

Wat je graag had willen doen versus wat je moest doen: jij had daar niet, zoals ik, een woud van keuzes. En in dat woud ben ik grondig verdwaald, vader. Dat is jouw schuld niet en het is ook niet erg; niet met Belcampo onder je arm.

Je hebt je plicht gedaan en meer dan dat. Goede reis, oude vechtjas.


14 reacties

Estrella · 3 november 2006 op 08:20

De trotse gevoelens en het gemis voelbaar…Erg mooi!

SIMBA · 3 november 2006 op 08:29

[color=00CC00]Prachtig! Heel indrukwekkend.[/color]

arta · 3 november 2006 op 08:32

Een heel persoonlijk verhaal, met veel gevoel erin!
Mooi!
🙂

Wright · 3 november 2006 op 09:56

Een heel andere vanlidt. Niet overal lekker lopend, maar wel ontroerend.

pally · 3 november 2006 op 10:45

Ik kreeg er letterlijk even kippenvel van. mooi…

KawaSutra · 3 november 2006 op 12:51

Ik hoop dat je pa nog iets van deze grafrede heeft meegekregen. Een herkenbaar gevoel dat je beschrijft, mooi!

Dees · 3 november 2006 op 13:10

Een beeld van je vader, van jou en van jullie relatie met die typische facetten ouder – kind, die toch weer eigen zijn.

Het doet ook mij even verlangen naar winteravonden met chocolademelk bij de kachel en dan voorgelezen worden door mijn vader.

Waardig en mooi je grafrede.

Li · 3 november 2006 op 22:28

Ik ben stil van dit mooi en liefdevol geschreven stukje.
Li

Anne · 5 november 2006 op 16:27

Mooi.

Dees · 1 december 2006 op 13:03

Gefeliciteerd met je maandplek. 🙂

arta · 1 december 2006 op 13:40

Gefeliciteerd!
Terecht, wat mij betreft, op deze plaats!!
🙂

Bitchy · 2 december 2006 op 06:51

Uit het hart, mooi!

SIMBA · 2 december 2006 op 15:57

Gefeliciteerd met je column-van-de-maand!!!!

Mup · 6 december 2006 op 15:36

Terechte maandcolumn, mooie ode.

Groet Mup.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder