De dieetsoep van Anna stond te dampen terwijl Kees zijn stoel driftig aanschoof aan de tafel. Vanaf dat hij thuisgekomen was had hij geen woord gezegd tegen zijn vrouw, alleen stom voor zich uitgekeken. Vrouwlief kende ondertussen die buien van meneer wel en ging er niet eens meer op in.
“Weer bonje op je werk over die promoties?”
“Nee, verre van dat, het was zelfs gezellig op mijn werk. Er is een nieuwe vrouw komen werken bij ons op de afdeling, een lekker ding.” Zijn vrouw keek hem verbaasd aan en haalde haar wenkbrauwen op. “Wat nou en is dat zo bijzonder dan?”
“Ja’, viel ineens Kees uit: Ja zo bijzonder dat daar tenminste een stuk vlees aanzit, dat die een paar tieten heeft waar ik tussen wil sterven zo lekker dik, en een stelletje dijen, daar wil ik in graven met mijn snikkel net zolang tot ik dat hele lichaam voel trillen van genot”, brulde hij ineens naar zijn vrouw. Hij gooide zijn driftig zijn servet op tafel en knalde zijn stoel achterover, liep met stevige passen naar de bank en plofte neer. Zo dat was er uit. Nou zij nog. “Wil je zeggen dat je mij, je bloedeigen vrouw niet mooi meer vind?”, brulde nu ook Anna naar haar vechtgenoot.

“Moet je zien, waar ik mee trouwde was een vrouw van houvast, maatje meer en geen vel over been omdat die dozen van vriendinnen jouw de sportschool aansmeren en al die diëten die mij kapitalen met geld kosten, alleen omdat de modewereld wil dat je met je tijd meegaat. Mens zie je dan niet dat geen kerel naar je kijkt!” Zijn toon was woest, teleurgesteld in zoveel domheid waar hij mee getrouwd was. Al maanden had hij commentaar op het feit dat zij veel te snel afviel, zij was niet eens dik, maar de rem was nergens te vinden. Zij bleef maar doorgaan met afvallen, steeds een maatje minder. Haar ouders hadden hem al gevraagd of zij niet eens onderzocht moest worden want dit ging veel te snel en dat op haar leeftijd.

“Die ene keer dat we sex hebben, nou hadsikidee ik hang de vlag uit, maar ik heb dan het idee dat ik op een bak met benen lig te rampetampen!” Zijn kwetsende woorden kwamen hard aan en de tranen die biggelden over haar magere wangen, hij trok zich er niets van aan.
“Het is mode hoor om slank te zijn”, sprak zij zacht met trillende stem.
“Gelul van een dronken aardbei, jullie maken elkaar gek met al die modefratsen. Een hand vol vrouw is voor mij meer waard dan een gratenpakhuis waar ik een lamp aan de achterkant kan houden, kan ik zo je ribben tellen!”
“Ja nou weet ik het wel”, brulde zij en ging naast hem op de bank zitten.
“Wil je scheiden, wil je een gevulde eend die zich elke dag vol vreet met ongezonde dingen en zo oud worden met een dikke trol?”
“Als je gewoon normaal eet en niet elk hapje op de weegschaal legt, die ik trouwens in de kliko heb gesodemieterd mocht je die morgenvroeg zoeken, dan wordt je geen dikke trol maar de vrouw waar ik ooit van hield, die was die zij was, zichzelf en geen gemaakt product van de maatschappij. Wij mannen wordt ons ook opgedrongen dat slanke vrouwen mooi zijn, maar mooi hoeft niet lekker te zijn hoor. Slank is best mooi als je ervoor geboren bent, maar wij mannen durven amper te bekennen dat wij gek zijn op types als Rubens figuren. Daar heb je nog houvast aan!”

Even was het stil, Anna droogde haar tranen en ging koffie maken, hij bleef nors voor zich uitkijken. Gelukkig het was eruit na maanden van afzien en irritatie. Stille hinten had zij niet begrepen als hij een opmerking maakte wanneer zij een volslanke dame ergens zagen was het strijk en zet dat hij zij “Kijk zo was jij vroeger ook, heerlijk toch!”Gevolg was dat er meer dieetproducten in huis kwamen.
Zij kwam uit de keuken met het koffieblad, de pot koffie erbij en een rol chocoladekoekjes
Hij schonk de koffie in en zij ging naast hem zitten, pakte de rol met koekjes, hield hem die voor en hij pakte er demonstratief twee uit.
Zij hield de rol vast en begon te eten, de koffie negerend.
Gelukkig zij hield nog van hem. Hij zuchtte toen hij zag hoe zij genoot van het derde koekje uit het pak.
Het begin van een nieuw huwelijk was begonnen.


klapdoos

Gewoon een Amsterdamse vrouw die met een vrouw getrouwd is, ziek is, zodanig dat de neerwaartse spiraal steeds verder zakt. maar een kniesoor die daarop let. Ik lach graag, heb genoeg traantjes gelaten om mijn ziekte en nu is het tijd om via mijn nieuwe boek eens door te gaan met uit het leven te halen wat er te halen valt, zeker in een crisistijd is het de kunst om toch vrolijk te blijven. Mijn motto is dan ook: Een dag niet gelachen is zeker een dag niet geleefd.

6 reacties

WakendOog · 9 juli 2009 op 07:56

Nah, da’s in ieder geval duidelijke taal, zegmaar.. 😀

Saya_Surya · 9 juli 2009 op 08:41

[quote]”Als je gewoon normaal eet en niet elk hapje op de weegschaal legt, die ik trouwens in de kliko heb gesodemieterd mocht je die morgenvroeg zoeken,[quote]

geweldige tussenzin! 😀

SIMBA · 9 juli 2009 op 11:39

Ik vind hem goed Leny!

pally · 9 juli 2009 op 14:35

Ja, Leny, leerzaam en niet echt subtiel aangepakt. Maar dat past wel bij dit “Hou op met die flauwekul” onderwerp.Ik neem ook maar weer een koekie meer bij de koffie, vanmiddag. 😀

groet van Pally

Prlwytskovsky · 10 juli 2009 op 00:09

Het derde koekje? Moet ook niet gekker worden dan. Budgetair gezien dan, he? 😉

Mien · 10 juli 2009 op 14:26

Hij is goed Leny.
Kort maar krachtig neergezet en een geheel eigen vulling gegeven aan een modegril(l).

Vechtgenoot … wat een vondst.

Boule Mien

Geef een antwoord