Voorafgaand: Na een avondje stappen werd ik, bij thuiskomst, verrast door drie indringers.

Klats! Ik kwam weer bij, omdat er een goed gevulde emmer water in mijn gezicht werd uitgestort. Daar zat ik, in de garage, op een stoel en van achter vastgehouden door een van de ongenode gasten. De twee andere galpers stonden voor mij. De groene gozer sprak: “Luister vader, je gaat ons nu meteen die partij vloerbedekking overhandigen, anders gaat het hier zo meteen pijn doen, begrepen?” Ik keek hem verbaasd aan. “Vloerbedekking? Daar staat ie.” Ik knikte met mijn hoofd naar de hoek van de garage, waar drie rollen tapijt op elkaar gestapeld lagen. De drie keken ernaar en barstten in lachen uit. “Ach, een grapjas. Daar hebben we op gerekend,” verklaarde de groene en hij haalde een mes tevoorschijn. Ik begreep dat dit niet helemaal goed ging en gooide het over een andere boeg: “Okay, ik snap dat dit niet de vloerbedekking is die jullie zoeken, maar meer heb ik niet in de aanbieding. Volgens mij is er sprake van een misverstand.”

“Een misverstand zegt ie!” De Hulk begon te loeien, schopte tegen een poot van de stoel en sloeg me in het gezicht. Het leek verdomme wel een scene uit Clockwork orange, bedacht ik. De malloot ging helemaal door het lint. Die vent spoorde niet! Zo meteen springt hij uit z’n vel, gelijk de echte Hulk, stelde ik me voor. Volgens mij zat ie tot aan zijn neus onder de drugs. De twee andere pipo’s waren overduidelijk bang voor hem. Met een snauwend ‘aan de kant’ duwde de groene smurf een van zijn maten lomp opzij, en banjerde de garage uit, naar het binnenplaatsje. De kwal kon het niet laten om loeihard tegen een oude schoendoos te schoppen die daar lag. Pech voor hem. Ik had de doos eerder die dag over een vlijmscherpe ijzeren pin geplaatst, die uit de grond stak, vast gegoten in beton. De pin was achtergebleven nadat ik een paal had weggehaald van ons oude tuinhuisje. De doos had ik als markering voor mijzelf en Sylvia over de pin gestoken, zodat we niet over het ding zouden vallen. En uitgerekend nu schopte die zak zijn voet bijkans middendoor op diezelfde pin. Ha! Zijn ogen puilden uit en hij brulde het uit van de pijn. Het lukte hem zowaar niet om zijn voet los te trekken van de pin. Vastgenageld aan de grond! Zijn maten probeerden te helpen. De vuile sodemieter huilde en er bleef hoegenaamd niets over van de lefgozer, zoals hij zich zojuist nog had voor staan te doen.


Thomas Splinter

Verhalen zijn splinters uit mijn onderbewustzijn.

0 reacties

Geef een reactie