Het is zaterdagavond, de mooiste avond van de week. Vanavond gaat het gebeuren, zeker weten. Kees is nu al in zijn element. En toch slaat de twijfel toe. Als hij in de badkamerspiegel kijkt ziet hij grote tekortkomingen. Te groot en te veel. Hoe moet dat nu vanavond. De grote stapavond. Zou ze er weer zijn? Zou hij haar kunnen boeien, durven aanspreken? Zou ze hem zien staan? Het meisje uit de stad, waar iedereen verliefd op is. Is hij de moeite waard? Kees.

Het is nog vroeg en het stamcafé loopt nog niet echt vol. Zenuwen kriebelen Kees in de buik. Op het toilet bekijkt hij nog eventjes zijn outfit. Hij draagt zijn favoriete blouse en broek. De stoere schoenen zitten stevig. Alleen is het Kees die er onzeker in beweegt. Een biertje dan maar. Zijn gabbers stromen langzaam de kroeg binnen. En de dames. Nog geen Bibi te zien. Ze komt toch wel, vanavond? Op de avond die Kees bedacht heeft als zijn avond. Het is warm in de kroeg. Of ligt dat alleen aan Kees? Een prachtige zomeravond en bijna iedereen die Kees kent is aanwezig. Dat wordt lastig. De zoektocht naar het momentum. Maar eerst moet Bibi nog komen.

Kees’ vrienden zwermen om Kees heen. ‘Wie Motten das Licht’. Heel vervelend, nu Kees wat anders aan zijn hoofd heeft. De liefde plakt achter zijn oren. Gelukkig weet Kees dit nog te camoufleren met stoer gedrag. Hij bestelt snel wat biertjes, ook al is het nog niet zijn beurt. Kees kent een grote populariteit onder zijn vrienden. Dat steken ze niet onder stoelen of banken. Hij weet dat. En toch, nog nooit heeft Kees zich zo alleen gevoeld. Alleen onder de mensen. Hoe moet dat nu? Hoe moet dat nu vanavond?

“Wat ben je vanavond toch afwezig Kees?” Het is Sabine die zich over Kees ontfermt. Kees weet dat zij verliefd op hem is. Hij wil eigenlijk niet gezien worden in haar gezelschap. En zeker niet nu. Hij weet alleen niet wat hij mist. Een schat van een meid is Sabine. Alleen erg lelijk. Bijna zo lelijk als de nacht. Vreemde uitdrukking denkt Kees. Want juist de nacht kan erg mooi zijn.

De combi bier en brandende liefde, hartje zomer onder vrienden, geeft Kees een erg benauwd gevoel. De drank stijgt vanavond snel naar zijn hoofd. Wat moet hij doen, ten overstaan van al zijn gedachte vrienden? Het liefst zou hij wegrennen. Bibi is er niet. Het hele plein voor de stamkroeg staat vol mensen. Kees ziet het niet meer. Hij ziet haar niet. Hij durft ook niet naar Bibi te vragen. Waar ze blijft. En al zeker niet bij haar boezemvriendin, Sandra, de vriendin zonder boezem. God, wat is hij verliefd op Bibi. Het mooiste en zwoelste meisje van de stad. Met haar gitzwarte haar en reebruine ogen, haar guitige glimlach en haar goddelijke lijf. Rondingen om van te dromen. Onbereikbaar. Wat doet de toch liefde pijn.

Kees moet handelen. Nu. Een daad zetten. De liefde vraagt om daden. Niet om geduld. En zeker niet als hormonen gieren in de keel. De alcohol maakt rozig en creatief. Het kraakt en piept in Kees’ hoofd, hart, ziel en lenden. Waar is ze nu? Theatraal gooit Kees zich op de grond, te midden van zijn vrienden, voor het stamcafé, languit op het plein en krabt met zijn vingers over de grond. “Bibi, Bibi, waar ben je, waar zit je, ik hou van jou …!” De vrienden reageren eerst verbijsterd en barsten dan in lachen uit. Weer zo’n maffe act van Kees? Totdat ze hem zien huilen. Grote tranen. Echte tranen. Frank, de beste vriend van Kees raapt het hoopje mens op en biedt troost. Diepe troost. Arme jongen.

Categorieën: Verhalen

Mien

Bewonder luidruchtig en verwonder in stilte

14 reacties

Mien · 6 oktober 2014 op 21:48

Oeps, klein foutje in column. Waar Hanneke staat moet Sabine gelezen worden. Heb reeds de redactie gevraagd om het aan te passen.

De Redactie · 6 oktober 2014 op 22:03

Welke Hanneke??? ?:-)
Het is aangepast! :silly:

troubadour · 7 oktober 2014 op 10:23

Je hebt al drie reacties voordat iemand het gelezen heeft Mien.
Vier!

evil-ine · 7 oktober 2014 op 13:48

Ach gerum die Kees. Kwetsbaar geschreven, ik leer hier hoe je goed in de 3e (zeg ik dat goed?) persoon kan schrijven, zoals schijnbaar de Alwetende Schrijver schrijft. Ik hoop niet dat dit autobiografisch is van jou of een van je vrienden, het eind is erg sneu :-))

Mien · 7 oktober 2014 op 14:31

Je maakt de schrijver wel erg belangrijk evil-ine. Met hoofdletters geschreven. Soms is een derde persoon handig. Kweekt de nodige afstand en maakt het verhaal meer verhaal. Alomvattend voor de lezer. 😉

pally · 7 oktober 2014 op 14:42

Wel goed geschreven, Mien, alleen het constant herhalen van de naam maakte mij wat kregelig.
In de 1e alinea: prima, zo los aan het eind.
In de volgende twee alinea’s tel ik zes keer ‘Kees’. Dus voor mij net iets te veel ‘gekees’.

    Mien · 7 oktober 2014 op 14:48

    Vanuit de derde persoon is dat haast onvermijdelijk. Maar je hebt wel een punt. Ga kijken of ik er een paar kan schrappen. Thanks!

Pierken · 7 oktober 2014 op 18:21

Wat mij aansprak in de eerdere ‘Kezen’ was dat je zijn wereld geloofwaardig beschreef door de ogen van Kees als kind. Als dit dezelfde Kees is, dan leest hij als ouder persoon voor mij te plastisch. Met name de laatste alinea. Als Kees uiteindelijk een geestelijk minder bedeelde blijkt te zijn, dan kan ik daar meer mee. Iets dat ik jammer zou vinden, omdat ik in de eerdere delen ook autobiografie vermoedde/hoopte.

    Mien · 7 oktober 2014 op 19:58

    Ik kan je geruststellen. Je hebt het verhaal goed gelezen. Je hebt er als lezer uitgehaald wat erin zat. Bedankt voor je reactie.

Nachtzuster · 8 oktober 2014 op 23:33

Mooi schurend verhaal over een onbeantwoorde liefde. Eens met pally, wel veel keer het woord Kees. Kan vermeden worden door het woord ‘hij’ of ‘hem’. Maarre, graag gelezen! :rose:

    Mien · 9 oktober 2014 op 07:23

    Bedankt voor je reactie. Ik heb inmiddels een aangepaste versie op mijn weblog geplaatst. Met minder Kees. Hoewel? 😉

Mien · 9 oktober 2014 op 07:29

Mooi en blij om te lezen hoe je twee muzen in een verenigt. :yes:
Qua poëzie had ie nog iets compacter gemogen. Zoals Hella impliciet aangeeft. In de beperking toont zich de meester. Of less is more. Maar ik begrijp ook het enthousiasme rondom de boodschap. Beide muzen mogen zich gelukkig prijzen met zo’n ode aan de liefde.

Geef een antwoord