Elf was ze. De eerste zes weken van de middelbare school had ze gemist door een ongontsteking.
“Het geeft niet”, had de schoolleiding haar ouders verzekerd, ze is buitengewoon pienter, VWO plus getest, ze haalt het zo in. De eerste schooldag brak aan. Met lood in haar schoenen fietste ze de twintig minuten naar school, op haar bagagedrager een grote leren tas. Afschuwlijk vond ze de tas. Haar broer had dezelfde gekregen en was er al mee gepest. Een pukkel!!! Dat hadden ze willen hebben, dat was in! Haar ouders hadden gekozen voor kwaliteit, deze tas zou hun hele schooltijd meegaan.

Met haar lange, bijna zwarte haar, fietste ze de laatste hoek om en zag links van haar een grote fietsenstalling. Ervoor zag het zwart van de kinderen. Haar hart klopte in haar keel bij het afstappen. Met neergeslagen ogen probeerde ze zich een weg te bannen door een groep jongens, grote jongens, héle grote jongens.
“Mag ik er even langs” vroeg ze schuchter.
De groepje week uit elkaar. Op weg naar een leeg stukje fietsenrek werd er hard aan haar bagagedrager getrokken waardoor ze abrupt stil kwam te staan. Geschrokken keek ze om en zag een jongen staan, lang, wild haar, een shaggie in zijn hand. De kring sloot zich weer, de groep rook sensatie.

“Wil je alsjeblieft mijn fiets loslaten” vroeg ze. Ze moest omhoogkijken naar de jongen. De knul trok aan de snelbinders en gooide haar tas in de groep jongens.. “Hier, voetballen!” Onder gelach werd de tas heen en weer geschopt. Meer en meer kinderen kwamen er omheen staan. De tranen sprongen in haar ogen. Waarom zat haar grote broer op de hoofdvestiging en zij op de dependance,ze had hem nodig! De tas, ze zou er
mee naar huis moeten, helemaal beschadigd, ze zou op d’r lazer krijgen! Ze deed trillend een stap naar voren. “Wil je nú alsjeblieft mijn tas teruggeven”!. De jongen lachte, daagde haar uit, “Haal ‘m dan!”.

In een flits herinnerde ze zich een voorval enkele maanden terug voor de deur. Ze mocht niet mee voetballen. Het werd ruzie en ze kreeg een harde klap.Huilend was ze naar boven gelopen en vertelde het aan haar vader. “Dan moet je niet janken. Ga terug en sla die gozer op zijn bek, harder dan hij jou heeft geslagen”!
“Lex!” hoorde ze haar moeder nog net protesteren voor ze terugliep naar beneden en precies dat deed wat haar vader haar gezegd had. Haar vader stak vanaf het terras zijn duim naar haar op, breed lachend. Vanaf die dag, voetbalde ze mee.

Opnieuw deed ze een stap naar voren.
“Nee, haal jij ‘m maar, jij trok m van mijn fiets af”. Inmiddels boos gooide ze haar lange haar naar achteren en haar felblauwe ogen spuwden vuur. De jongen gaf een ruk aan haar fiets zodat ze met fiets en al ten val kwam. Het lachen zwol aan. “Niet janken, sla hem op zn bek!” ze kon haar vader horen. Ze stond op, zette haar fiets weg en draaide zich om. De etterbak stond met haar tas in zijn handen…”Hebben?” hoonde hij, “hebben?”. Met wild kloppend hart trok ze haar nieuwe jas uit, vergetend dat zij iets had wat alle andere meisjes (nog) niet hadden… borsten.

Heel even werd het doodstil. Jongen stootten elkaar aan, er werd gekeken, er werd gelachen en daar werd gezegd wat ze jaren lang zou blijven horen, iedere dag weer.
“Grote tietttuhh”! klonk het joelend. De groep nam het over, het geluid zwol aan.”Grote tietttuhh”. Het grote joch stond te schateren, haar tas in zijn smerige handen.

Ze verstijfde, voelde een kou rond haar hart die plots omsloeg in hevig vuur. Met grote sprongen, snelheid en kracht, deed ze haar sterrenbeeld eer aan en vloog als een Leeuw op de jongen af.
Een gerichte kaakslag, één klap op zijn oor en een schop tegen zijn scheenbeen die ze zelf nog drie dagen zou voelen. Hij ging onmiddelijk neer, kermend van de pijn. Twee leraren kwamen aanrennen om te kijken wat het tumult was waardoor de leerlingen de bel genegeerd hadden.
Ze werd meegenomen naar de rector, haar ouders werden gebeld. Geschorst werd ze niet, dat niet. Maar haar eerste week was er één van nablijven, het schoolplein aanvegen, lokalen schoonmaken.

Niemand die het in de jaren die ze daar doorbracht nog hardop durfde te zeggen, maar het gefluister was er altijd…”Grote tietttuh”.
Vanaf die dag ging het fout met die meid. Haar naam was gesetteld, ze had dèv echtersbaas van het college in een paar seconden gevloerd.
Ze ging zich gedragen naar haar imago. Liep voorop in vechtpartijen met andere scholen, pikte haar eerste zak snoep. Ze ging roken, spijbelen.
Leraren waren er niet rouwig om, ze was een probleemkind, ze waren zelfs een beetje bang voor haar. Een leraar, die bekend stond om zijn hardhandigheid, had haar een keer te stevig vast gepakt in het talenpracticum. Ze sloeg hem een bloedneus en sloopte bij het weggaan drie dure tafels. Bij de deur had ze zich 0mgedraaid. “Niemand slaat mij meer, begrijp je dat…?”

Ik overhandig haar de laptop. “Klopt dit een beetje? Heb ik een beetje kunnen verwoorden waardoor jij je zo lang rot hebt gevoeld, waardoor je vanaf die eerste schooldag niet meer rechtop liep? Niet meer wilde zwemmen, alleen maar wijde truien droeg, ineens stopte met turnen?” Ze knikt.”Weet je nog, mamma iedere dag: “Loop rechtop! Waarom loop je er ineens zo raar bij?”Haar opa had t wel in de gaten. Die had haar eens aangekeken, een arm om haar heen geslagen. “Wat is er aan de hand op school, waarom doe jij ineens van die rare dingen, je kan zo goed leren”? Ze had het hem willen vertellen, hij was haar beste vriendje. Ze had het kunnen doen, in één van haar “brieven aan opa” waarin ze
hem altijd vertelde wat ze meemaakte. Ze haalde haar schouders op. “Maakt niet uit opa”.
Zijn standaard-grapje: “waar koop jij toch die truitjes met die grote bulten erin”? maakte hij niet meer, alsof hij aanvoelde dat er ook buiten school nare dingen met haar waren gebeurd.
“Jij redt t wel kleine” waren zijn liefdevole woorden.Haar imago is altijd blijven bestaan. Stoere meid, die redt t wel!

“Dat was ik wel he, ondanks alles”? Ik raak mijn kleine zelf even aan. “Tuurlijk meid, jij en ik zijn één, wij kunnen de hele wereld aan Een stille traan glijdt over haar wang, mijn wang. ”

Even houden wij elkaar stevig vast.Voordat we met een laatste knipoog weer in elkaar opgaan, hoor ik haar nog net fluisteren: “Leugenaar…”.

(Wordt vervolgd)


7 reacties

Anne · 8 maart 2009 op 22:56

Ik vind het moeilijk hierop te reageren. De dialoog tussen huidige vrouw en meisje van toen is niet helemaal passend vind ik, misschien te geconstrueerd. Het verhaal over en ván het meisje zelf raakt wel. Ik zou het tweegesprek misschien minder letterlijk maken.

LouisP · 8 maart 2009 op 23:29

Hoi S.
ik heb echt moeite gedaan om het te kunnen plaatsen. Heb deel 1 nogmaals gelezen. Dat ik overigens wel liever had. Deel 2 is voor mij ontzettend moeilijk en dan ga ik automatisch wat meer op de vorm letten. Ongontsteking, leestekens buiten aanhalingstekens, dan weer er binnen. Echtersbaas. ’t en ‘m zonder aanhaling.
Verkeerd geënterd.
Emotie zit er wel in.
Het vervolg ga ik wel weer volgen.
groet,
L.

Mien · 9 maart 2009 op 10:53

Borsten zijn dwarsliggers en karaktervormers.
Dat mag duidelijk zijn.
Zowel lijdend als leidend voorwerp.
Ben benieuwd waar jouw continuing story in uitmondt.

Mien

pally · 9 maart 2009 op 11:52

Qua inhoud raakt het zeker. Maar de vorm is erg rommelig met te veel slordigheden. Het teruggaan naar het nu en jezelf vind ik hier kunstmatig aandoen en onnodig. Ik raad je aan je column eerst te laten nakijken en zelf de spellingscontrol er doorheen te halen.
Je schrijft overigens zeker niet slecht…

groet van Pally

Anne · 9 maart 2009 op 13:39

Nog even een aanvulling. Volgens mij is de grootste uitdaging in dit (totaal)stuk niet zozeer de beschrijving van de ervaringen van de ik-persoon in het nu, net zo min verder de ervaringen van het meisje toen, maar juist die dialoog tussen meisje en vrouw, tussen toen en nu. Jij hebt het zoals gezegd heel letterlijk aangepakt, maar volgens mij moet je nou net daarin meer je tanden zetten. Fantasie laten werken, een vorm zoeken voor die samenspraak. Hoe? Geen idee, dat is aan jou. Maar er is beslist iets meer mogelijk.

Mosje · 9 maart 2009 op 16:12

Erg lang stuk, en niet erg mooi gestructureerd. De overgang naar de dialoog (ik overhandig haar de laptop etc) had ik in eerste instantie niet in de gaten, raakte totaal verward. Ook al omdat die dialoog niet echt lang een dialoog blijft.

Ik geloof dat je verhaal sterker zou zijn geweest als je je beperkt had tot het incident op het schoolplein, niets meer en niets minder.
Als je dat goed opschrijft, spreekt eigenlijk alles voor zichzelf.

Syl · 10 maart 2009 op 17:49

Dank jullie wel. Het blijft moeilijk iets wat voor mij volkomen vanzelfsprekend is, begrijpelijk te krijgen voor de lezer geloof ik :hammer: Ga er mee aan de slag. :kus:

Geef een antwoord