Ik heb nog nooit een ijsbeer heen en weer zien lopen. Zeker niet door een smalle gang in een Gronings studentenhuis. Een beer heeft het ook niet koud. Ik ben naar de gang gelopen om de thermostaat een paar graden hoger te zetten. Als je de verwarming uit zet, dan kan je nog wel een paar uur ronddwalen terwijl de omgeving afkoelt. Maar nu ik een koude pils in mijn hand neemt, schieten de rillingen over mijn rug. Ik probeer mijn handen te warmen door te bidden. Het is lang geleden dat ik werkelijk gebeden heb. Een gebedje wilde wel eens door mijn hoofd schieten als ik rillend van de koorts onder talloze dekens mijn griep probeerde uit te zweten. Het leven is kut, als je ziek bent. Daartegen bad ik als kind altijd. Ik had een standaard rijtje dat ik opnoemde. Dat alle zieken beter werden, alle armen rijker en zo. Mijn eigen belangen mocht ik van mijzelf pas behartigen wanneer ik eerst die van andere uitgesproken had. Het was een periode dat ik bewust probeerde te bidden, maar duurde niet lang. Elke keer viel ik halverwege in slaap. Soms werd ik wakker, bood ik snel mij excuses aan en ging ik weer verder, om vervolgens weer in slaap te vallen. Ik denk dat ik toen van mijn geloof afgestapt ben, omdat ik liever slaap. Ik bedoel, waarom moet een kerkdienst om half tien ’s ochtends gehouden worden? Op het moment als Villa Achterwerk begon. Maar dat terzijde.

Eigenlijk ben ik ook niet aan het bidden. Ik ben aan het vloeken. God is de enige die eventueel in mijn huis aanwezig zou kunnen zijn. Mijn huisgenoten zijn vertrokken vanwege de kerst. De een zoekt de gezelligheid bij ouders, de ander in de sneeuw. Ik besloot te blijven en in de rust de tijd die achter mij ligt te evalueren. Vandaar de pils.

De enige reden waarom ik in een god zou geloven, is om hem uit te schelden. Als wij daadwerkelijk het kopstuk van zijn schepping zijn, dan concludeer ik dat het verschrikkelijk mislukt is. Er zou geen enkele reden moeten zijn dat ik mij hier een beetje depressieverig zit te voelen. Het is niet eens een woord.
Misschien een hobby.
Of een dier.

Er zijn weinigen die de voorgaande grap zullen begrijpen. Vier mannen om precies te zijn. Het doet mij een genoegen om terug te denken aan die gelukzalige tien dagen in Frankrijk. Ironisch genoeg het land waas God woont .
Voor hen die er niet bij waren, zal ik uitleggen wat ik bedoel. Ik ben niet depressief, maar deze nacht wordt ik heen en weer geslingerd tussen emoties – logisch dat ik in de gang aan het ijsberen was. Zoals ik al zei, het is een nacht van reflectie. Misschien is niet toevallig dat dit me aan het einde van het jaar overkomt. Het is dus wel toepasselijk om er een jaaroverzichtje van te maken.

Het jaar begon met een goed feest in Julianadorp aan zee. Het beste dat je tijdens de viering van de overgang van oud naar nieuw kan doen, is tijd doorbrengen met vrienden. Misschien was het nog beter geweest als mijn meisje erbij was geweest, maar die wilde niet. Ik weet nog steeds niet precies waarom. Wellicht een voorteken voor het einde van de relatie, een maand later.
De tijd erna werd gevuld door een succesvol afgeronde afstudeeropdracht. Ironie alom, want nu ben ik bachelor, wat in het engels vrijgezel betekent.
Tien dagen in Frankrijk, waar je bij had moeten zijn – niet om uit te leggen dat je niet begrijpt wat ik bedoel, maar op uit te leggen dat je er bìj hàd mòèten zijn.
Er waren twee meisjes (of vrouwen, dat hebben ze me nog steeds niet helemaal duidelijk gemaakt) die mij een hoop hebben geleerd over seks. Misschien nog wel meer over liefde, juist omdat het er niet was. Het doet je terug verlangen naar de emotie waar je zo van gehouden hebt. Alleen is daarbij het probleem dat je hetgeen je als laatste mee hebt gemaakt, daarop projecteert. Ik ben zelfs weer een beetje gaan houden van haar, tegelijkertijd wist ik precies waarom ze bij me weg ging. Met een dergelijk gevoel rest je niets dan ijsberen.
Vorige week zag ik haar weer. Hand in hand.

Ik laat het graag impliciet, maar laat ik het zo zeggen: Jozef was ook niet blij toen Maria zwanger bleek te zijn.

[i]Cor Jan van Zwol[/i]


5 reacties

rosaatje · 28 december 2007 op 18:16

Leuke column, lekker vlot geschreven!
Beetje hak-op-de-tak naar mijn mening, maar dat heeft ook wel weer iets.

Mensen schrijven bij mij over mijn spel- en grammaticale fauten, en het doet inderdaad afbreuk aan je column. Het voelt nu alsof ik de pot ben die de ketel verwijt maar een spellingscontrole was hier niet verkeerd geweest.

Beryl · 28 december 2007 op 19:26

Je column begon goed, maar eindigde naar mijn idee in een blog. Da’s jammer. Ook zijn de spelling- en grammaticafouten te veel om op te noemen, wat mij uitermate gestoord heeft tijdens het lezen (en zéker van een ‘bachelor’ mag meer verwacht worden, vind ik!).
Het idee achter je column (de reflectie, het opzoeken van de rust en het terugkijken op het afgelopen jaar) spreekt me aan, maar je had hier -mijns inziens- meer uit kunnen halen…

Volgend jaar beter! 😉

KawaSutra · 28 december 2007 op 21:09

Vanaf de verkondiging dat je een grap geplaatst had was ik het spoor in je verhaal bijster. De grap heb ik overigens ook niet gevonden en je hebt hem verder ook niet toegelicht. Dan vraag ik me wel af wat daar dan de functie van is.
In Frankrijk vond ik het spoor weer terug en de laatste paar zinnen zijn dan wel weer een aardige afsluiter.

weathergir · 28 december 2007 op 23:05

En nu even over de inhoud: verwarrend, maar op de een of andere manier intrigeerde het verhaal wel. Waren het nou twee of zelfs drie verhalen? En hoe is het met jouw griep? 🙄

Grumpy-old · 29 december 2007 op 14:30

Ijsberen, studenten, geloof en bier. Ergens zit er ook nog een grap tussen, waarvan ik de clou overigens niet heb kunnen vinden. Maar om één of andere manier lees ik er vlot doorheen. Al blijf ik achteraf met de vraag zitten ‘waar gaat dit bu in hemelsnaam over?” 😆

Greetz
Grumpy

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder