Het poeder- en pillenoffensief werkt niet echt. De wateraanval ook niet. Hoeveel water ik ook naar binnen giet, de hoofdpijn blijft zwemmen. Na een nacht met migraine sta ik op met migraine. Maar minder, en de hoop dat ik het monster toch in de komende dag zal kunnen verdrinken neemt toe. De ochtend is grijs, maar er zit zon achter de mist, ik ruik het als ik mijn neus ter inspectie naar buiten steek.
Ik leg mijn kinderen uit dat mamma even alléén moet wandelen. Tien minuten, meer niet. Ze reageren nauwelijks, druk bezig met mekaar. Ik stap naar buiten.

Ik snuif diep. Zuurstof. Het helpt, het lopen. Als ik kon bleef ik de hele dag lopen, tot de pijn verdwenen was.
Er komen katten langs en ik hurk en ik lonk. Een glanzende zwarte kater puzzelt zichzelf routineus langs mijn handpalm, van zijn kop tot en met het puntje van zijn staart. Als ik weer opsta en verder loop besef ik dat er een psychische component zit aan migraine. De hoofdpijn was even helemaal weg. Maar ja.

Er komt een zuivere haarspeldbocht, linksom, die zich afwendt van de weg rechtdoor. Ik twijfel over de route. De ligusterheg naast de haarspeldstoep volgt de vorm van de bocht perfect. De eigenaar van het huis en de tuin achter de heg heeft er vast plezier in gehad zijn snoeischaar over het hegdek te jagen.
Ik kies voor linksaf. In de buurt blijven. Het groene vlak naast mij maakt een buiging.

Halverwege de bocht zie ik de man. Hij staat voorovergebogen, duwt zijn neus nog net niet in het loof, en praat. De man merkt mij op, buigt terug tot stand rechtop en vervolgt zijn weg. Terwijl hij mij passeert krijg ik een blik en een glimlach, met blote tanden. Ik glimlach terug. Als er iemand is die anderen hun buigingen vergeeft dan ben ik dat wel.

Ik kan het niet laten. Waar de man stond stop ik zelf. Ik buig exact in zijn spoor en gluur door de heg. De hond aan de andere kant kijkt mij recht in het gezicht. Alert, zwijgend. Ik start mijn hondepraatje, en scan ondertussen de tuin. Rommelig. Een donkere hoek met een ronde punt. Ik kan het mos bijna ruiken. Deze punt ligt op het noorden. Zon min zon is nul. Als ik de hond was zou ik protesteren. Ik leg wat meer liefde in mijn stem maar de hond blijft gespannen. Ik buig weer terug en vervolg mijn weg. De hond begint te blaffen. Schor.

De hoofdpijn laat zich weer gelden als ik links doorsteek. Zo kom ik weer op onze straat terecht. Ik haal nog maar eens een paar keer heel diep adem, voordat het huis in zicht komt. Bij binnenkomst zijn mijn kinderen verwikkeld in een kussengevecht. Net op tijd red ik de veren.

Categorieën: Diversen

6 reacties

arta · 31 oktober 2006 op 18:39

Ik vind je “nieuwe” schrijfstijl mooi!
🙂

SIMBA · 31 oktober 2006 op 19:06

[color=00CC00]Ik kon de hoofdpijn bijna voelen toen ik het las….[/color]

Bitchy · 1 november 2006 op 08:24

Zo goed om- en beschreven!

Ik ben met je meegelopen en kon het niet laten om ook te bukken!

pally · 1 november 2006 op 10:33

Je brengt de stemming weer goed over, Anne, ook in je nieuwe ‘staccatostijl’.
Grappig dat de wereld vlak rond je huis vaak genoeg is om een universum te beschrijven.
Een puntje , het ‘Maar ja’ aan het eind van de 2e alinea vind ik niks toevoegen.

Mup · 2 november 2006 op 16:19

[quote]Ik leg mijn kinderen uit dat mamma even alléén moet wandelen.[/quote]

Ja, dat is moeilijk, ik ben met je meegelopen, gelukkig zonder hoofdpijn, knap beschreven, zonder ‘medeleven’ op te willen wekken, mooi dus,

Groet Mup.

Barbapappa · 3 november 2006 op 16:24

Je schrijfstijl is inderdaad erg leuk. De korte situatiebeschrijvende zinnen zijn goed afgewisseld met de andere zinnen. (ik neem aan dat Pally hetzelfde bedoeld?)
Anyway, keep up the good work!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder