Coryna wordt door Gaïtan geschaakt. Hand in hand ontvluchten de twee het bordeel van Horrorus.

Verbaasde voorbijgangers staren de jongelui na, als ze hen voorbij zien sprinten. Opeens horen ze een afgrijselijk geschreeuw. Het geluid snijdt door merg en been, en komt van Horrorus, die de ontsnapping van zijn topattractie heeft ontdekt. De souteneur ontploft bijkans. Woest duwt hij zijn eigen medewerkers en de wachtende klanten in zijn bordeel opzij. Buiten gekomen ziet hij nog net hoe de prins en zijn liefje om de hoek van de straat verdwijnen.

Daar op de hoek heeft Gaïtan zijn witte paard gestald. Hij helpt Coryna op het beest, springt zelf soepel achterop en geeft de knol de sporen. Vooruit met de geit, en wegwezen hier! Horrorus staat ook niet stil, trekt een knecht van diens paard en zet, compleet doorgedraaid, de achtervolging in.

Als Gaïtan achterom kijkt, merkt hij dat Horrorus hen op de hielen zit. Met een waanzinnige rit door allerlei smalle steegjes, proberen ze van de pooier los te komen. Maar helaas, tenslotte lopen ze zich klem in een doodlopende uithoek. Voor hen doemt de stadsmuur op! Het paard steigert, en Gaïtan flikkert op de grond. Snel staat hij op, en ziet dat er een gammel poortje in de muur zit. Gaïtan haalt aan en schopt het hele geval aan barrels. Een smalle wenteltrap komt in zicht. De prins trekt Coryna achter zich aan, de trap op, mee naar boven. Horrorus is nu ook ter plekke gearriveerd, en ziet het tweetal nog juist door de geruïneerde poort verdwijnen. Gaïtan en Coryna klimmen verder en verder en komen boven op de stadsmuur terecht. Ze zien de hoge kantelen voor zich, en als ze daar tussendoor een blik werpen, staren ze in een peilloze diepe afgrond. Wanhopig zoeken ze een alternatieve vluchtweg. De schemering heeft ondertussen ingezet, en op de achtergrond klinkt het gezang van een hogepriester over de stad, waarmee hij de bevolking oproept voor het avondgebed.

Horrorus verschijnt nu ook op de muur. Hij grijnst. Gaïtan en Coryna rennen snel verder, maar het meisje valt. “Kom op, verdomme!” schreeuwt de prins, en trekt haar overeind. Hij probeert haar mee te sleuren, maar ze is bijna niet te hanteren, als een vaatdoek zo slap is ze nu. Ten einde raad hijst hij Coryna over zijn schouder, en op zijn tandvlees ploetert hij verder. Hopeloos! In twee tellen is Horrorus bij hen, pakt de prins bij zijn lurven, en slaat hem tegen de vlakte. “Ik zal een mooi borstbeeld van jou maken,” dreigt hij. Met een klik schuift hij zijn staf uit elkaar. Een vlijmscherp mes blinkt op in het licht van de ondergaande zon. Maar dan: Gaïtan kijkt ontzet over de schouder van zijn belager. Zijn ogen puilen uit. Uit nieuwsgierigheid blikt Horrorus achterom. Coryna heeft de nepbaard en kaftan van zich afgegooid, en is er in geslaagd om zich tussen twee kantelen op te trekken. Daar staat ze, naakt en kwetsbaar. De wind speelt met haar lange haren. Ze draait zich langzaam om, strekt haar armen voor zich uit en kijkt de twee kemphanen aan. Een serene blik in haar ogen. Met de bloedrode avondschemering op de achtergrond lijkt het meer op een Bijbels tafereel van Gustave Doré. Coryna heeft haar keuze gemaakt. In een reflex laat Horrorus Gaïtan vallen, gooit zijn zwaard aan de kant, en met katachtige snelheid springt hij naar de borstwering, om zijn kip met de gouden eieren te redden. Coryna laat zich achterover vallen.

Juist als ze uit het zicht verdwijnt, lukt het Horrorus om haar bij een enkel vast te grijpen. In één beweging trekt hij haar terug, op de stadsmuur. Meteen verstijft hij en grijpt naar zijn borst. Daar verschijnt de punt van zijn eigen zwaard. Gaïtan duwt met alle kracht het zwaard door, tot aan het heft. “Dat beeld van jou, dat schrijf maar op je buik, vuile hond,” is het laatste wat Horrorus hoort. Hij raakt uit balans en verdwijnt met een ijzingwekkende kreet in de diepte.

Einde


Thomas Splinter

Verhalen zijn splinters uit mijn onderbewustzijn.

Geef een reactie