Zo ziet mijn gemiddelde zondag eruit: Ik word wakker in mijn bed met twee wildvreemde, bloedmooie vrouwen. Mijn appartement is bezaaid met kledingstukken waar ik niet overheen moet struikelen. Ik drink mijn vers geperst sapje, rook een sigaret en lees mijn post van zaterdag, waar meestal zo’n vier uitnodigingen tussen zitten voor Filmpremièrefeestjes of de opening van een nieuwe loungebar. Ik besluit naar de laatste te gaan. Nadat ik een uur intensief heb gesport om mijn lichaam zo goddelijk te houden als het nu is, bel ik al mijn vrienden, stuk voor stuk modellen en/of bekende prijswinnende acteurs, en omdat we te goed zijn om te lopen laten we ons door een Hummer-taxi afzetten voor de deur van de loungebar. Dan wordt het toch nog even onaangenaam omdat ik vind dat een jongen een lelijk hoofd heeft en dat tegen hem zeg. Natuurlijk ken ik alle portiers van deze loungebar en wordt de jongen verwijderd en krijg ik champagne. Uiteindelijk snuiven we allemaal een lijntje coke, drinken nog meer Martini’s en gaan eten in een restaurant dat gerund wordt door een steenrijke zigeuner met een houten poot. Dat alles wordt gefilmd door een camerateam van Talpa voor een reportage over hippe en rijke twintigers.

Ik moet bekennen dat dit inderdaad niet mijn gemiddelde zondag is. Vergeleken met mijn zondagen is zelfs een hele dag teletekst kijken spannend. En eigenlijk is dat best klote, want je kunt maar beter geen saai leven hebben. Je kunt maar beter een leven hebben waarin je hele familie aan de drugs zit en je elke dag als opgejaagd wild wordt achtervolgd door bendeleden uit het trieste getto waar je woont. Dan maak je in ieder geval nog wat mee. Anders wordt je zo’n figuur die op de vraag ‘hoe gaat het eigenlijk met jou?’ altijd antwoordt met “Ach ja, z’n gangetje hè.”

Het is niet zo dat heel mijn leven een aaneenschakeling is van saaiheden, maar sommige dagen en dan vooral zondagen, zijn om te janken en het leven gaat dan inderdaad gewoon z’n gangetje. Maar soms is dat helemaal niet zo erg. De gemiddelde zondag bestaat uit: wakker worden om 14.00, eten, dvd kijken, computeren, in de tuin bier drinken, eten, nog een dvd kijken en slapen. Het vreemde is dat nogal wat mensen hier last van hebben, hoewel velen het ontkennen. Feestjes zijn namelijk altijd het leukst als je er niet bij kon zijn, evenementen spetterend als je verhinderd bent.

Het lijkt altijd zo te zijn dat alles veel gezelliger is als ik er niet bij ben geweest. Dan word ik altijd heel jaloers op die mensen die er wel bij waren. Want die vertellen dan allemaal in geuren en kleuren wat er allemaal zo leuk was en dat ik De Gezelligste Avond Aller Tijden heb gemist. Om het leed te verzachten en mezelf niet te laten kennen zeg ik dan meestal maar niet dat ik tot vier uur ’s nachts aan columns heb zitten pielen, maar verzin wat vrienden waarmee ik tot diep in de ochtend het Parijse nachtleven heb verkend.

Om niets aan het toeval over te laten besloot ik dit jaar dus om élke dag naar de Kermis toe te gaan. Iets missen? Dè nie nèè! Dus ik race vanuit m’n werk naar de opening van de kermis met Imca Marina, loop me helemaal de pleuris op Roze Maandag om op elk plein de sfeer mee te pikken, ga ondanks mijn angst voor Clowns (het Bassie-syndroom, kom ik later nog op terug) bij Clown Jopie kijken tijdens de kindermiddag, bezoek zelfs het seniorenorkest in de bierhal, ben erbij als René en Geer in de Bierhal staan, lach me helemaal kapot, kijk elke avond naar Tévédèr10, mis geen enkele aflevering van Ferry van de Zaanden, halleej, proef de Caribische sferen op donderdag, maak zo’n helikoptervlucht boven de kermis, probeer zo´n beetje elke attractie uit en zorg dat ik bij de begrafenis van de kermis ben. Ik mis helemaal niets. Wat er ook gebeurd is, ik was erbij. Ze zouden een twaalfdelige reality-serie kunnen maken over alles wat ik beleefd heb in al die dagen Kermis.

En zo loop ik tussen duizenden mensen voetje voor voetje richting het Piusplein. Al deze mensen, die waarschijnlijk niet zoveel hebben meegemaakt als ik deze dagen. Ik moet er om lachen. Dan kom ik een kennis van me tegen. Hij vertelt me extatisch over alle feestjes waar hij is geweest terwijl ik de Kermis afstruinde en waar ik dus niet bij kon zijn.

Hij vertelt over de beachparty’s in Bloemendaal aan zee, over Dance Valley, de Zwarte Cross, orgie hier, Ibiza-vakantie daar en vraagt me terloops wat ik heb gedaan de afgelopen week. “Hoe gaat het verder met jou?” vraagt hij. Ik zucht heel diep en lach in mezelf, want eigenlijk had ik de afgelopen tien dagen voor geen goud met hem willen ruilen.

“Ach ja, z’n gangetje, hè”


3 reacties

Anne · 10 september 2006 op 08:49

Neem me niet kwalijk dat ik zo weinig kritiek heb op jouw schrijvende werken, maar ja, ik kan gewoon niks vinden. Met andere woorden, ik krijg geen genoeg van die verhalen van jou. Heerlijk.

melady · 10 september 2006 op 10:55

Prachtig Fjag, een zeer lees en lachbaar verhaal op de zondagochtend. Klasse!

[quote]het Bassie-syndroom, kom ik later nog op terug)[/quote]

Wat is later?

Ann · 11 september 2006 op 20:13

Wat een prachtige column!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder