Na elf jaar in de randstad gewoond te hebben, in een villadorp tegen de duinen aan, verhuisden we met ons jonge gezin naar een piepklein dorp aan de Linge. Het was emigreren. We spraken nog net ongeveer dezelfde taal. Hoewel het even duurde vóór ik begreep dat ‘temékus’, straks betekende en skutsen, schaatsen. 1 maart 1980, onze halve zeer grote familie had bereidwillig helpen verhuizen, terwijl het dikke vlokken sneeuwde.
De dag erna vertrok mijn echtgenoot naar zijn werk en nam de twee zoontjes mee naar onze oude tandarts richting westen. Ik zie ze nog wegrijden. Jaloers keek ik hen na. Moederziel alleen achtergelaten in de klei. Wat moest ik hier? Mijn oude autootje had het net begeven en de telefoon was nog niet aangesloten. Naast het gaskacheltje in de keuken zat ik ongelukkig te wezen en maakte lusteloos wat schijnbewegingen met verhuisdozen.

In september had het er zo romantisch uitgezien: het witte dijkhuisje met daarachter een boomgaard met rode appels aan de oude kromme bomen. Het leek op het platteland van Frankrijk. Binnen een week hadden we het beslist, dáár wilden we absoluut wonen.

Ach, we waren uiteindelijk tamelijk snel gewend. In onze tweede week aan de rivier, was de kelder ondergelopen. Langsfietsende dorpelingen zagen mijn echtgenoot geulen graven en draineerslangen neerleggen, met grote laarzen aan. Het ijs was gebroken. Ze riepen allemaal ’hallo’. Of kwamen een praatje maken. We waren dus niet lui, want we durfden in de klei te gaan staan met oude plunje aan.

Door ons bij de plaatselijke toneelvereniging aan te sluiten, want je moet toch ergens beginnen, kregen we al snel kennissen. Een verse toneelvriendin zette op mijn verjaardag een kartonnen doos voor de deur met drie krielkippen en een haantje. Een hok hadden we niet. Maar plaats zat; zo leuk, losse scharrelkipjes. Erg leuk, binnen drie maanden hadden we zesentwintig van die schatjes! Ze liepen naar binnen als de deur even open stond en sliepen s’nachts in de bomen en in de vensterbanken. Om vier uur s’morgens gaf één schor haantje de kraai-toonhoogte aan en de andere vijf vielen in. Altijd vlak onder ons slaapkamerraam. De plaatselijke kippenslachter kwam ze hoogstpersoonlijk de nek omdraaien en maakte daar met leedvermaak graag een vette act van. Ik ruik nog de weeë lucht als ik eraan denk. We hebben ze aan hem meegegeven, konden ze niet opeten. Dat was waarschijnlijk precies de bedoeling.

Geiten hebben we ook gehad. Een mooie omheining gemaakt. Die moest steeds hoger en hoger. Ze hadden zò bij het circus gekund: met vier poten op een smal paaltje en hup, soepeltjes erover. Lekker lunchen in de groentetuin van de buren. Maar, oh, wat waren de kleintjes lief, ze huppelden en maakten malle sprongen! Eén wilde er niet drinken en een dorpeling gaf de raad de moeder te melken en de melk in het bekkie van de kleine te spuiten.
Ik aan het ’uieren’: geen melk uit te persen. Ja, na een half uur spoot er toch melk uit. Mijn kleren, gezicht en schoenen helemaal onder. Alleen bij het geitje kreeg ik niks naar binnen. Na een week was hij gegroeid als kool. Dronk s’nachts blijkbaar stiekem bij zijn moeder. Ik had het idee dat ze me samen uitlachten ….

En een visite dat we kregen! Lekker een dagje naar buiten, s’zomers komen zwemmen in de Linge, s’winters schaatsen, toen nog wel. Alles geheel verzorgd. Wie had daar geen oren naar? Onze zonen, pubers geworden, dachten af en toe nog iets aan de folklore te moeten bijdragen en deden een alternatieve klompendans gelardeerd met een soort ‘Gronings’ gezang, ten behoeve van de wandelaars die in de lente de bloesemroute liepen langs ons huis. Ik weet niet of er daarom steeds meer rugzakkers langstrokken.

Nu, na 27 jaar zijn we stevig in de klei verankerd. ‘Temékus ’ willen we hier misschien nog sterven……


pally

Genieten van leven en mensen en natuur om mij heen. Schrijven als belangrijke drijfveer om te ordenen, te relativeren en te communiceren.

17 reacties

pepe · 8 maart 2007 op 08:05

Sfeervolle beelden maakte dat ik de klei kon ruiken, de haan hoorde kraaien.
Heel mooi beschreven, ik zag een Pally achter de ontsnapte geit aanrennen 😉

Ooit wonende onder de rook van de europoort en botlek, vertrokken wij naar de nieuwste polder, waar ik iedere dag als ik naar buiten stapte de bomen rook. Ik wil niet meer onder die wolken wonen, geef mij maar de polderluchten.

SIMBA · 8 maart 2007 op 08:36

Goed ingeburgerd dus!!! 😀

arta · 8 maart 2007 op 08:54

Geweldig beschreven!
[quote]Om vier uur s’morgens gaf één schor haantje de kraai-toonhoogte aan en de andere vijf vielen in. Altijd vlak onder ons slaapkamerraam.[/quote]
😆
Ik ben juist van de boerderie naar de stad verhuisd en moest hier wennen aan taal en gebruiken. Toen mij de eerste keer werd gevraagd of ik een sepke lustte was ik in de volle overtuiging wat te drinken te krijgen. Het bleek een dropje! :eh:

DriekOplopers · 8 maart 2007 op 10:13

Zo enorm mooi beschreven… Echt prachtig! Hulde, Pally!

Anne · 8 maart 2007 op 10:16

Heel mooi stukje Pally, vol weemoed lijkt het wel. Het valt me op dat jij en ik een paar belangrijke woonovereenkomsten hebben, bijvoorbeeld wateroverlast, dat is ons erg bekend. Bij ons komt het uit de berg, en verder hebben wij ook een wei met veel oude appelbomen, (en peren, en pruimen, en kersen en noten). Vooral van de bomen ga je houden, en hun bewoners!

Alleen die beesten, dat zit er nog niet in bij ons, zolang we nog teveel heen en weer reizen. Maar dat zou ik erg leuk vinden. En dan nemen we kalkoenen tegen de slangen!
groet van Anne

Arne · 8 maart 2007 op 20:40

mooi zeg pally..:-)

[quote]willen we hier misschien nog sterven……[/quote]

enge/mooie gedachte 😮

Joy · 8 maart 2007 op 21:33

Dat wil ik allemaal ook, maar dan in Italie 🙂

WritersBlocq · 8 maart 2007 op 22:32

Ha Pally! Leuk, om je een ‘b’tje beter te leren kennen’ zo.
Toch heb ik technisch gezien wel wat aan te merken. Wil je het lezen, lees door, en zo niet, nu stoppen 😉
[quote]We spraken nog net ongeveer dezelfde taal.[/quote] Dat is zo’n ding, hoe heet het ook alweer, pleonasme/contaminatie of die ander. ‘nog net’ komt i.e.g. bij mij over als ‘ongeveer’, dus dubbelop.
’s nachts en niet s’nachts. Het komt van des nachts (of morgens, middags, etc.) en de ‘ komt i.p.v. ‘de’ van ‘des’.
[quote]1 maart 1980, onze halve zeer grote familie had bereidwillig helpen verhuizen, terwijl het dikke vlokken sneeuwde.[/quote]
Een zin beginnen met een getal is link. “Op 1 maart…” loopt lekkerder, vind ik.
[quote]Mijn oude autootje had het net begeven en de telefoon was nog niet aangesloten. Naast het gaskacheltje[/quote] wel veel -’tje, maakt het al zo zielig genoeg.
[quote]In onze tweede week aan de rivier, was de kelder ondergelopen. [/quote] komma weghalen, loopt als een tierelier.
[quote]Langsfietsende dorpelingen zagen mijn echtgenoot geulen graven en draineerslangen neerleggen, met grote laarzen aan.[/quote] draineerslangen met grote laarzen aan :eh: 😀 Geinig!
[quote]Door ons bij de plaatselijke toneelvereniging aan te sluiten, want je moet toch ergens beginnen, kregen we al snel kennissen. [/quote] veel komma’s. Zelf vind ik dit lekkerder lopen, maar dat is niet gelijk ‘beter’ hoor.
[quote]Door ons bij de plaatselijke toneelvereniging aan te sluiten – want je moet toch ergens beginnen – kregen we al snel kennissen.[/quote]
[quote]Maar plaats zat; zo leuk, losse scharrelkipjes. [/quote] Dit doet een beetje denken aan ‘ik heb al zoveel komma’s gebruikt, ik doe maar eens een punt en begin een nieuwe zin met een voegwoord’. Dat kan soms wel, Driek doet dat regelmatig met het woordje ‘Want’, maar dan moet er ook echt een punt gemaakt worden en dat mis ik hier.
[quote]Geiten hebben we ook gehad. Een mooie omheining gemaakt. Die moest steeds hoger en hoger.[/quote]Alsof je woorden bent gaan schrappen. ‘Die moest… hoger’ weglaten, en dan de 2 1e zinnen aan elkaar breien. Hoe hoog het wordt doet er niet toe, dat is jouw feestje.

Dat de Linge in Groningen ligt, weet ik niet. Ik kan je (jullie) dus niet plaatsen. Als je dat stukje Groningen er aan het begin in had gefietst, had je mij meer meegenomen.

Hee, ik bedoel het goed hè, graag bij mij ook doen als je dit soort dingen opvalt!
Groetje, Pauline.

EDIT: Titel is top!!

KawaSutra · 8 maart 2007 op 22:43

Ik zie het al, volgende CX-meeting bij Pally thuis!!! 😀

pally · 8 maart 2007 op 22:46

Nou , Pauline, ik moet zeggen, je hebt er werk van gemaakt! Bedankt, ik hoor graag kritiek. Ik ben het met verschillende dingen zeer eens, met andere niet.
Zal ze nog een keer uitgebreid doorploegen, want je doet het niet voor niks , natuurlijk.
Ja, en dat zogenaamde Groningse accent was een grapje van mijn zonen, die het Betuwse dialect niet na konden doen. Snap je?
Ja , dat was misschien niet duidelijk genoeg…
In elk geval bedankt nogmaals voor al je moeite, maar of ik zo zin na zin nakijk bij jou?misschien af en toe, 😮

groetjes Pally

pally · 8 maart 2007 op 22:59

Nog even, Pauline, Dat s’nachts en s’morgens is er bijna niet uit te sláán! Heeft Kawa ook al geprobeerd…
Nu moet het echt afgelopen zijn!’s morgens en
’s avonds. pffff zo stom 😮

Mup · 9 maart 2007 op 10:50

Het maakt echt niet uit waarheen je verhuisd, je vindt en je laat overal wat, mooi beschreven pally,

Groet Mup.

Dees · 9 maart 2007 op 16:30

Hoe het ook zij, ik begin steeds meer Pallyfan te worden. Beeldend geschreven.

WritersBlocq · 9 maart 2007 op 21:07

Je gelooft het misschien niet, maar ik zit niet zin na zin na te kijken, alleen vielen deze mij erg op en nu ik het nalees, denk ik, pffff…. ‘waar had ik zin in / waar had je dit aan verdiend’ en ik beloof iedereen: dit doe ik nooit meer 😕
Liefs, altijd een fan, anders had ik het niet eens gelezen 😉

DreamOn · 9 maart 2007 op 21:42

Prachtige column! Heel raar pally, maar ik las gisteren deze column en het deed me aan een kinderliedje denken. Maar ik kon niet meer op het liedje komen. Nu schoot het me vanavond te binnen, heel gek, ik denk dat ik in dertig jaar niet meer aan dat liedje heb gedacht. Het was van een langspeelplaat ‘oebele is hupsakee’ en het liedje ging ongeveer zo:

Ik ga naar oma………ik ga naar oma,
oma heeft een tuin
en oma heeft konijnen,
kippen pikken op de bleek,
jazeker wel een stuk of tien,
’t is een huisje met een tuin,
ik zit hier in de trein en
als ik straks ga staan,
dan ik de kippen zien…

’t duurt alleen een beetje lang…
koetje, weitje, geitje slootje,
is dit wel de weg naar grootje,
‘k zal het vragen op de gang,
de conducteur wist niet wie ik was,
hij kwam alleen maar even knippen,
hij wist het vast niet van de kippen,
hij is er zeker nog maar pas…

Ik ga naar oma………naar oma!

Wat wonderlijk : dat jij dit laatje van mijn geheugen hebt opengemaakt door deze mooie column..
:wave: :kus: :wave:

pally · 9 maart 2007 op 21:59

Allemaal bedankt voor de reacties! De korte en de lange 😀
Do@leuk dat het oude liedje er weer was…
Anne@ Doen , die kalkoen!
Kawa@ Goed idee
Dees@ Bedankt voor het compliment
WB@ allang goed, mens

Groetjes van Pally en het vee -nee hoor, niks meer- behalve de kater. 🙂

Prlwytskovsky · 10 maart 2007 op 14:00

Heerlijk verteld Pally. Ik hou van dit soort vertellingen.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder