Het was een idee van mijn vriendin. Voor vijf euro per persoon zouden we gaan dineren. Een compleet driegangenmenu. Aangezien we beiden niet zo uitbundig in de slappe was zitten, trok ons dit wel. Zo togen we naar het wijkgebouw, waar we ons bij de andere vijftigplussers voegden. De schrik sloeg me meteen al om het hart. Vijftigplussers? Hoe ik ook probeerde een leeftijdgenoot te ontwaren, ik zag enkel zeventigers en ouder. Mijn vriendin sprak haar twijfels uit, of we ons hier wel op de juiste plaats bevonden. Ik ging het meteen maar even vragen, want stel dat je je aan zo’n tafel zet en je moet weer opkrassen.

De gastvrouw stond me vriendelijk te woord. Vriendelijk? Ik bespeurde een betuttelende en kinderachtige intonatie, die me rillingen bezorgde: natúúrlijk hoorden we erbij!
Mijn vriendin en ik keken elkaar met grote ogen aan. Wílden we hier wel bijhoren? Waren we al zo oud dan? Beduusd dropen we af en namen plaats in de verste uithoek van de lange tafel.
“Hoe vind jij het?” fluisterde mijn vriendin ongerust.
“Zullen we blijven, of taaien we af?” fluisterde ik terug.
“Ach, laten we het eerst maar even afwachten allemaal,” antwoordde ze.

De maaltijd was degelijk en fantasieloos ouderwets. Alsof je, wanneer je vijftig plus bent, niets anders lust dan tomatensoep, piepers, verkookte bloemkool met zo’n witte drab die mijn oma altijd maakte, en draadjesvlees met jus. Zelfs de griesmeelpudding zou niet misstaan hebben op het menu van mijn grootmoeder.
De mensen om ons heen verdwenen in hun bubbel, zodra het eten voor ze stond. Geen stom woord werd er gewisseld. Alle aandacht ging naar het zo knoeiloos mogelijk verorberen van het voedsel. Mijn vriendin en ik probeerden een gesprekje aan te knopen met de dames naast ons, maar de enige reactie was een verstoorde blik. We staarden naar onze borden en hapten in stilte alles weg; durfden elkaar niet meer aan te kijken, want we voelden beiden de slappe lach opborrelen.

Na het hoofdgerecht nam de mevrouw naast mij, met een jurk die op het Lichtenvoordse Bloemencorso niet misstaan zou hebben, ineens het hoogste woord. Er kleefden nog wat bloemkoolkruimels aan haar onderlip, die ze met verve over tafel verspreidde. Onderwerp van gesprek waren enkele afwezigen aan wie ze zich altijd hevig ergerde. Ze schepten te veel op. Andere dames gingen grif op haar geroddel in. Arme mensen, die zo openlijk over de tong gingen. Las ik pas niet iets van bejaarden die elkaar pesten?

Ik keek op mijn horloge. We zaten hier nu al ruim een uur. Over een half uur moest mijn vriendin naar haar werk en ik had een afspraak. Voorzichtig vroegen we aan de gastvrouw hoe lang dit nog ging duren.
“We zijn altijd binnen anderhalf uur klaar, maar vandaag lopen we uit,” antwoordde ze. Wij schoten in de stress. Daar hadden we niet op gerekend. We besloten het toetje te laten voor wat het was en te vertrekken. Op overvriendelijke toon werden we toegesproken: “Dat is hier niet de gewoonte.”

Te verbouwereerd om hier tegenin te gaan, bleven we braaf zitten. We zaten tot onze strot toe vol; niet gewend om tussen de middag warm te eten met soep en al. Het toetje zou er niet eens meer bijpassen.
“Ik word hier helemaal depressief van,” fluisterde mijn vriendin me toe. “Zijn we echt al zo oud dat we betutteld moeten worden? Wat een confrontatie!”
Ik hielp haar uit haar malaise door een snelle berekening: “Ien, met deze mevrouw naast me schelen wij ruim vijfentwintig jaar. Een hele generatie verschil!” Opgelucht haalde ze adem. “Je hebt gelijk. We horen hier helemaal niet tussen.”
Na de minuut stilte voor een gebed vertrokken we als dieven in de nacht. Op straat kwam alle frustratie boven. We gierden het uit.

De week erna – ik sta net met mijn aardappelschilmesje een tomaat in plakjes te snijden voor een snelle lunch – belt mijn vriendin: “Weet je, dat er weer op ons gerekend wordt met het eten in het wijkgebouw? Als je eenmaal geweest bent, blijk je voor elke week geboekt te zijn.”
“O god nee, toch!” roep ik geschrokken. “Ien, dat bellen we af hoor! Ik heb er een hele slechte week van gehad, omdat ik ineens bij bejaarden ben ingedeeld en als een klein kind word toegesproken. Nog zo’n maaltijd overleef ik niet zonder voor altijd depressief te blijven.”
“Jij ook al?” schatert ze. “Ik heb er een paar nachten niet van geslapen. Voelde me ineens stok- en stokoud.”

Het is nu zondagochtend.
Ik pak mijn camera, loop de tuin in en maak een foto van de laatste, uitbundige roos die staat te bloeien tussen het verkleurende groen. Ze heeft de eerste nachtvorst overleefd en geniet op deze stralende ochtend intens van de Indian summer.
De foto mail ik door naar mijn vriendin.

Categorieën: Thema column

15 reacties

Mien · 10 november 2009 op 07:48

Leuke herfstige klaagzang.
Maar Ma3 … ehhhh … je moet de najaren ook niet zelf gaan opzoeken!?

De titel en laatste alinea vind ik iets minder.
Alsof je nog een laatste alinea erin moest plakken die over de herfst ging en snel een titel moest vinden. De column dooft hiermee een beetje uit.

Mien favoriete najaarsmaal komt dicht in de buurt van wat je hier schrijft

SIMBA · 10 november 2009 op 07:54

Leuk! Je hebt de verplichte woorden er zo soepeltjes in verwerkt dat ik tot aan “aardappelschilmesje” niet in de gaten had dat het een themacolumn was!!

Chantalle · 10 november 2009 op 08:05

Hahaha, hilarisch. Op deze manier kom je wel in een herfstdepressie. ( ik neem aan dat in de reacties wel verboden woorden mogen staan?)

Emiliever · 10 november 2009 op 09:08

Fantastisch..en voor mij althans héél herkenbaar! Ik zit nog niet zo in de ‘thema-column’ dus ik had het al helemaal niet door. Eerlijk gezegd ik vind het gewoon een grappige tekst. Tja, je moet een beetje gaan uitvogelen waar je nou eigenlijk ‘bijhoort’ als je boven de vijftig komt. Een beetje hetzelfde gevoel als toen je 13 was, te groot voor het servet en te klein voor het tafellaken! Alleen hoop ik in dit geval nooit het tafellaken te worden… :hammer:

pally · 10 november 2009 op 10:09

Mooie, echt grijze jammerklacht, Ma3!
Hij is voor mij wel wat aan de lange kant. De vijfde alinea vind ik het leukst geschreven. Het einde neemt de depressie misschien net iets te veel weg.
Wat ik goed vind aan het geheel, is dat je tussen neus en lippen door inhoud weet te geven aan een maatschappelijk item.

groet van Pally

Avalanche · 10 november 2009 op 10:39

Titel en laatste alinea vind ik ook wat minder, maar de column zelf: absoluut zeer smakelijk – om maar in dinertermen te blijven! Ik zag jullie bij wijze van spreken zitten, als gangmakers op het verkeerde feest. 😉

trawant · 10 november 2009 op 11:01

Gewoon je bord leegeten MA en niet zeuren.
Goed voer voor een schappelijke prijs.. 😉
Misschien kun je de volgende keer met een slabbetje langs de tafel om de kinnetjes af te vegen.
Leuk verhaal, zag het zo voor me.
En wat leren we ervan? : ‘T is zó gebeurd, Wen er maar vast aan..

DreamOn · 10 november 2009 op 12:15

@Pally: aan de lange kant?! De column heeft precies 800 woorden, dat is toch prima?

Ik vind het een heel erg goed geschreven column waarin de verplichte woorden heel erg natuurlijk verweven zijn. Ik moest zelfs zoeken, of camera eigenlijk wel gebruikt was, en hoe je Bloemencorso hebt verwerkt… heel erg goed, super gedaan, Ma3anne!
(En ik vond de verwijzing naar mijn column waarin bejaarden elkaar pesten en bij de rijdende rechter terecht komen, ook wel leuk. Want dat bedoelde je toch?)

Al met al: heel knap gedaan!

En wat de titel betreft: die vind ik juist subliem, want een Indian Summer heb je in het najaar, en een najaarsdepressie heb je ook in het … juist! 😀

lisa-marie · 10 november 2009 op 16:46

Een indian summer koffie smaakt mij altijd goed en zo ook jouw column!
Enne ik weet zeker dat je nooit zo wordt als die “oudjes” 😀

Kathinka · 10 november 2009 op 17:10

Diagnose: afterlunchdip!
Leuke verwerking van het thema.

LouisP · 10 november 2009 op 19:26

M.
Thema? welk thema…schitterend stukje om te lezen.

L.

KawaSutra · 10 november 2009 op 21:17

Ja, wat wil je nou ook voor vijf euro! 😀
Het door jou beschreven eten lijkt me trouwens, net als Mien, heerlijk. Maar ja, ik ben natuurlijk ook al 50+. Grappig om zo’n restaurant eens flink op zijn kop te zetten. Volgens mij heb je dat ook gedaan maar dan kun je natuurlijk niet over een najaarsdepressie schrijven. 😀
Heb je trouwens het adres voor me? 😆

Ma3anne · 11 november 2009 op 11:16

Dankjewel voor de leuke reacties.

Wel jammer, dat de titel en het laatste stukje kennelijk niet zijn overgekomen, zoals ik ze bedoeld had. Ik denk, dat ik van aard niet depressief genoeg ben om niet met een positieve draai te eindigen.

Overigens, dat eten was heerlijk, hoor! 😀

arta · 11 november 2009 op 16:26

Echt heel knap om met de verboden/geboden woorden zo’n lekker leesbaar stuk, met ook nog een boodschap erin, geschreven krijgt!
🙂

Fem · 12 november 2009 op 07:11

Streng volk hoor, die vijftig-plussers 😀

Geef een antwoord