Ik ben vorige week zaterdag naar de thriller ‘the ring’ geweest. Nee, het ging hier niet over de vaginale versie. Alhoewel ik me hierbij ook een bloederig spektakel kan voorstellen. Vaginale ringen die demonstratief de vrouwelijke ‘íngang’ versperren en in opstand komen. Die de macht van de kerels met veel geweld overnemen door hun seksuele driften te temperen. De vrouwen kunnen zich niet meer voortplanten en ons ras sterft uit. Ja, ik heb een levendige fantasie en dat speelt me soms behoorlijk parten. Ik kan niet tegen thrillers. Op mijn werk is mijn motto: ‘hoe bloederiger hoe leuker’, maar de thriller ‘the marathonman’ zal ik nooit bekijken. Zelfs als ik ‘m op klaarlichte dag zou kijken zonder geluid, dan kan ik door mijn grote inlevingsvermogen en verbeeldingskracht nog kompleet paranoïde worden. Mijn vrienden weten dat ik al nachtmerries kan krijgen van Bambi. Helaas is het in een relatie geven en nemen en dus wil konijn ook wel eens naar wat anders dan een zakdoekfilm met een hoog oestrogeengehalte. Dus na Harry Snotter hebben konijn, vriendin J. en haar vriend Kilt (hij baarde weer veel opzien met zijn kilt met daaronder een hangend klokkenspel, twee zwaar behaarde benen en afgetrapte kistjes) besloten om naar dé beruchte film te gaan, genaamd ‘the ring’.

Ik zal een klein tipje van de sluier lichten voor diegene die de film niet kennen. Een groep van vier jongeren bekijken om 22.00 uur een videotape. Als de tape is afgelopen, gaat de telefoon en fluistert een griezelstem: ‘you have seven days left’. Vervolgens krijg je in die week een bloedneus en staat je gezicht misvormd op film- of fotomateriaal. De 7e dag springt stipt om 22.00 uur je televisie aan en kruipt er iets uit dat zo spooky is, dat je ter plekke van doodsangst sterft aan een hartstilstand. Ik wil niet al te dramatisch overkomen, maar de film pepert de bioscoopgangers op het eind nog even duidelijk in dat wij de videotape nu ook gezien hebben en….seven days left.

Gelukkig zat ik op de achterste rij en hoefde ik me niet te generen, wanneer ik bij een schrikeffect drie meter de lucht in vloog. Mijn arme konijn heeft nog steeds de afdrukken van mijn nagels en gebit in zijn arm gegraveerd. Iemand die de film al heeft gezien zal wellicht denken: ‘Jezus, wat stelt dat wijf zich aan zeg!’ Maar toen ik bij thuiskomst mijn sleutel in het slot stak, rinkelde de telefoon. ‘Ach knien va mich, neem jij effe op’, zei ik zo laconiek mogelijk, maar ondertussen deed ik het in mijn broek. Volgens mijn konijn was het Kilt, die ons slapeloze nachten wilde bezorgen, doch daar was hij niet al te zeker van. Vervolgens kreeg ik die avond een flinke nachtmerrie en bij het ontwaken had ik rode striemen op mijn polsen, alsof ik flink was beetgenomen.

De 3e dag kreeg ik op vakantie een fikse bloedneus. Gewoon spontaan zonder enige aanleiding. ‘Ga ik nu dood?’, vroeg ik angstig aan konijn. Hij lachte een beetje zenuwachtig en deed een wanstaltige poging om me gerust te stellen. Ik heb gister de vakantiefoto’s opgehaald. Allemaal mislukt op één na. Je raadt het al. Ik heb een misvormd hoofd. Het is nu zaterdag en mijn laatste uur heeft geslagen. Het is 21.45 uur en ik heb zojuist vriendin J. en Kilt gebeld. Geen gehoor. Toch weet ik zeker dat ze er zouden moeten zijn, maar hun klok liep altijd al een beetje voor. Waarschijnlijk is het kwaad al geschied en valt nu mij de eer te beurt om ‘het’ te verwelkomen. Ik heb nog 14 minuten en ik zit hier lijkbleek en bibberend van vrees alvast een afscheidsbrief te schrijven voor jullie.

Lieve ColumnX-vrienden en andere smurfen, het ga jullie goed! Ik zal jullie missen en jullie mij wellicht als kiespijn. Mocht ik gvl3%uigb niko*lwe

[img]http://www.xs4all.nl/~casper78/doodskop.jpg[/img]


2 reacties

Yannick · 16 maart 2003 op 10:18

I see dead people!

Kees · 17 maart 2003 op 21:43

Ik draai een CD van Ernst Bobbie – en de rest zal mij worst wezen. Waarom? Een groot columnist is heengegaan. Want wie kent haar niet. De Martin(e) Gaus van ColumnX, met altijd ijzersterke tips voor de verzorging van onze harige kleine vriendjes. De huisdierenbranche kende gouden tijden, de konijnen waren niet meer aan te slepen. Katten werden genetisch gemanipuleerd, staarten afgeknipt, oren gemodeleerd, en als kittige konijnen voor woekerprijzen op de zwarte markt verkocht.
Van haar sponsorcontracten liet zij pas nog een riante villa bouwen in Teletubbie land, dat ze inclusief konijnen had opgekocht en omdoopte in mijn_konijntjes_land.

Het konijn, het enige echte, rent doelloos zijn rondjes om de villa. Zijn witte staartje wipt vrolijk op en neer, maar tot groot verdriet van het mannetje, nog slechts in het koele bedauwde ochtendgras. Ondertussen zingt hij met zacht konijnestemmetje: “Mijn konijn, mijn konijn, wat is dat ontzettend fijn…”

(gehele tekst van “mijn konijn” op verzoek te verkrijgen bij uw zoon(tje) of dochter(tje))

Geef een antwoord