[b]N[/b]a Newton’s wet dat “what goes up, must come down” is de belangrijste wet die van “Vraag en Aanbod”. Die is erg simpel: tijdens de [i]tulpenmanie[/i] ruilde men een huis voor 3 tulpbollen en betaalde men 5 hectaren land voor een [i]Semper Augustus[/i]. De vraag was, kortom, groter dan het aanbod. Het tegenovergestelde is ook waar: 3 tulpbollen is namelijk de exacte prijs die je krijgt voor je huis anno 2009. Het maakt niet uit welk voorbeeld je neemt, alles in de wereld wordt goedkoper naarmate er minder vraag naar is. Alhoewel… Alles, behalve de lonen van oude nutteloze collega’s, en dat is vreemd. Want laten we eerlijk zijn, wij, mensen tussen de dertig en veertig, zijn in het bedrijfsleven de club die het bedrijf draaiend houdt. Wij zijn de [i]driving force[/i], de groep die de kar trekt, de sterke schouders. Toch worden elke maand de hoogste salarissen overgemaakt naar de grijze koppen die er alleen nog maar zitten omdat ze stilletjes opgaan in de kleuren van de rest van het kantoor. Daarom, en omdat ze bij ontslag recht hebben op een rijkelijke afvloeiregeling in de vorm van een onbewoond eiland of goudmijn. Het kost handenvol geld om ze aan het werk te houden maar dankzij alle wetten en regels kost het bakken met geld om ze te ontslaan.

Desondanks werkt nog maar 12% van de vijfenzestigjarigen. De reden is simpel, je hoeft geen stratenmaker te zijn om te snappen dat op vijfenzestigjarige leeftijd werkelijk niemand nog op je zit te wachten. Neem mezelf maar als voorbeeld. Ik ben IT’er – vijfendertig jaar. Niet alleen verwacht ik op mijn veertigste al dement te zijn geworden van het levenslang onthouden van wachtwoorden, ook acht ik de kans klein dat ik over dertig jaar meer snap van computers dan een peuter van vier. Natuurlijk zal ik veel meer ervaring hebben, maar die zal net zo relevant zijn als het typdiploma die ik op de basisschool heb behaald. En dus zal ook ik me op mijn vijfenvijftigste, op de top van mijn salaris, gedeist moeten houden – hopend dat ik niet ontslagen word – in de wetenschap dat de enige baan die dan nog overblijft, die van verkeersregelaar bij Ikea is.

Het is duidelijk dat de politiek dit probleem niet gaat oplossen. En ook de chronisch boze mensen van FNV, CNV en VNO-NCW niet. De oudjes willen hun laatste werkjaren namelijk het liefst slijten met de rug tegen de radiator, klagend dat het hele bedrijf naar de verdoemenis gaat, terwijl werkgevers roepen dat ze geen [i]Sociale Dienst[/i] zijn en hen via de ene reorganisatie na de andere dumpen. Het is werkelijk het lastigste probleem van de moderne tijd.

Gelukkig heb ik een oplossing! En het is, net als alle goede ideeën, erg simpel: gooi alle regels overboord en betaal mensen gewoon wat ze waard zijn. Dus duizend euro erbij als ze jong zijn en duizend euro eraf als de heupen, de rug, de ogen en de knieën versleten zijn. Het is heel logisch; niemand heeft tegenwoordig toch nog geld over voor een recente naaktposter van Conny Breukhoven? Je neemt je kinderen toch ook niet meer mee naar een optreden van Bassie en Adriaan of Hans Kazan? Van artiesten, modellen en sporters vinden we het heel normaal dat ze op jonge leeftijd hun zakken vullen omdat ze het later niet meer kunnen. Waarom van stratenmakers, schilders en IT’ers dan niet?

Bedenk welke problemen we allemaal oplossen: jonge mensen gaan het meest verdienen in de tijd dat ze een huis, auto’s en luiers moeten kopen en de oudjes hoeven niet meer bang te zijn voor ontslag als hun salaris stijgt van één naar twee ribben uit de baas zijn lijf. En ook het AOW-probleem lossen we op, want als de vijfenzestigjarigen minder verdienen mogen ze ook wel een uurtje later beginnen of onder het bureau een dutje doen. En op die manier willen we allemaal wel doorwerken tot de leeftijd waarop je met een luier aan naar je werk moet.

De vakbonden kunnen wel eisen dat de generatie die met weemoed terug denkt aan Mies Bouwman er niet op achteruit mag gaan maar het levert alleen maar meer zestigjarige werklozen op waarvan de carrière uiteen spatte als een zeepbel.

Dus ik stel het volgende voor: ik moet nog 32 jaar werken. Geef me de komende 16 jaar elk jaar een loonsverhoging van 15% dan kun je me daarna 16 jaar lang een loonsverlaging geven. Isaac Newton wist het al: [i]what goes up, must come down[/i]. Dan zal ik me de komende jaren uit de naad werken maar dan wil ik daarna, tot mijn zevenenzestig, met de rug tegen de verwarming, klagend dat de hele wereld naar de verdoemenis zou zijn gegaan als ik dit geweldige idee niet had gehad.


1 reactie

sylvia1 · 15 oktober 2009 op 19:40

Sja, ik vraag me af, wanneer zou ik mezelf oud voelen en vinden dat het rechtvaardig is dat mijn baas me minder salaris gaat uitbetalen omdat ik minder functioneer? Ik denk nooit, ik zou me op latere leeftijd juist nuttig en gewaardeerd willen voelen, denk ik…

Geef een antwoord