Zomaar een dag in augustus, amper vijftien graden, weinig blauwe lucht en er staat een krachtige wind. Boven mijn hoofd hangt een dreigende, donkere wolk. Je weet wel, zo’n meedrijvende ‘Pink Panther regenwolk’, die uitgerekend mij moet hebben. Zodra die losbarst, is dat vandaag de letterlijke druppel.

“Jij wilde fietsen, dus nu niet zeiken, dúwen met die benen!”, klinkt mijn bitse oppepper. Op de racefiets trap ik me het apezuur. Bladeren dwarrelen rond, ik ontwijk wat afgebroken boomtakken; de chaos van een zomerstorm. Opwarming van de aarde? My ass, dit lijkt eerder een herfstdag in oktober. Eigenlijk is er nu geen lol aan, maar ik móét kilometers maken. Dwangneurose? Nee, ik heb een prima reden: trainen om de Mont Ventoux te kunnen gaan bedwingen. Naar de top met een fraaie gelddonatie voor kankerbestrijding.

De lat leg ik wel vaker hoog en met dit doel voor ogen ligt die op 1909 meter. Ik ben niet het type ‘ja zeggen, nee doen’, dus de gedachte om minimaal een keer over tweeëntwintig kilometer steil asfalt te fietsen, maakt me best nerveus. Toch neem ik me voor om in het zuidoosten van La France alles te gaan geven. Eén dag afzien, één dag ploeteren, één dag pijn lijden. Voor diegenen die iedere dag opnieuw een oneerlijk gevecht aangaan om die klere ziekte te overleven. Voor hen die graag iets actiefs willen doen, maar dat waarschijnlijk niet kunnen.

En ik kan dat wel, gezond en fit – maar ook vreselijk verwend. Een mooi-weer-fietser. Dus klaag ik wat over een mindere zomerdag. Over een fietstocht met, naar mijn smaak, iets te weinig zon en te veel tegenwind.

Sport als symbool voor leven: uitdaging, grenzen verleggen, werken, met altijd momenten van trots, voldoening en genieten. Ik probeer daarom dingen die misschien niet lukken, maar omdat ik nieuwsgierig ben. De poging om iets te ondernemen maakt me gelukkig, ongeacht het resultaat. Zodoende vertrek ik op een vroege ochtend in september naar het dak van de gevreesde berg, vergezeld van een lange renners-polonaise met oranje Colsensation shirts. Vanaf grote hoogte is de zonsopkomst een kleurrijk schouwspel. Ik krijg kippenvel wanneer de top opdoemt, mooi verlicht door de eerste zonnestralen.

Na elf uur bikkelen heb ik de top drie keer bereikt. Gesloopt, maar mijn lichaam herstelt wel weer. In tegenstelling tot velen, voor wie herstel niet vanzelfsprekend is. Mijn stempelkaart is vol, ik ben officieel “Malloot van de Ventoux.” Gek? Reken maar; in 2016 nogmaals. Weer of geen weer!


Robert Leek

Componeren met woorden. Ik doe dat heel graag.

2 reacties

Mosje · 17 december 2015 op 23:28

Prima stukje, geeft goed weer hoe je gezwoegd hebt.
Ik heb wel mijn bedenkingen over de goededoelenindustrie, maar dat is een andere column

    Rob van Meer · 18 december 2015 op 20:36

    Dank je 🙂 Na de strijkstok verhalen van de Alphe d’HuZes begrijp ik dat velen hun bedenkingen zullen hebben. Los daarvan is het een enorme commerciële bedoeling geworden, waarbij absurd veel geld meegenomen moet worden om deel te kunnen nemen. Colsensation, van Team Doelbewust, is een prima alternatief waarin ik veel vertrouwen heb. Ik draag m’n steentje graag bij, heb weer een doel voor ogen en kijk nu al uit naar de prachtige dagen in Frankrijk, in september 2016.

Geef een reactie