Op zondagochtend zijn er ‘s zomers overal vlooienmarkten in Franse dorpen en stadjes. En altijd geweldig druk bezocht. Ver van het centrum, voor zover aanwezig, staan rijen auto’s intiem aan kop en kont geparkeerd langs de weg, in afwachting van nieuwe oude lading. Hoewel de Fransen nooit trouwe kerkgangers zijn geweest, komt dit er wel erg dichtbij. Devoot schuifelen ze als pelgrims in groten getale langs de kramen. Een enorm aantal stalletjes volgestouwd met allerhande troep slingert zich aan beide kanten langs de huizen. Troep die grotendeels bij iedere markt van eigenaar wisselt. Misschien nooit uitgepakt is of zelfs in de auto gebleven. Liefhebberijen blijven vaak abstract voor de niet-ingewijde. Niet echt in te voelen, mysterieus. Misschien ga ik er graag heen om dat mysterie te doorgronden, of om het zomaar over mij heen te laten komen. Zoiets als in een vreemde kerk een dienst bijwonen, waar je niks van begrijpt, hoogstens de ongrijpbare sfeer ondergaat.
De meeste voorwerpen die te koop liggen zijn met een laag vuil bedekt. Extra charme? Van de beddenpan tot de koffiekan en het bekringde matras, vies, vies, vies. Duizenden vingers trekken een spoor langs serviezen en vegen het weer af aan boeken en kleren. Geen wonder dat veel dingen dezelfde kleur krijgen. Af en toe wordt er iets verkocht, niet eens zo vaak. De verkopers prijzen niks aan. Alleen als je iets pakt en bekijkt noemen ze de prijs en meestal meteen een lagere bij aarzeling. Geen enthousiasme, meer berusting: ik sta hier nou eenmaal. Dus ook hier de parallel met kerkbezoek.
Er valt veel te eten en te drinken. Van alle kanten walmen grillende worsten je tegemoet. Half zwartgeblakerde vette worsten. Ze gaan grif van de hand, sneller dan de non-foodcollectie. Er staan hele files bij te wachten, vanaf een uur of elf al. Blijkbaar maakt kijken, voelen, kiezen, sjouwen en slenteren erg hongerig.
Zodat het vooral kauwend kijken wordt. De eethype van deze markten is een berg vette friet in een broodje gepropt. Een [i]puces[/i] specialiteit? In dit land van haute cuisine is het ook niet meer als vroeger toen je nog geen enkele snack op straat kon kopen. Hoogstens, na veel zoeken een belegd stokbrood aan het zinc van een café.
Net zo moe als de mij omringende meute volg ik het spoor naar de ver weg staande auto terug, met als schamele buit een ketting die onderweg al breekt en een veel te synthetisch blauw tafelkleedje. De rest van het gezelschap sleept ook zijn benen mee.
Alleen de puber in ons gezelschap straalt. We waren hem een poosje kwijt, waarna hij opduikt met een doedelzak, gevonden op de puces, zonder rietjes in de pijpen. Dus nog geluidloos. Hij drukt het groene fluweel innig tegen zijn borst, ondertussen happend in zijn broodje slappe friet. Met de andere hand sms’t hij zijn geweldige vondst naar zijn ouders in Nederland.
Volgende zomer ben ik weer ’puces-pelgrim.’ En als gevorderde ontkom ik dan wellicht niet aan dat obligate broodje friet.

6 reacties
Anne · 19 september 2009 op 17:16
Hoe je toch die sfeer weet op te roepen, met een paar rake zinnen. Fantastisch. De dingen, altijd weer de dingen. En de mensen als figuranten.
Mij herinnert het aan mijn jeugd. Ik woonde in Zuidlimburg en België lag pal naast Maastricht aan de ene kant en Vaals en Slenaken naar de andere kant. De zondagochtendmarkt van Tongeren, waar men hoofdzakelijk Frans sprak, was nog geen half uurtje rijden. We gingen daar geregeld naar toe. Precies, maar dan ook precies deze sfeer. En wij aten gewoon een grote zak vette patat, vaste prik. Met groooote klodders mayonaise. Smullen.
klapdoos · 19 september 2009 op 18:09
In welk land je ook loopt op zo een markt, overal is hetzelfde tafereel, alleen de taal klinkt anders. Heerlijk sfeervol weer geschreven, graag gelezen,
groet van leny :wave:
arta · 20 september 2009 op 08:06
Je zet hier weer een heerlijke sfeer neer, mooi die doorgetrokken vergelijking met de kerk.
De titel vind ik geweldig gevonden. Hij roept al beeld op voordat er gelezen is.
Toch heb ik dit keer één puntje: Je gebruikt erg veel korte persoonsvormloze zinnen om voorgaande zinnen te onderstrepen. Bij mij stokte daar de tekst steeds, waardoor hij wat minder lekker leesbaar werd dan anders 🙂
Prlwytskovsky · 20 september 2009 op 14:43
Een broodje friet? :eh: Is dat net zoiets als een portie knakworst?
Goed neergezet Pally. Ik heb even over je schouder mee gekeken naar het gepeupel. 😉
lisa-marie · 21 september 2009 op 08:43
De parallele vergelijking met een kerkbezoek in den vreemde vind ik heel goed. Zo heb ik het ook gevoeld.
Je nam mij zoals altijd weer mee op je reis en als ik dan lees van die gevonden doedelzak denk ik: kijk daar gaat het nou om op zo’n markt 😀
En ik zou je wel als gevorderde zo’n lekker klef broodje friet willen zien eten 😆
pally · 21 september 2009 op 12:50
Ik ben weer blij met de reacties, al zijn het er erg weinig, maar ik ben wellicht verwend.
En kwaliteit telt meer dan kwantiteit.
Anne) Leuk, dat de sfeer voor jou, precies die van je herinnering is.
Arta)Jouw kritiek is wel terecht. Ik probeer vaak te veel persoonlijke voornaamwoorden te vermijden, maar hier was ik misschien net even doorgeschoten. Het moeten geen verkeersdrempels in het soepel lezen worden.
Liefs van Pally