“Volgende!” Ik ken haar reeds jaren. Wanneer ik op KNO-niveau wat medische zorg behoef trek ik bij haar aan de bel. Inderdaad, daar moet je voor bellen. Allereerst de horde van het afsprakenbureau trachten te nemen. Je wordt langdurig in de wacht gezet; iedereen is zwak, ziek en misselijk. Gekmakend! “Nou, ze zit erg vol (…)”. Je dikt je problematiek wat aan. Anders kun je wachten tot je een ons weegt en de dood wellicht in de ogen kijkt. “O, ik zie nog een gaatje”. Laten we zeggen dat het contact met de medicus in het wit van meet af aan wat stroef verloopt. Is er sprake van dat de chemie ontbreekt? Vast! Al laat ik me van mijn goede kant zien. Toon me van mijn meest charmante zijde zonder handtastelijk te worden. Goed, je probeert ook je in zo’n zeer (on)bekwaam medemens te verplaatsen. Hormonale invloeden die haar stemmingen ontregelen? Een lastige echtgenoot die de buurvrouw aan haar gerief helpt? Een auto die niet door de APK gekomen is? Een verstopte riolering waardoor golven menselijk drek de dure parketvloer doen bollen? Of toch ‘gewoon’ iemand die wat moeilijk vorm geeft aan haar intermenselijke contacten? Dat laatste dus.

Gisteren was de maat vol. Idioot lelijk wijf! De reden waarvoor ik bij haar op de stoep sta maakt dat we lijfelijk contact hebben. Dat klinkt spannend maar is het volstrekt niet. Het zou n.l. een tikkeltje voorzichtiger en wat meer betrokken kunnen. Daar bedoel ik zeker niet mee dat ik op de behandeltafel een (medisch) hoogtepunt verwacht. Maar het gevoel krijgen alsof er tuinafval door de shredder gaat doet een ernstige aanslag op mijn incasseringsvermogen.

Mevrouw vertoont daarbij gedrag waarbij oplopende irritatie zichtbaar, hoorbaar én voelbaar zijn. Alleen omdat ik ook om wat gepaste tekst en uitleg vraag. Het is mijn lijf tenslotte. Voordat ze organen gaat uitnemen wil ik wel graag weten wat de risico’s en gevolgen zijn. Ze verlaat geagiteerd, zuchtend en hoofdschuddend de ruimte om een verdoving te regelen. Ik hoop nog op palliatieve zorg en zelfs háár versterving. Maar soms zit alles tegen. Gepaste actie: alle banden verbreken!

Bij de balie is een 1e consult met een collega vlotjes geregeld. “Ja hoor meneer, geen enkel punt. Dit maken we vaker mee!” Alleen dus nog een afsluitend gesprekje met de bron van mijn misnoegen. “Ik wil tot slot graag iets met u delen. Het lijkt me beter dat onze wegen zich scheiden omdat ik twijfel aan uw sociale vaardigheden. Ik heb me in toenemende mate geërgerd aan uw opstelling naar mij. Ondanks dat ik pogingen heb gedaan om het ijs te breken raakt u geïrriteerd en toont onbehoorlijk gedrag. Als patiënten ergernis bij u oproepen snap ik niet dat u medisch specialist bent geworden. Ik begrijp dat u razend druk bent en productie moet maken, maar dat vind ik geen excuus”.

Opeens heeft ze alle tijd en is een en al oor. Al mijn grief en gram komt ter tafel. Ze geeft toe vaak wat narrig te zijn. “Het spijt me dat ik niet de specialist voor u heb kunnen zijn die u graag wilde”. Wanneer ze dit laatste uitspreekt legt ze een hand op mijn arm. Zeker bang. Voor een brief op poten naar de Klachtencommissie…


2 reacties

u-queen · 29 april 2010 op 23:02

‘Wanneer ze dit laatste uitspreekt legt ze een hand op mijn arm.’

Dat had de laatste zin moeten zijn naar mijn idee.

Verder is een goed verhaal maar dat komt waarschijnlijk ook door mijn persoonlijke ervaring met een soortgelijke arts, weliswaar een doodgewone huisarts. Maar toch.
Ik vond het leuk om te lezen en heb genoten 😀

SIMBA · 30 april 2010 op 09:19

Tsja, sommige artsen zijn volledig verstoken van sociale vaardigheden, maar dat kom je natuurlijk in alle beroepsgroepen tegen.

Geef een reactie

Avatar plaatshouder