Even staan we stil op de brug om naar de jonge eendjes te kijken. Ze zien er zacht en donzig uit. Onwetend braaf zwemmen ze achter moeder Eend aan, die haar kroost veilig langs alle gevaarlijke plekjes leidt. In de verte komt moeder Meerkoet aangezwommen. Ook zij heeft haar kleintjes als een slinger achter zich aan zwemmen. Keurig verleent ze voorrang aan moeder Eend. “Dat zijn nog eens echte dames in het verkeer,” zeg ik tegen mijn maatje Henk. “Daar kunnen wij nog wat van leren.” Vijftig meter verderop komen we bij de ophaalbrug naar de stad. Deze vaart is te druk voor eendenmoeders. Teveel lawaaierige boten die de eenden en wachtende mensen irriteren. Gelukkig hebben wij geen haast. Wanneer de brug weer open gaat, wachten we keurig voor het rode stoplicht. Bij groen steken we over en worden bijna overreden door een auto. “Nou nou,” schreeuwt Henk met bijpassende armgebaren.

Met piepende remmen stopt de auto. Eén man springt eruit en rent naar de kofferbak, terwijl de ander dreigend onze richting uitkomt. “Wegwezen, Henk. Dit ziet er niet goed uit,” fluister ik mijn maatje toe. Stoer roept hij: “Ik loop voor niemand weg.” De eerste man heeft inmiddels een honkbalknuppel uit de achterklep gehaald. Zinnen als “Kijk eens uit je doppen” en “zie je verdomme niet dat het voor ons groen was?” gaan over en weer. Ik houd me op de vlakte.

Wanneer de knuppelman wel erg dicht in Henk’s buurt komt, besluit hij achter mij te gaan staan. Achteraf zal hij me vertellen dat dit soort mannen geen vrouwen slaat, maar op dit moment word ik woest. Ik ren naar de knuppelman, ontknuppel hem in een seconde en schreeuw: “Stelletje kleuters, die lichten zijn altijd tegelijk groen en er zijn nooit problemen!” Woedend kijk ik knuppelman aan. “En nu wegwezen, jij!” bijt ik hem toe.

Tot mijn verbazing begint hij achteruit naar de auto te lopen. Ik loop enigszins dwingend met hem mee. Op het moment dat hij, nog steeds sprakeloos, de deur wil openen, zeg ik: “Je vergeet iets,” en reik hem zijn knuppel aan. Teruglopend probeer ik niet om te kijken. Het kost me moeite een lach te onderdrukken als vanuit het voertuig klinkt: “Dat wijf heeft meer ballen dan jij, watje.” Henk kijkt me gegeneerd aan.

“Stomme sukkel,” mopper ik nog natrillend tegen Henk. “Stel hem de volgende keer gewoon voor om samen eendjes te gaan voeren. Daar kunnen jullie nog wat van leren!”

Categorieën: Verkeer

Avatar

Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

12 reacties

Avatar

SIMBA · 7 juni 2007 op 17:06

Girlpower! 😀

Avatar

Eddy Kielema · 7 juni 2007 op 17:06

Haha, leuk verhaal! :lach:

Avatar

Quinn · 7 juni 2007 op 17:27

Niets ten nadele van je girlpower, Arta, maar dit klinkt als fictie. Maar toch een aardig verhaal 🙂

Avatar

arta · 7 juni 2007 op 18:47

@ Quinn: 😆 niks fictie, echt waargebeurd een tijd terug!!

Avatar

pepe · 7 juni 2007 op 18:58

[quote]“Stomme sukkel,” mopper ik nog natrillend tegen Henk.[/quote]

Ik zie het voor me. 😆

Die Henken van jou, dat is me een lekker stel 😉

Avatar

WritersBlocq · 7 juni 2007 op 21:04

Tsja, het kan verkeren! Nooit geweten dat er een rubriek ‘Verkeer’ was, leuk!
Gaaf verhaal zeg, goed geschreven.

Avatar

lagarto · 7 juni 2007 op 21:06

Maar goed dat dit soort vrouwen geen mannen slaan. Dit verhaal heeft een sterker eind dan 1001
vind ik, niet slaan he?

Avatar

Mosje · 7 juni 2007 op 21:14

Een vrouw met ballen, daar kunnen we er hier niet genoeg van hebben op CX.
😆

Avatar

Mup · 7 juni 2007 op 21:50

Impulsiviteit scoort! Go girl!

Groet Mup.

Avatar

KawaSutra · 8 juni 2007 op 00:08

Leuk verhaal, je zult toch maar zo’n knuppel tegen komen. Overigens zou ik de knuppel linea recta in het kanaal gooien, zeker niet terug geven.

Avatar

Li · 8 juni 2007 op 11:46

Goed gedaan Arta.
Zowel letterlijk als figuurlijk.
Wat een stelletje knuppels. 🙄

Li

Avatar

DriekOplopers · 8 juni 2007 op 23:44

Stoere meid! Klasse hoor. Wel echt iets voor jou…

Liefs,

Driek

Geef een antwoord