Je bracht een zonnestraal toen je kwam, maar liet de vrieskou achter toen je ging. Ik voelde me koud en verloren, ik voelde me als een zwerver in een oktobernacht. Het ijs dat je hebt achtergelaten is nog niet helemaal ontdooid, en dat zal het ook nooit helemaal doen. Mijn verdriet zal net zolang blijven als de hoop op een goede afloop, terwijl ik deze hoop evengoed kan opgeven. Je komt niet meer. Ik heb vernomen van een kennis, want zo noem je een relatief onbekende tegenwoordig, dat je een nieuwe vriend hebt. Ik ken hem wel. Een afgetrainde boy, dat is hij zeker. Een boy die meer in de sportschool te vinden is dan in de educatieve afdeling. Helaas kan ik hem geen ongelijk geven. Als niemand kennis zou hebben, dan zouden we nog jagers zijn. Geen auto’s, boten of vliegtuigen. Geen onzin als pistolen en mortieren. Geen massavernietiging en bovenal geen versterkt broeikaseffect. Echte jagers kennen geen liefde, maar enkel lust. Ik zou je gebruiken en weggaan. De rollen zijn omgedraaid naar mate de kennis onterecht steeds populairder werd.

Al honderd tweeëndertig dagen ben ik alleen in dit huis. Het is geen huis meer, het was een huis toen jij er nog was. Nu zijn het nog enkel kamers waarin geleefd ‘kan’ worden. De ziel is uit de materie verdwenen. Wie zegt dat een klok geen ziel heeft, heeft het mis. De klok tikt nog steeds, maar het tikken is anders geworden. Doffer en bezitterig, alsof de tijd me in zijn macht probeert te krijgen. Alsof de tijd van enig belang zou moeten zijn in een leven. We leven niet een tijd, maar we leven een leven. De één wordt vierentachtig terwijl de ander al op zijn vijfentwintigste zijn laatste adem uitblaast. Het is de grootste onzin te beweren dat de oudere meer geleefd heeft. Het zijn getallen die nietszeggend zijn. Het is de tijd die nietszeggend is. Mij krijgt ie in ieder geval niet in zijn macht.

Wanneer ik dit schrijf, heb ik een foto van jou voor me staan. Jouw lichaam heb ik vereeuwigd. Je zult niet ouder worden hierop. Je zult je schoonheid behouden. Je zult mij in je vereeuwigde gedachte eeuwig liefhebben, dat kan niet anders. Het was geen toneelspel wat wij speelden. Het was geen one night stand. Wij hebben er meerdere gehad. Je genoot van de basis, de oerkracht in onze lichamen. De kracht van de natuur. Je was mijn bezit, want zo gaat dat met liefde. Iemand bezitten is een vorm die de liefde aanneemt op den duur. ‘Ik houd van jou’ klinkt alleen wat subtieler dan ‘Ik bezit jou’, maar dat is ook het enige verschil.

Sinds jouw vertrek ben ik niet verlamd geraakt van verdriet. Ik zocht een uitweg door het schrijven en dichten van stukken. Ik ontmoette een groot inspiratieveld. Iemand dierbaars verliezen, op welke manier dan ook, betekent een energieshock voor je creativiteit. Liefde is de inspiratie die pas komt als je ‘m loslaat. Jij hebt vast geen tijd om verdrietig te zijn. Jouw creativiteit is de creativiteit die je ’s nachts uitoefent op hem, op je vriend. Doet ie het nu werkelijk beter in bed dan ik? Ik wed dat die spieren niet zo comfortabel liggen als mijn kussentje, dat kan niet anders. En hoe ik aan mijn trekken kom? Grappige woordkeuze, dat ‘aan je trekken komen’. Ik huur af en toe eens een meisje in, achttien plus, natuurlijk. Ik zeg het er maar bij, want je hoort de laatste tijd zulke rare verhalen. Zorg ervoor, dat wanneer je moeder wordt, je altijd weet met welke mensen je kinderen omgaan. Je weet het maar nooit. Maar zoals ik al zei, achttien plus. Ik kan er mijn natuurlijke oerkrachten aan kwijt, dus dat is toch ideaal? Ik heb ook een keer een opblaaspop gebruikt, maar dat was geen succes. Het is fijner om ‘m in echt vlees te steken. Het is fijner om gekreun te horen. Dat is wat ik wil horen; gekreun!

Je bent trouwens nog wat vergeten mee te nemen. Ik heb nog steeds een hele rij boeken van Mulisch in mijn boekenkast staan, maar je weet dat ik die rommel niet aanraak. Ik heb rare dingen gedaan in mijn leven, ik heb doodsangsten uitgestaan door: Skydiving, bungeejumping, en fietsen zonder helm. Er is alleen één ding dat ik nooit in mijn leven zal gaan doen. Ik zal nooit één bladzijde van Mulisch lezen. Nooit. Het is handig spul om je boekenkast mee te vullen, dat wel. Vooral de Ontdekking Van De Hemel is goede grote vulling. Ik ben benieuwd of jij die ooit gaat ontdekken, de hemel. Ik weet niet wat je allemaal nog gaat ontdekken. Er valt weinig meer te ontdekken, alles is zo transparant geworden. De hele wereld is transparant. Ik geloof dat mijn doorzichtige, opblaasbare globe nog meer verhullend is dan de werkelijke aarde. Je hoeft ze niet op te komen halen, maar als je wilt, dan staan ze voor je klaar.

Ik heb een deel van mijn leven aan jou gegeven, dat lijkt me een waardig cadeau. Een stukje leven geven aan iemand. Ik had graag een groter stukje gegeven, maar dat zat er helaas niet in. Eigenlijk vind ik je een ongelofelijke trut. Je bent verdomme weggegaan zonder wat te zeggen. In de tijd dat ik op kantoor zat, heb jij het halve huis leeg laten ruimen. Een briefje wat restte, maar dat had je ook niet hoeven doen hoor. Dat briefje heb ik vluchtig overgelezen. Ik heb het briefje in de fik gestoken. Ik heb jouw geschreven definitieve gedachten in de fik gestoken, en het deed me goed. Als ik je ziel zou kunnen verbranden, dan zou ik het doen. Onverwachts zul je ooit aan me denken. Misschien als je aan het neuken bent, misschien als je aan het koken bent. Je zult aan me denken, en je zult me missen. Je zult mijn naam willen schreeuwen. Op dat moment heb ik je ziel bereikt met mijn aansteker. Mijn aansteker zal zich tegoeddoen aan jouw ziel. Je ziel zal verbranden. Je zult moeten huilen van de pijn. Ik zal ook huilen, maar dan door het lachen. Dezelfde tranen, maar dan van naam geruild.

Het liefst zou ik doorgaan met het graven van een kuil voor je, maar ik weet dat wanneer ik graaf, mijn eigen kuil ook steeds dieper wordt. Ik hoop dat je gelukkig wordt met je nieuwe vriend, dat zou ik je moeten zeggen, maar ik zou liegen. Ik hoop dat ik gelukkig word, dat is wat ik hoop. Dat is niet zo gek, toch? Ik ben misschien egocentrisch, maar zo zit ik dan maar in elkaar. Ik zou willen dat je gelukkig wordt met mij. Ik zou willen dat je het door jou gecreëerde ijs weer ontdooit. Dat je weer de zon wilt zijn in het nu zo afstandelijke huis. Het is wellicht een te grote wens, maar lief… kom toch alsjeblieft weer bij me terug.


6 reacties

axelle · 2 juli 2009 op 11:00

Mooie zinnen, Maurickjeeee XD
Axelle

arta · 2 juli 2009 op 13:40

Een onderkoeld woedende column… Bijzonder.
[quote]Je was mijn bezit, want zo gaat dat met liefde. Iemand bezitten is een vorm die de liefde aanneemt op den duur. ‘Ik houd van jou’ klinkt alleen wat subtieler dan ‘Ik bezit jou’, maar dat is ook het enige verschil.[/quote]
Van deze quote gingen mijn haren overeind staan. Op het moment dat de ene partner de ander gaat bezitten, is de gelijkwaardigheid in de relatie, en dus de relatie op zich, verdwenen…

dashuri · 2 juli 2009 op 14:19

Bovenstaande quote is zo mooi maar o zo terecht!

Dees · 2 juli 2009 op 16:32

Er zit veel moois in, veel treffende stukken die gelukkig niet mooier zijn gemaakt.

Dit vind ik geweldig:

[quote]Ik heb nog steeds een hele rij boeken van Mulisch in mijn boekenkast staan, maar je weet dat ik die rommel niet aanraak.[/quote]

Mulisch vullis.

Dit vind ik treffend:

[quote]Ik hoop dat je gelukkig wordt met je nieuwe vriend, dat zou ik je moeten zeggen, maar ik zou liegen. Ik hoop dat ik gelukkig word, dat is wat ik hoop.[/quote]

En dit

[quote]Het is wellicht een te grote wens, maar lief… kom toch alsjeblieft weer bij me terug. [/quote]

zit ik af te wegen. Want het is natuurlijk een onderstroom van de woede die je daarvoor hebt beschreven en in die zin waar. Maar ik denk dat ik uiteindelijk toch uitkom bij jammer, een bedervertje. Te expliciet voor het ijs van even daarvoor dat zo treffend stagnatie neerzette en de woede erbij omvatte. Die laatste zin zorgt dan ook net dat ik het idee heb dat je dit niet echt hebt gevoeld en hebt meegemaakt. En dat hoeft natuurlijk ook niet, maar voor de lezer is de waan van wel leuker, spannender en m.i. beter…

Mien · 3 juli 2009 op 09:45

Opmerkelijke slingeremoties van onderhuidse woede, wanhoop en melancholie.
Treffend geschreven.

Mien

maurick · 5 juli 2009 op 02:35

Bedankt voor de reacties 🙂

Geef een antwoord