Ellen is dik. Dat heb ik met eigen ogen gezien, want ik heb op haar kamer geslapen. En ze slaapt naakt. Terwijl ze door de ruimte loopt kijk ik vanaf mijn slaapmatje op de grond naar haar omhoog. Ze lijkt wel van een andere planeet. Het dik zijn voorbij. Het vrouwelijke is niet te zien, onherkenbaar door al het andere. Ze vertelt me dat een bepaald type man op haar valt. Op haar lijf. Ik niet. Als meisje val ik op haar grote mond. Op het gemak waarmee ze zich ondanks dat zware lijf een weg praat door de wereld. Moeiteloos vrienden maakt, populair is, twee studies tegelijk volgt. Ze heeft bovendien de leukste, populairste en knapste jongen aan de haak geslagen. Niet dat er iets speelt tussen die twee, hij heeft al een vriendin. Nou ja, niets. Het zijn maatjes, echte maatjes. Dat heeft ze ook te danken aan haar lichaam, vermoed ik. Je bent niet meer gevaarlijk, je kunt moeiteloos met een jongen ouwehoeren, kletsen, zonder spanning. Geen erotische spanning. Ik denk niet dat de vriendin van die jongen ooit jaloers is geweest. Ik zou het wel zijn, zo goed als die twee elkaar aanvoelen, humor en geheimen delen. Dat zie je zelden bij verliefde stelletjes.

Ellen stift haar lippen felrood. Met een prachtig gebaar schudt ze om de tien minuten haar haren los op haar schouder. Roodgeverfde haren. Niemand kan zo flirterig haar sigaret roken als zij. Ze lacht breed, languit, schaamteloos. Met een mooie rij witte tanden, waartussen altijd een puntje van een kauwgum te zien is.

Ik ben jaloers, dat weet ik ook wel. Mijn maatje 36 laat me koud, ik wou dat ik wat van haar stevigheid had, haar lef, haar lach. In het dorpje waar ik geboren ben heb ik nooit meisjes als Ellen gezien. Ze komt van Amsterdam. Nu wonen we in dezelfde studentenstad, Nijmegen. En is ze mijn vriendin. Graag word ik met haar gezien, stoer om met haar door de stad te wandelen.

“Hahahaaaaa! Moet je die vette koe zien!!” Een groep scholieren fietst ons voorbij. Ze wijzen naar mijn vriendin, lachen haar uit. Ik kijk opzij en zie haar rode gezicht. Als vanzelf verwacht ik een scherp weerwoord. Ellen is niet op haar mondje gevallen. Maar in plaats daarvan zie ik tranen. Ongewapend, zonder schild, is daar de pijn. Een pijn die veel verder reikt dan dit moment, een diepe pijn die haakt aan oudere beledigingen, open wonden. Ik sla een arm om haar heen. Zwijgend lopen we verder.

Altijd het gevoel hebben dat je je moet bewijzen. Dat je heus wel slim bent, al ben je dik. Mensen, laat je vooral niet afleiden door je eerste indruk, kijk eens hoe leuk ik ben, boeiend, wat een aantrekkelijke vrouw er in me schuilt…

Negentien was ik, maar levenswijs genoeg om aan te voelen dat ik de tranen moest proberen te vergeten. Vergeten omwille van onze vriendschap. Ellen had haar masker laten vallen, maar dat had ik niet mogen zien. Ik wist het, maar ik kon het niet. Er was niets tegen te doen. En langzaam, heel langzaam, raakte ik een goede vriendin kwijt.


15 reacties

Frans · 23 oktober 2010 op 17:48

Mooi verhaal maar ik snap de verwijdering niet goed.

arta · 23 oktober 2010 op 17:54

Erg mooi, Sylvia.
De hoofdpersoon kwam te dichtbij, he?

sylvia1 · 23 oktober 2010 op 18:35

Dankje Frans en Arta. En Arta, ja, ik denk dat je gelijk hebt.

LouisP · 23 oktober 2010 op 19:07

Sylvia1,’k heb ’t buiten deze warme huiskamer al gelezen. Maar hier vind ‘k ’t misschien nóg mooier..
Ik heb speciaal voor ’t lezen van je stuk ‘white doves’ van de scorpions opgezet….

“Ik ben jaloers, dat weet ik ook wel. Mijn maatje 36 laat me koud, ik wou dat ik wat van haar stevigheid had, haar lef, haar lach.”

louis

Anti · 24 oktober 2010 op 09:14

‘Ellen is dik. Dat heb ik met eigen ogen gezien, want ik heb op haar kamer geslapen. En ze slaapt naakt.’

Deze paar eerste zinnetjes zijn meteen zo sterk en intrigerend. En verder is het een mooi en goed geschreven verhaal. Heb alleen mijn twijfels bij de laatste twee alinea’s. De voorlaatste had ik weggelaten, dat is eigenlijk de samenvatting van het hele voorgaande, zonde. Je laat het eerst zien en dan vertel je het nog eens zeg maar…
Met de laatste alinea weet ik niet zo goed wat ik er mee moet. Had denk ik liever weer zo’n zinnetje gezien waarin je laat zien wat er gebeurt. Ik begrijp nu niet of jij afstand nam, of juist zij. Dat ik hier nieuwsgierig naar word, pleit natuurlijk wel voor de rest van het verhaal, ik werd er meteen in meegesleurd.

Avalanche · 24 oktober 2010 op 10:56

Heel erg mooi, Sylvia. Ook ik heb me afgevraagd waarom haar tranen voor verwijdering hebben gezorgd. Het duurde even, voor ik het begreep. Eigenlijk vind ik het stuk door de laatste alinea’s alleen maar aan kracht winnen. Erg goed gedaan!

Chi_Dragon · 24 oktober 2010 op 12:55

Syl,

paar maandjes weg van CX, kom ik terug zie een VEC van je en een briljant mooie als deze.

Trots op je!! je schrijft steeds mooier en mooier en mooier en . .je snapt hem nu wel denk ik. SUPER!!!!

pally · 24 oktober 2010 op 15:51

Goed geschreven, Sylvia, met scherp psychologisch inzicht.
De laatste alinea vind ik niks toevoegen. Het zou een conclusie kunnen zijn die de lezer zelf kan trekken of misschien juist een andere…

groet van Pally

WritersBlocq · 24 oktober 2010 op 15:54

Goed geschreven verhaal. Is het laten vallen van maskers juist niet het begin van een nog dikkere vriendschap?

sylvia1 · 24 oktober 2010 op 18:14

Hee Chi, wat leuk dat je weer een kijkje komt nemen! Alles goed? Dankjewel hè, ben zeer vereerd!

sylvia1 · 24 oktober 2010 op 18:17

Dit stukje heb ik ingezonden voor de Trouw schrijfwedstrijd en hier geplaatst omdat er toen even een gebrek aan columns was. Maar ook omdat ik nieuwsgierig was wat jullie ervan zouden vinden. Ik ben me ervan bewust dat dit geen allemansvriendje is, raadselachtig en vreemd hier en daar. Bedankt voor het lezen en ga zeker over de opmerkingen nadenken!

Shitonya · 25 oktober 2010 op 02:46

Niet verkeerd 🙂 Al versterkt zoiets wel vaker een vriendschap, dan dat het erdoor doodloopt. Wel vrij goed omschreven.

Mien · 25 oktober 2010 op 13:01

Deze vergeten vriendin gaat nu in ieder geval niet meer verloren. Voor altijd vereeuwigd in een column.
Mooie invulling heb je gegeven aan het thema vergeten.

Mien

DreamOn · 25 oktober 2010 op 14:01

Erg mooi, deze column.

Dees · 25 oktober 2010 op 17:51

Raadselachtig inderdaad. Waarbij de grote vraag voor mij is wie nou degene was die niet tegen het zakken van het masker kon. Ik vind het ook een hele mooie column, maar persoonlijk vind ik de laatste alinea afbreuk doen aan het verhaal, of de vriendschap zo je wilt. Het is zo voor mij een verhaal dat niet verteld blijft. ofzo. lastig uit te leggen. Maar ik krijg er wel veel gevoel bij, dat is dan weer het positieve. Sorry voor de warrige reactie.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder