Ik zeg altijd: als je liefhebt moet je bereid zijn pijn te lijden, wie liefheeft is kwetsbaar.
Dit grote huis is mijn thuis, buiten bevinden zich de oude rozenkassen, binnen de kronkelende blauwe trappen, en boven de inmiddels lege kamers. In de schaduwen herbergt het huis mijn pijn, mijn verlies, diep weggestopt, niet begaanbaar voor nieuwsgierige onwetenden, met spiedende ogen.
Aan de muur hangen de trouwfoto’s van mijn dertien kinderen.
Zijn foto hangt op de tweede rij, derde van links.

We waren onlangs vijftig jaar getrouwd, mijn man en ik. De kinderen kwamen langs om het te vieren. Met hun kinderen, mijn kleinkinderen. Ik heb er nu dertig. Vreemd dat die ene zo gemist kan worden. Dat de dertig anderen niet voldoende zijn om het gat van één enkeling op te vullen.
Ik heb gebeden. Sober geleefd. De Here is mijn herder, maar de pijn bleef.
Ik loop naar de muur. Tweede rij, derde van links. Zijn beeltenis lachend, zoals hij vroeger altijd deed.

Henkie was mijn eerste kleinkind. Als baby keek hij wijs uit zijn ogen. Alsof hij in werkelijkheid geen baby was, maar een oude man.
Hij liet mij liefde voelen. Omdat ik het toeliet, de deur openzette naar mijn hart, zomaar, op een onbewaakt ogenblik.
De pijn die ik voelde, toen we elkaar niet meer zagen, was wederzijds, dat wist ik zonder het zeker te kunnen weten.
Om een stomme, onnodige ruzie was hij opeens buiten mijn bereik. Hij was zo ver weg, en tegelijkertijd zo dichtbij.
Van mijn dochter mocht hij niet meer bij mij komen, en zodoende bleef hij weg.

Ik telde de jaren. Hij werd drie jaar zonder mij, vier en vijf. Ik vergat hoe hij eruit zag, maar het warme gevoel voor hem verloor ik nooit. Vol liefde klopte mijn hart, en wanneer ik ontwaakte dacht ik eerst aan hem.
Ineens waren er vier jaren voorbij. Soms geloofde ik dat ik hem zag fietsen langs het huis, zonder dat geloof met enig bewijs te kunnen staven.

Het was vlak voor zijn zesde verjaardag, op een warme dag. De lucht was blauw en helder, de kastanjeboom was vol.
Mijn jongste dochter woonde nog thuis, zij zag hem eerst.
‘Henkie,’ bracht ze uit, naar adem snakkend.
Daar stond hij, in de deuropening. Helemaal alleen. Het was een jongen, geen baby meer, maar de ogen waren hetzelfde.
‘Oma,’ zei hij, de blik vol liefde. Hij droeg een korte broek, nette schoenen, zijn overhemd hagelwit.
‘Henkie,’ zei ik, steun zoekend bij de deur.
‘Ik ga op reis.’
Mijn dochter keek sceptisch.
‘Ga je dan op vakantie?’
Hij antwoordde niet.
‘Daarom kom ik afscheid van je nemen, oma,’ hervatte hij, zijn donkere ogen groot, wijs. Dan draaide hij zich om en verdween weer in het niets. Alsof hij nooit verschenen was.

Wist hij wat er gebeuren zou? Dat hij geschept zou worden door een onoplettende chauffeur? Dat hij twee dagen in coma zou liggen, zonder hoop op herstel.
Liefde kan bruggen bouwen. Ze kan via onzichtbare treden de afstand naar de andere wereld overbruggen, terwijl ze tegelijkertijd iemand genadeloos kan laten lijden.
Ik kijk om me heen, soms zie ik hem opeens staan, ergens half verscholen in de schaduwen, en wanneer ik omkijk is het moment weer voorbij.
Liefde maakt ons kwetsbaar, zo ver weg en tegelijkertijd zo dichtbij.
Maar zijn afscheid geeft me het vertrouwen dat ik hem ooit weer zal zien.

Categorieën: Hokusai bon

NicoleS

Door veel te lezen word je een betere schrijver. Joost Zwagerman was ervan overtuigd. Ik houd van lezen maar ook van schrijven. Ik ben bij column x terecht gekomen dankzij mijn lieve vader die hier jaren columns geschreven heeft. Kees Schilder is zijn naam. Ik hoop evenveel plezier te beleven aan het schrijven als hij. Favoriete schrijvers: Gerard Reve, J.J Voskuil, Maarten 't Hart, Adriaan v Dis, Arnon Grunberg, WF Hermans, Simon Vestdijk, Louis Bordewijk en Jean Plaidy. Favoriete boek: Het bittere kruid, Marga Minco.

4 reacties

G.van Stipdonk · 29 oktober 2020 op 12:27

Een meesterwerkje Nicole! Goed dat je weer terug bent.

Machteld · 1 november 2020 op 09:24

Mooi.

Geef een reactie