Voorafgaand: Na een optreden in het OJC van Roerdonk nemen Sylvia en Thomas het meisje Kyona meer naar huis.

De volgende dag reed ik met Eric, Jack en Ginger in het busje naar Maltstad, voor onze afspraak in de studio. Onderweg vroeg Ginger terloops: “Hoe is het met die Kyona?” Ik haalde mijn schouders op. “Geen idee, ik heb ze vanmorgen niet meer gezien.” In de studio gingen we gelijk aan de slag, want er moest doorgewerkt worden! De nieuwe cd diende vóór Sinterklaas in de winkel te liggen. Dat was zo afgesproken met onze maatschappij. De opname verliep als een tierelier. De producer was tevreden en de stemming was opperbest toen we weer in het busje stapten. Onderweg naar Roerdonk werd er niet veel meer gesproken. Plotseling werden we gepasseerd door een brandweerwagen met sirene. Daar is iets loos, wisten we meteen.

Toen ik onze straat inreed zag ik het al; mijn eigen huis stond in de fik! De brandweer was volop bezig. Sylvia kwam op mij af gerend, met rode ogen. “Er stond ineens een vent bij ons aan de deur en die eiste dat Kyona met hem meeging. Ze was als de dood voor die gast en ik heb de deur op slot gedaan. Toen heeft hij een ruit kapot geslagen en een rookbom naar binnen gegooid. We zijn naar buiten gerend en daar heeft hij haar opgepakt en meegenomen.” Ik wist niet wat te zeggen. De brandweer was in ieder geval goed bezig en gelukkig viel de schade nogal mee. Naast mij stond een fotograaf, hij maakte foto’s voor de krant. Ineens kreeg ik rillingen over mijn rug, toen ik rondkeek zag ik dat op de rondweg op de heuvel verderop een kerel naar ons stond te loeren. “Kijk, dat is die vent!” riep Sylvia. Ik wees de fotograaf in de richting: “Maak eens een foto van die gast.” De fotograaf deed wat van hem werd gevraagd. Meteen toen de gaper in de gaten kreeg dat hij onze aandacht had, rende hij naar de vlakbijstaande auto. In een wolk van opvliegend grind zagen we hem verdwijnen.

Een politieagent ondervroeg ons en Sylvia liet hem de logeerkamer zien, maar daar was verder niets meer te zien van Kyona’s aanwezigheid. Sylvia vertelde alles wat het meisje haar had toevertrouwd. Dat ze op de vlucht was. Ze had een tijdje in een commune met de naam Mother nature’s child verbleven, maar kon het daar niet langer volhouden. De commune was op een van de eilandjes in het Noordermeer gevestigd. Ze wist dat ze tot aan Maltstad achtervolgd werd door een lid van de commune en daarna meende ze zeker dat ze haar stalker had afgewimpeld.

De politieagent maakte notities. “We zullen kijken of we daar terecht kunnen, bij die commune. Maar dan dienen we eerst toestemming van de rechter te krijgen. Kan even duren,” besloot hij en hij ging. Sylvia keek mij aan. Ik kende die blik.


Thomas Splinter

Verhalen zijn splinters uit mijn onderbewustzijn.

0 reacties

Geef een reactie