Voorafgaand: Na een optreden in het OJC van Roerdonk nemen Sylvia en Thomas het meisje Kyona mee naar huis. De volgende dag wordt ze ontvoerd door een of andere vent, afkomstig uit de commune waar vandaan ze is gevlucht. Sylvia en Thomas zoeken de commune op.

Zodra het donker begon te worden wandelden Sylvia en ik naar de poort. Die was gesloten. Vanuit de verte hoorden we klokgelui. “De dienst begint,” zei Sylvia. “Dienst?” vroeg ik. “Dienst ja. Kyona vertelde erover. Kom, we gaan proberen om ergens anders binnen te komen.” Sylvia liep snel door en ik volgde. Naar links en rechtsom was het terrein afgemaakt, daar kwam je zo niet doorheen. We zochten net zo lang tot we uiteindelijk toch een doorgang vonden.

Aangekomen op het eigenlijke communegebied, zagen we verschillende hutjes en tentjes, gegroepeerd rond een plein. Midden op het pleintje stond een soort kerkje. Er gingen nog juist enkele mensen naar binnen, waarna de deuren werden gesloten. Toen was het stil, op enkele uil na, die “oehoe” riep. Het was donker om ons heen, maar gelukkig bood het maanlicht enige verlichting. Sylvia en ik slopen om het gebouwtje heen. Aan de achterzijde stond een bosje struiken. Voorzichtig wrongen we ons door het struikgewas en zagen dat er in de muur een raamopening zat, waardoor we naar binnen konden kijken.

In het kerkje was de ‘dienst’ in volle gang. Er stonden enkele meisjes in een kring opgesteld met de ruggen naar elkaar toe. Hun gezichten waren opgeschminkt met afbeeldingen van dieren en verder hadden ze niets, maar dan ook helemaal niets om het lijf. Basic en puur, zoals Hedy eerder had verteld. In het midden van de kring stond een jongeman op een rond plateautje. Hij was gehuld in een kazuifel met ook daarop allerlei afbeeldingen van dieren. Neuzelig gezang verraadde de aanwezigheid van een groep jonge mensen die op de achtergrond zachtjes stonden mee te deinen en toekeken. Aan de andere kant van de ruimte stond een troon met daarop een soort priester. “Dat zal die master Song zijn,” fluisterde ik. Flikkerend kaarslicht speelde een grillig spel op de blote lijven van de meiden in het midden. Het geheel riep een bijzondere sfeer op, dat wel. Het plateau draaide rond. Bij elke gemaakte ronde sloeg er iemand op een grote pauk.

Ineens stopte de zang en kwam het plateau tot stilstand. De jonge gast stapte van het plateau en liep naar het meisje recht tegenover hem. Hij liet zijn kazuifel van het naakte lijf glijden. Een stevig figuur had hij en zijn soldaatje stond parmantig in de houding, zag ik. De jongen pakte de hand van het meisje en samen wandelden ze weg, weg van de kring. Voor de troon stopten ze even. Master Song knikte goedkeurend naar ieder van hen en naar een deur aan de zijkant. De twee liepen verder en verdwenen in een andere ruimte.

Het gezang werd hervat en een volgende knaap ging op het plateau staan. Sylvia en ik slopen verder. Door het volgende raampje zagen we het meisje van zojuist terug. Ze lag op haar rug met de jongeman boven op haar. Zijn dikke kont ging op en neer. Plotseling draaide het meisje haar gezicht in onze richting. Ze keek mij aan, recht in de ogen! Die blik!


Thomas Splinter

Verhalen zijn splinters uit mijn onderbewustzijn.

2 reacties

Nummer 22 · 5 mei 2020 op 20:35

Mooi verhaal! Ik kijk uit naar het vervolg!!

Thomas Splinter · 5 mei 2020 op 21:56

Hartelijk dank voor het volgen van mijn splinters. Deel 5 (en slot) is gelanceerd.

Geef een reactie