Voorafgaand: Na een optreden in het OJC van Roerdonk nemen Sylvia en Thomas het meisje Kyona mee naar huis. De volgende dag wordt ze ontvoerd door een of andere vent, afkomstig uit de commune waar vandaan ze is gevlucht. Sylvia en Thomas zoeken de commune op. ’s Nachts sluipen ze naar een kerkje waarin een dienst aan de gang is.

Plotseling draaide het meisje haar gezicht in onze richting. Ze keek mij aan, recht in de ogen! Ik dook weg. Ineens hoorden we achter ons iemand fluisteren: “Ssst, Thomas, Sylvia wat doen jullie hier?” Ik kreeg bijna een hartverzakking. Het was Kyona. Ongekend! Sylvia omhelsde haar. Het grietje snikte.

Sylvia vroeg of ze met ons mee wilde gaan, weg van deze plek. “Dat lukt nooit. Als we hier al weg komen, haalt hij mij subiet weer terug. Het is hopeloos. En morgen, ben ik aan de beurt. Dan moet ik in de kring,” verklaarde Kyona. “Wie houdt je dan hier?” vroeg ik. “Mijn man. Hij heeft me hierheen meegenomen en wil niet meer weg. Hij is het ook, die mij achtervolgde en heeft teruggehaald, nadat ik was weggelopen.” “Waar is hij nu dan?” informeerde Sylvia. Kyona knikte met haar hoofd richting het raampje. “Hij ligt daar binnen.””Dit is toch geen leven zo. Ga alsjeblieft met ons mee,” probeerde Sylvia nog eens. “We vertrekken meteen, lenen de boot, varen naar de overkant en rijden weg. ’t Is simpel.” Maar ze durfde niet. “Nee, te gevaarlijk. Als ik nog eens vlucht, dan vermoordt hij mij.“ Daar bleef het bij, de angst voor haar man zat te diep.

Sylvia en ik keerden terug naar het gastenverblijf. “Wat nu?” vroeg Sylvia zich af. “Laat de politie het maar uitzoeken. Als het goed is hebben ze een foto van die gast,” probeerde ik. “En morgen hoef ik dat geleuter allemaal niet aan te horen van die master Song. We gaan direct terug,“ gaf ik beslist aan. Sylvia zweeg. Toen we bij ons verblijf aankwamen klonk ineens een stem achter ons. “Ik ga mee!” Het was Kyona. Ze had zich bedacht. “Vooruit,” zei Sylvia. “Wegwezen hier!” We verzamelden holderdebolder onze spullen en renden naar de boot. Nerveus tot op het bot stapten we in, gooiden de trossen los en ik begon gelijk te roeien.

“Kyona!” klonk het plotseling. Een jonge gast kwam vanaf het gastenverblijf naar ons toe gerend. “Mijn man,” zuchtte Kyona vertwijfeld. “Kom terug. NU!” schreeuwde hij. Kyona keek ons aan, wanhopig. “Roeien!” schreeuwde Sylvia. Kyona’s echtgenoot ging helemaal door het lint, haalde een pistool tevoorschijn van onder zijn kazuifel. “Wow, stop!” riep ik. Te laat. Een schot weerklonk over het Noordermeer. Sylvia en ik zochten dekking, maar Kyona bleef staan. Ik pakte haar hand, maar meteen zakte ze in elkaar. Sylvia hield haar vast, terwijl bloed uit haar mond gulpte. Op de kaai kwamen enkele mensen van de commune verontrust toegelopen. Kyona’s man draaide zich om, stak de loop van het pistool in zijn mond en haalde de trekker over. Weer een schot. “Shit!” vloekte ik.

Als versteend staarde iedereen naar het plaats delict waar het drama zich zojuist voor enkele seconden had afgespeeld. Iemand voorin het gezelschap herkende ik, het was Hedy. Ik zag dat ze haar ogen dichtkneep en weer opensperde. Verbijsterd.

***


Thomas Splinter

Verhalen zijn splinters uit mijn onderbewustzijn.

2 reacties

Nummer 22 · 8 mei 2020 op 11:30

Het einde,,enfin.. mooi gelezen!

Thomas Splinter · 8 mei 2020 op 19:31

Dankjewel voor het volgen van deze splinter, tot aan het einde. En voor het reageren hierop. Altijd spannend, om de aandacht van de lezer vast te kunnen houden bij het plaatsen van een vervolgverhaal.

Geef een reactie