Stof. Overal stof. In mijn ogen, oren, neusgaten, tussen mijn tanden, in mijn keel, geplakt tegen mijn zweterige, harige benen. De motorfiets rijdt zo snel mogelijk langs de Lagos expressway tussen Amuwo Odofin estate en Apapa, waar al de banken zijn bevestigd. Tussen de wolken van stof zie ik de babypoep geel gekleurde bussen, die met twaalf passagiers per wagen wat langzamer rijden dan de motorfiets, maar niet veel langzamer. Achter op elke bus staat een kreet: “Praise the Lord”, “Jesus Saves”, “More Blessing” of “Allah is Great!” Dit vind ik wel grappig, want de bestuurders rijden stuk voor stuk als de duivel. Maar dit is geen uitzondering, want elke bestuurder, zij het motorfietsrijder, auto- of vrachtwagenbestuurder rijdt op dezelfde manier. Er zijn geen regels, behalve: ik ben de belangrijkste op deze snelweg en alleen IK heb voorrang. Verrek! Ben ik terug in Nederland?

We rijden langs de kant van de haven en tot mijn grote verbazing staat een lange rij containervrachtwagens geparkeerd in de snelle baan van de expressway. Alles mag op deze Road to Hell.

Even verder op, twee grote, zwarte mannen schreeuwen over een botsing tussen hun auto’s. Ook dit is meer de regel dan de uitzondering. Na een paar dagen zie je het niet meer, net als de constante tuuttuut dat nergens meer op slaat, want iedereen doet het, of er iemand voor hen rijdt of niet.

De motorfiets komt voor de bank tot stilstand en de hitte van dertig plus graden slaat me als een houten blok in het gezicht. Toch begin ik, na twee weken, eraan te wennen. Ik kan al twintig minuten in de zon liggen en wordt heerlijk bruin. Bij de bank word ik overdreven verwelkomd door de portier, die natuurlijk is gekleed in uniform, compleet met geweer. Nigerië is een wetteloos land en alle banken en kantoren zijn zwaar beveiligd. Bij de deur haal ik mijn bankpas en bril uit mijn tas – niks anders mag binnen – en stop de tas in een kleine kast alvorens ik de deur van de kast op slot doe en de sleutel meeneem. Een andere portier activeert de draaideur, ik loop naar binnen en zet mijn mobiele telefoon uit. Ik wacht op de metaal detector. Na een paar seconden gaat de binnendeur open en ik loop naar de balie, waarachter staat een grote waarschuwing: It is forbidden to use your telephone inside the banking hall.

In tegenstelling tot alle veiligheidsregels en het gedrag op de snelweg is iedereen hier overdreven beleefd. “Good morning Mr. Allan”, zegt een ongelooflijk mooi gezicht, “Nice to see you again!” Ik doe mijn zaken en stap weer terug op de motorfiets. De zon schijnt niet, maar de zonnebril heb ik toch nodig tegen de stof. Mondje dicht. Ik begin langzaam te leren hoe je je moet aanpassen om te overleven in dit verwarrend, luidruchtig, vriendelijk, maar gevaarlijk land.


12 reacties

Avatar

Mup · 8 november 2008 op 17:45

[quote]Verrek! Ben ik terug in Nederland?[/quote] :hammer:

Een reisverhaal waarvan ik een vervolg wil lezen, ben er nog nooit geweest, maar je brengt het vertrouwd over,

Groet Mup

Avatar

SIMBA · 8 november 2008 op 18:02

Leuk Mens!! Ik hoop dat er een vervolg komt.

Avatar

pepe · 8 november 2008 op 18:55

Gek mens ben je toch, maar wel weer leuk dat je ons laat mee genieten.

Mondje dicht was voor jou natuurlijk heel moeilijk;-)

Veilige terugreis EM.

Avatar

doemaar88 · 8 november 2008 op 21:32

Een goed, vlot geschreven stuk. Fijn om te lezen!

Avatar

Dees · 9 november 2008 op 10:37

Een bjoetie van een sfeer- en waarneemcolumn.

Echt heel mooi mr. Allen!

Avatar

pally · 9 november 2008 op 14:03

Heel mooi geschreven, Leuk je weer hier te zien nu je zo ver weg bent.

Groet van Pally

Avatar

datmensinkenia · 9 november 2008 op 15:30

Het is vreemd. Je schrijft iets waar je heel trots op bent en de reacties zijn in het algemeen negatief. Dan schrijf je iets waarvan je denkt: “Vind ik niet één van mijn beste stukken” en je krijgt zoveel complimenten. Bedankt aan allen. Ik heb een idee voor een vervolg, maar ik beloof niks. Trouwens, ben al sinds afeglopen vrijdag terug, na een heerlijke drie weken met m’n vriendin en haar familie.

Avatar

Neuskleuter · 9 november 2008 op 16:02

Een leuke tegenstelling! Ik had in het laatste stuk eigenlijk bijna verwacht dat iemand je in de bank heel vriendelijk zou begroeten, terwijl diezelfde persoon je een paar minuten daarvoor bijna van de weg had gedrukt.

Maar dit is meer een realistisch reisverslag. Prima de sfeer gecreëerd.

Avatar

KawaSutra · 10 november 2008 op 01:43

Prima reisverslag, zo lust ik er meer. Meereizen op de digitale snelweg, landen aandoen waarvan je niet eens kunt dromen, en dat allemaal op de motorfiets. De meeste Engelsen laten zich eerst helemaal van top tot teen verbranden alvorens ze nadenken over de gevolgen. Gelukkig is Datmensinengeland wijzer. 😀

Avatar

Troy · 10 november 2008 op 09:39

[quote]Het is vreemd. Je schrijft iets waar je heel trots op bent en de reacties zijn in het algemeen negatief. Dan schrijf je iets waarvan je denkt: “Vind ik niet één van mijn beste stukken” en je krijgt zoveel complimenten.[/quote]

Zo herkenbaar! 😀

Wat mij vooral aantrekt in je columns is je sympathieke schrijfstijl. Dat zegt ook iets over jou als persoon. En ik ben het met je eens, ik heb columns van je gelezen die mij meer aanspraken, maar ik ben dan ook niet zo van de reisverhalen. En toch heb je het absoluut weer heel goed en prettig op papier gezet.

Avatar

Mien · 10 november 2008 op 10:13

Vlot geschreven, mooi opgebouwd en een genot om te lezen. Scherpe waarneming. Ik rijd zonder opstoppingen door de column heen. I want more …

Mien

Avatar

datmensinkenia · 10 november 2008 op 14:07

Aan allen hartelijk bedankt voor de positieve opmerkingen! Zo krijg ik de neiging om meer te schrijven… watch this space.

Geef een antwoord