Mijn buurvrouw is me er eentje, dat wil je niet weten,. Die gooit er alles woordelijk uit en op zich is dat niet erg, maar het gaat nogal luid zodat de hele goegemeente heerlijk mee kan genieten van haar getokkel en helemaal als ze over haar man praat. Ik viel weer eens in de prijzen, stapte uit de auto en liep naar de achterkant om mijn tassen met boodschappen te pakken, zag haar aankomen met haar hondje en wilde de auto induiken alsof ik haar niet gezien had. Te laat gedoken want ik werd aan mijn jas getrokken. Ik deed alsof ik schrok en werd gelijk afgestraft met het feit dat ik mijn kanis tegen de achterklep stootte die wat gedaald was. Had ik weer.

“Hé meissie hoe istie nouw?” klonk haar harde doordringend stem,.
“Goed wel, ik schrok even”, en wreef mij over het hoofd dat al wat dikker werd op een plek. Dat zou een fijne bult worden met dank aan de buuf die ik even niet wilde zien laat staan horen. Ze keek brutaal in de auto en zag de volle tassen met boodschappen staan.
“O ik zien ut al je bent an de lijn, je vrouwjte oak seker’nou dat sal nie meevalle so met de kerstdagen in de voorruit’’, en handig mij opzijschuivende dook ze zo de tassen in.
“Bennie naar de Liedel gewees of naar de Aldi, o nee ik sien ut al Super de Hoer”. Haar lach om haar eigen grapje klonk hard en rauw. Zo nieuwsgierig als zij was zo dom was ik om haar nog antwoord te geven, dus zou ze blijven plakken . Het hondje van haar was er maar bij gaan liggen, dit had dat beestje vast vaker meegemaakt met het baasje. Die wist wel dat het lang zou gaan duren en ik..Ik bad de Lieve Heer om een fikse regenbui zodat ze door zou lopen met haar fikkie.

‘Hebbie ut al gehoort van die herreman met se vrouw, die goane uit mekoar”. Ze sprak het zo fluisterend dat de hele straat het gehoord moest hebben, want mijn oren hadden een hoge toon signaal door die scheepstoeter van haar.
“Nee niks gehoord”, antwoordde ik bescheiden. Kon ook wel kloppen want ik kende die mensen niet eens.
“Nouw het is se eige skuld, mot ie moar niet vreemdgaan”!

“Heeft hij zich niet eens voorgesteld dan?’ probeerde ik ook eens leuk te zijn, een beetje desinteresse van mijn kant zou dat bord voor haar hoofd misschien weg laten zakken maar helaas, de humor was met haar huwelijk verdwenen. Zij begreep het niet erg.
“Nouw dat weet ik niet hoor, daar was ik niet bij. Moar se hebbe nog twee van die koters lope dan mot je toch effe nadenken voordat je vreemd gaat ja toch?”

Ik knikte maar wat en bedacht dat haar man ook niet zuiver was hem in de stad gezien hebbende met een andere vrouw en vrolijk vroeg of ik niets gezien had. Nee hoor, zoek het lekker uit.

“As mijn Kloris ooit een ander mokkel neemt, sal ik me daar toch eerst effe zijn nootjes in sijn strot stampen, hebt ie eerst pindakaas en dan kan ie lekker uit se nek lulle, moar van mijn Kloris blijfe se af, al die mokkels”. Ik zou haar Kloris niet gratis willen hebben maar dat is persoonlijk. Kloris genoot van zijn buitenwerk als opzichter bij een woningbouwvereniging dus die vermaakte zich wel

Haar hondje stond op en keek smekend naar het vrouwtje die inmiddels met haar permanentje
uit mijn wagen was verdwenen na het keuren van de boodschappen en sprak tegen dat lieve dier “Effe wachte goser je mag so een plassie doen hoor”, en kakelde gelijk weer tegen mij. Ik hoorde even niets want ik zag de regenbui al hangen in de vorm van de hond die ineens zijn poot optilde en tegen de been van vrouwtjelief ging staan plassen. Ja die koude stenen ook.
Met moeite hield ik mijn lachen in toen ik haar gezicht zag. Eerst werd ze wit en toen vuurrood, zij trok snel haar been weg, maar het leed was al geleden. Haar been was drijfnat van de hondenplas en ik was allang bij dat ze door zou lopen.

Dat ging nog wel even met de woorden dat haar Kloris nooit een opschepper was en dat ie toch de grootste van de buurt had.
“Wat zeg je me nou buurvrouw de grootste van de buurt?’’, verbaasd vroeg ik haar dat en keek haar streng aan. “Hoe weet je dat nou, je kent de buurmannen toch niet?”

“Nou meis sterkte met je afvalle en ik ga gauw naar huis toe, effe me bene wasse. Hij is al geweest vieze hond”, en bestraffend keek ze naar hem op.
Met een zwaai rende ze haast de hoek om.
Had ik iets verkeerds gezegd misschien?


Avatar

klapdoos

Gewoon een Amsterdamse vrouw die met een vrouw getrouwd is, ziek is, zodanig dat de neerwaartse spiraal steeds verder zakt. maar een kniesoor die daarop let. Ik lach graag, heb genoeg traantjes gelaten om mijn ziekte en nu is het tijd om via mijn nieuwe boek eens door te gaan met uit het leven te halen wat er te halen valt, zeker in een crisistijd is het de kunst om toch vrolijk te blijven. Mijn motto is dan ook: Een dag niet gelachen is zeker een dag niet geleefd.

2 reacties

Avatar

Mup · 14 december 2007 op 13:02

Knap dat jij je lachen in kon lachen, ik zou zelf in mijn broek gepiest hebben,

Groet Mup.

Avatar

pally · 14 december 2007 op 15:09

Grappig klapdoos, wat een zeikwijf met een zeikhond, zeg! 😆

groet van Pally

Geef een antwoord