Als ik ’s morgens mijn kinderen naar het kinderdagverblijf breng, is het altijd druk. Spitsuur met hangende, jengelende, krioelende kinderen. En dat is lastig en kan vervelend zijn, maar je weet dat je binnen vijf minuten weer weg bent en een ander, die daar gek genoeg zelf voor heeft gekozen, de kinderen weer in het gareel probeert te krijgen. Altijd rond dezelfde tijd als ik er binnen kom, stapt er een andere moeder met twee kinderen binnen. Goedemorgen kan ze blijkbaar niet uitspreken. En dat kan natuurlijk. Misschien nooit geleerd. Volgens mij kan ze helemaal niet praten trouwens, alleen maar roepen en schreeuwen. En dan vooral tegen haar kinderen. Dag na dag zie ik het gebeuren. Twee uiterst lieve kinderen, maar volgens mama gaan de jassen niet snel genoeg uit en is dat een reden om er één aan zijn oren te trekken. Als dochterlief dan ook nog blijkt te sukkelen met haar schoenen is mama helemaal niet meer te houden.

En dan heb je ook nog van die mensen die blijkbaar het verkeerde vak hebben gekozen. Die alleen maar kunnen zitten mokken tijdens hun werk. Het meisje aan de kassa van de supermarkt die een grote zucht slaakt, omdat ze met haar kont van haar stoel moet om fruit af te gaan wegen. Die geërgerd met haar vingers loopt te trommelen omdat die lieve man van tachtig al zijn kleingeld rustig loopt te tellen alvorens te betalen. Of de gemeenteambtenaar die vervelend is dat je belt, omdat je toevallig de tweede bent die hem stoort bij het drinken van zijn koffie.

Allemaal niet erg. Zij hebben er last van, niet ik. Maar er is een dodelijke combinatie. Iemand die alle bovenstaande eigenschappen bezit, maar die het zich niet kan veroorloven. Iemand die er juist voor anderen dient te zijn. Mag ik u voorstellen: levensmoe, werkfobie, vrouwenschuw, mijn internist! Geen hand bij binnenkomst, zelfs nog geen blik werpt hij je toe. Korte vragen stelt hij, antwoorden geeft hij niet en zijn oren neemt hij standaard niet mee naar zijn werk. Leuk als je je al ongemakkelijk voelt, omdat je in je nakie ligt te kijken hoe ze een slang in je kont stoppen. Nu snap ik best, dat zo’n dokter ook niet vrolijk wordt van iedere dag naar braaksel en stront te kijken, maar daar heeft hij zelf voor gekozen, is het niet? Moet een ander daar de dupe van zijn? Is het de bedoeling dat je jankend bij hem buiten stapt, omdat hij behalve die slang ook nog zijn ‘kijk op het leven’ bij je heeft weten binnen te krijgen? Lijkt me niet.

Het interesseert me geen hol dat hij een hekel heeft aan het leven, dat hij niet kan lachen en in zijn eigen sombere wereldje vertoeft. Dat is zijn goed recht. Maar hij werkt met mensen. Mensen die op hun gemak gesteld willen worden, die willen weten of ze zich zorgen moeten maken of niet. Dus: óf hij leert ermee om te gaan, óf hij moet gestraft worden. En die straf mag hij kiezen: Slangetje slikken of slangetje in zijn reet. Beiden door mij uitgevoerd!


9 reacties

pally · 30 januari 2007 op 14:08

Goed, pittig, leuk en waar deze column.
En die geef die internist maar slangen aan beide kanten, Wendy! Moet ik soms assisteren?

😀 Groet van Pally

Bitchy · 30 januari 2007 op 16:18

Soms kiezen mensen gewoon verkeerd, eigenlijk zou je dat gewoon moeten kunnen zeggen…

Pally, niet zo snel jij, ik wil ook best een handje toesteken om iets ergens in te stoppen bij mijnheer De Internist 😉

Prlwytskovsky · 30 januari 2007 op 16:39

Mijn advies Wendy: ga de avond ervoor eerst flink aan de chili-con-carne. Dat zal hem leren. :wave:

SIMBA · 30 januari 2007 op 17:50

Ja inderdaad; sommige artsen zijn even vergeten dat ze al die geleerde slimmigheid op LEVENDE mensen moeten uitvoeren. Die klappen helemaal dicht als blijkt dat die gevoel hebben of nog erger een WEERWOORD.
Lekkere column Wendy!!!

Dees · 30 januari 2007 op 18:01

Klinkt alsof de echte ervaring al niet veel beter was dan die je van tevoren tot je ergste nachtmerrie bestempelde.

Lijkt me ook twintig keer niks zo’n onderzoek. Al zou ik relativerende praatjes over stront en braaksel ook net niet prettig vinden. Iets over de kwaliteit van het jouwe ofzo, mwah.

Wel een lekkere galcolumn. Hoop dat je er met een keer vanaf was!

Trukie · 30 januari 2007 op 19:43

Het lijkt me hoog tijd worden voor een andere internist. 🙂

DriekOplopers · 30 januari 2007 op 21:26

Trukie zei het hier al, en ik riep het al elders. Maar ik bijf erop hameren: zoek een andere dokter!!!

Driek

arta · 31 januari 2007 op 09:05

[quote]Het interesseert me geen hol [/quote] 😀

Goede column!
Ik hoop dat je snel van je internist af bent, door te veranderen van arts of beter nog: dat je hem niet meer nodig hebt!
🙂

pepe · 31 januari 2007 op 20:49

Als ik dit lees ben ik toch wel een heel gelukkig mens, ik tref het met mijn artsen.
Ze zijn leuk en doen hun werk goed en met plezier.

Ik wens je veel sterkte en wens je een leukere arts.

Geef een antwoord