Er gebeurt weinig. Ooit wilde het nog wel eens voorkomen dat er te veel gebeurde, maar dat terzijde. Het is goed zo. Kroegen kunnen me op geen enkele manier meer verleiden, het schrijven van weemoedige verhalen laat ik tijdelijk aan anderen over, ik drink enkel nog met mate in gematigd gezelschap, en voor de rest ben ik al maanden onstuimig verliefd. Verliefdheid is goed. Het remt mijn cynisme, belet me om me over te geven aan obsessieve seks met wildvreemden en motiveert me om strak en degelijk ondergoed te dragen. Tevens bereid ik nu eindelijk weer gerechten waarvoor meer nodig is dan een frituurpan of een ovenschaal, wat betekent dat de verliefdheid ook mijn gezondheid ten goede komt.

Nu hou ik er niet van om te schrijven over verliefdheid, maar deze emotie is zo hardnekkig dat ik bijna niet anders kan. ‘Bijna’ zeg ik dan, want ik kan wel anders, ik weiger het alleen. Soms stel ik me voor dat de liefde voorbij is, dat ik voor de zoveelste keer bedrogen uit ben gekomen, en ik eindelijk het punt heb bereikt dat ik, in plaats van een derderangs gerecht, mijn hoofd in de oven steek à la Sylvia Plath, of met stenen in mijn zakken een rivier inloop zoals Virginia Woolf, en dan vooral niet omdat ik zo’n masochist ben, maar vooral wel om te voorkomen dat ik me enkel nog richt op het schrijven van zoete verhaaltjes.

Toch kan ik nu bijna niet anders dan het schrijven van zoete verhaaltjes. ‘Bijna’ zeg ik dan, wat ik kan wel anders, ik weiger alleen om op een net zo pijnlijke manier als voorgaande schrijfsters te sterven. En over zoete verhaaltjes gesproken: Wat te denken van een zoet gedicht? Mensen die mij enkel kennen als de zwartgallige en cryptische Troy die niets liever doet dan het verkennen van de krochten van zijn ziel, en dat enkel na twaalf uur s’nachts, wil ik ook deze kant van mij zeker niet ontnemen. Dus bij dezen, een zoet gedicht dat de lente zelfs in het oudste en bitterste hart zal ontwaren:

Opnieuw heb ik gespeeld
Maar dit maal niet verloren.

Opnieuw mezelf verwed.
Maar dit maal uitverkoren.

Opnieuw mijn stem gegeven.
Opnieuw mijn hart verpand.

Opnieuw uit as herrezen.
Terug in liefdesland.

En voor al diegenen die beweren niet meer in de liefde te geloven, heb ik nog één ding te zeggen:

Liefde is.

Categorieën: Liefde

7 reacties

arta · 8 april 2007 op 13:31

Troy als phoenix…ook prachtig mooi!
Geen ontharingsdrang of voorjaarsmoeheid (zie poll) maar gewoon zoals het hoort: lentekriebels!
🙂
Mooie column, mooi gedicht!

DriekOplopers · 8 april 2007 op 15:01

Mooi opgeschreven goed nieuws! Klasse Troy!

Driek

Mup · 8 april 2007 op 19:35

Klasse voor je, Troy, alleen
[quote]motiveert me om strak en degelijk ondergoed te dragen. [/quote]
vindt ik dan weer jammer:-)

Groet Mup.

pally · 8 april 2007 op 21:49

Mooi geschreven, Troy

KawaSutra · 9 april 2007 op 00:09

Maak je maar geen zorgen, het gaat wel weer over. 😀

Mooi gedacht, mooi gedicht.
Ditmaal zal ik het je vergeven maar ‘dit maal’ heeft lekker gesmaakt. 🙂

Li · 9 april 2007 op 01:07

mooi

Anne · 9 april 2007 op 08:48

Heerlijk Troy, die lichte liefde bij jou 🙂

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder