Het is inmiddels een dinsdag na twee november en de wereld is nog altijd even donker. Moe lees ik dat kleine Younes misschien aan afrit 5 ligt dood te gaan en sms-t Stijn dat hij nog steeds die ene vrouw zoekt om hem gelukkig te maken. Boven mijn bed hangt jouw foto te waaien en zwaaien alsof er niets gebeurde. Een beetje als de witte chrysant en de vijftien begonia’s op mijn grootvaders graf, laat de aankomende winter zijn sporen na op mijn vakantiehumeur. De twee en binnenkort drie kindjes die op tractor doorheen de tuin stormen, blazen alle seizoenen voorbij. Voor hen is de herfst én geel én rood én oranje, voor mij eerder dood, koud en triest. Eentje knipt speelgoed uit om op zijn Sinterklaasbrief te kleven, de ander vraagt me, al Ezeltje Strekje’nd, doordenkvragen waarop ik het antwoord niet en nooit weet. Waarom ze minstens een kop groter is dan haar klasgenootjes, bijvoorbeeld. Ik verzin dat niets eeuwig is en mensen voortdurend veranderen.

Ondertussen denk ik aan de avonden waarop ik mezelf nauwelijks kende en herkende. De ruzie, het gevecht en de pijn die ons restte als waren het de laatste restjes zonnestralen in november. Ik bedenk dat niet gewonnen altijd verloren is en dat de [i]pas de promesse à l’ éternel, juste nos vies en arc-en-ciel[/i]jongens op geen hand te tellen zijn.

Nu men nog heel even het cijfer achttien op mijn lijf en leden mag plakken, ga ik ’s namiddags naar het strand met een halve eeuw jonge vader. Aan zee houden oude en ouderwetse mensen een strijd tegen de westenwind met hun kleinkinderen en hond. Ik zie hem stilzwijgend met zichzelf worstelen: [i]ik misse u, o ik misse u zoo, ik misse u neffens mij[/i]. Zonder herinnering kan ik aan geen plek voorbij.

Categorieën: Liefde

4 reacties

lisa-marie · 11 november 2009 op 19:58

Hier spreekt in vele facetten heel veel liefde uit en tovert een glimlach op mijn gezicht.

arta · 12 november 2009 op 11:40

Ik vind jouw schrijfstijl altijd heel bijzonder, een bepaalde puurheid zit er in. Ook in dit stuk: Erg mooi weer, Dashuri!

KawaSutra · 13 november 2009 op 01:11

Wat mij betreft had je dit pronkstukje als Thema-column in de serie ‘najaarsdepressie’ in kunnen sturen, dan maar geen verplichte woorden. Weer een prachtig prozaïsch taalgebruik.

Marley_jane · 22 november 2009 op 06:01

Zoals al gezegd, maar zeg het toch nog een keer. Een hele mooie schrijfstijl.

Geef een antwoord