Verdomde hangjongeren. Bij ons op het plein. Als je voorbij loopt, sissen ze. Je kunt net niet horen wat ze zeggen maar het is gegarandeerd niet iets beleefds. Kutmarokkaantjes. Met z’n vieren in de nieuwste BMW. Rokend en lachend, de cd speler met kutmarokkaanse muziek op z’n hardst. Buurjongetjes, kleintjes, bij ons in de verboden tuin, slaand met afgebroken takken naar onze Pollo die met grote verschrikte poezenogen naar binnen vlucht. Buurjongens, groter, voetballend, altijd precies voor onze deur en die klotebal ieder kwartier op ons balkon schoppend. Onze Afghaanse buurman belt aan met alweer een grote bos bloemen van zijn werk van de veiling. Ik neem ze snel keurend aan en nee nee sorry sorry maar we komen niks drinken, moe en zo je weet hoe het is, en ik sluit de deur achter zijn alcoholadem.

Politie horen we aankomen, sirenes, gillend. Uit het raam kijkend zien we het al. Opnieuw is die fucking papiercontainer in de fik gestoken. Op straat kwebbelen we mee met de rest, want we willen er wel bij zijn natuurlijk. Aandachtig kijk ik naar onze Turkse buurvrouw. Haar zo ziend, lief glimlachend naar ons, zou je niet bedenken dat ze haar kroost er minstens twee keer per dag ongenadig van langs geeft.

Onze autochtone buurman waagt zich ook even buiten, met in zijn kielzog de twee ergste oudere alcoholisten van de buurt. De twee hangen, als ze niet bij hem zijn, op de bankjes op het plein rond, naast het bankje van de hangjongeren. Middelbaar en jong bekijken elkaar met argusogen. Zien die hangjongen niet hier hun toekomst? Het wordt tijd dat ze daar ook eens zo’n verbodsbord ophangen: verboden op deze plek te zuipen.

En dan de droogloop, de gang naar onze kelders. Eens in de zes weken wordt er schoongemaakt. Als je geluk hebt, tenminste. Het is er één dag schoon, tot iemand zijn kauwgumpapiertje er laat dwalen. Dat is het teken tot algehele anarchie. Afgedankte wasmachines, een onder gekotste accu, ooit spotte ik een achtergelaten oud pick-upmeubel. Krankzinnig gewoon.

De brievenbussen. Natuurlijk gooi je daar alles wat je niet aan post wil, kruidvat reclame enzo, op de grond weg. (Nee niet in je eigen vuilnisbak, dat is zo ver en zo zwaar dragen). En natuurlijk moet daar af en toe een lucifer bijgehouden worden. Niks leukers toch, dan brandje stichten?

Waarom ik zo godvergeten kwaad ben?

Ze hebben vannacht in onze box ingebroken. Uit nijd, omdat ze Elderkins scooter niet in zijn geheel meekregen, hebben ze alles gestript, wat er maar los te krijgen was, het in de zijtassen van zijn fiets geladen en die ook meegenomen.

De dieven wisten dat zijn brommer daar stond. Het zijn bekenden hier uit de buurt. We weten het zeker, de politie ook. Ze zeggen ons waarschijnlijk gedag als we langslopen.

Eng.

Waar wij wonen? Bos en Lommer, Amsterdam. Maar we kunnen weg, er wordt gesloopt, gerenoveerd. We krijgen stadsvernieuwingurgentie en een fijne oprotpremie. Gaan we lekker in Oud Zuid wonen. Tussen de yuppen. Gaan we prosecco drinken, buiten op luxe franse stoeltjes. En brallen over vakanties en auto’s en de laatste mode. Kijken hoe lang we het daar uithouden…

Categorieën: Maatschappij

fontaine

Schrijfster/columniste/kwartiermaker De geest van een idioot draait de hele tijd in de rondte en komt daar zichzelf tegen (Doris Piserchia)

4 reacties

Garuda · 8 augustus 2009 op 19:14

De verloedering van menig wijk in ons land. Het is en blijft een hot item, die hango(tonen)kanen, die frustratie en woede met zich mee brengen.

Jij mag even.

Dees · 9 augustus 2009 op 20:41

Tja, ik kan alleen maar zeggen, hee hallo buurvrouw (tenminste, zo lang je oud z nog even links laat liggen). Alleen woon ik of in een ander stukje van b en l, of ik heb een andere bril op, want ik herken er maar weinig van.

axelle · 10 augustus 2009 op 00:02

Hmm.

Mien · 10 augustus 2009 op 10:36

Hee, hallo, home is where the heart is, don’t let them get you …
Er bestaan overigens nog meer woonplaatsen dan A’dam, weliswaar met een mindere voetbalvereniging, maar toch …

Mien woont op plaatsen waar niemand komt

Geef een antwoord