Ik ben onderweg naar Ockenburg en elke keer als ik een gang maak naar Ockenburg brengt dat tranen op mijn wangen, van het lachen of van verdriet. Aan de rechterzijde in Ockenburg ligt namelijk een grote discotheek waar ik menig uurtje heb staan swingen en aan de linkerzijde ligt een van de grootste begraafplaatsen van Den Haag. Ditmaal ga ik niet swingen, ik kan beter zeggen; weeeeer niet swingen, want ik ben de laatste maanden helaas te vaak hier aan de verkeerde kant van de weg geweest. Ik ben nu onderweg naar een uitvaart van een nicht van 40, moeder van twee dochters, die haar hele leven gezond heeft geleefd en plotseling overleden is aan een herseninfarct. Steeds meer ga ik denken dat onze “raad van bestuur” daarboven met voorzitter D.E. Heer een mogelijk probleem hebben met hun “ophaal” administratie. Want mensen van 40 behoren nog niet dood te gaan, diegene die dood horen te gaan zijn mensen achter in de 90 ziek hopeloos en opgegeven, maar toch geen jonge mensen in de kracht van hun leven?

Als ik het grindpad van de begraafplaats oploop bedenk ik me dat ik en vele met mij hier heel wat tranen van verdriet hebben liggen. Zou misschien dit pad daarom van grind zijn zodat het (traan)vocht makkelijker wegloopt probeer ik nog grappig in mijn zelf te zijn. Zittend in de aula komen al die eerdere gangen over dat “pad van tranen” bij me naar boven en ik denk terug aan mijn gang hierheen voor de begrafenis van mijn zoontje alweer acht jaar geleden, maar over dat verdriet zou ik een boek kunnen schrijven…. Ook probeer ik op een bizarre manier te voorspellen voor wie ik de volgende keer het “pad” moet nemen, maar heb er tot nog toe altijd naast gezeten. Ook denk ik terug aan mijn opa die hier ligt en door die gedachte neem ik me in de aula voor om na de begrafenis, mijn oma maar eens op te zoeken in het verzorgingstehuis.

Zes jaar heb ik haar niet gezien, waarom? Omdat ik een laf zwijn ben, ik kan niet goed tegen mensen die ziek zijn en mijn oma was altijd een hele sterke vrouw en ze is nu dusdanig dement dat ze op een gesloten afdeling schijnt te liggen. Daar aangekomen lijkt het of ik in een gevangenis ben beland. Elke deur die geopend wordt, wordt meteen weer achter me op slot gedraaid. Dan kom ik daar in haar kamer en de zuster begint over mijn oma te praten alsof ze er niet bij is. Ach ze begrijpt niets van wat je zegt hoor R@@F. Ze is volledig in zichzelf gekeerd en we houden haar lichaam rustig door medicatie, want ze kan nogal wild en hardhandig zijn. Ik weet als geen ander hoe hardhandig mijn oma kan zijn want ze heeft me wat bij mijn oren gegrepen vroeger of een ouderwets pak rammel gegeven.
De zuster verlaat de kamer en ik kijk oma aan, wil zo veel zeggen dat het me spijt dat ik niet eerder gekomen ben enz, maar wat voor woorden zou ik moeten zeggen om die zes jaar afwezigheid te rechtvaardigen? Ik heb wel duizend vragen voor haar maar ik weet dat elke vraag het zelfde antwoord krijgt; stilte.
Als ik haar aankijk zie en krijg ik geen enkele reactie. Deze vrouw is in de verste verte niet meer wie zij ooit was. Mijn sterke stoere oma is een soort kwijlende plant geworden. Ik weet zeker dat zij dit zelf nooit zou accepteren en liever dood zou zijn! En opeens vraag ik me af of de raad van bestuur die Magere Hein niet een fatsoenlijke pc en een GPS kunnen geven zodat hij de juiste mensen ophaalt voor het hiernamaals in plaats van moeders van 40 of kleine kinderen. Want die “ophaal” fouten zijn waarschijnlijk te verwijten aan zo een stoffige archivaris die de laatste 100 jaar al danig overwerkt is geraakt door alle oorlogen en andere ellende op deze wereld en dan kan je inderdaad wel eens een paar fouten maken door verkeerde adres gegevens door te geven aan die Hein. Maar mochten ze boven nog een gaatje vrij hebben haal dan in naam van jullie voorzitter van het raad van bestuur, die ooit zo stoere vrouw op uit verzorgingstehuis Favente Deo, kamer 51.

En daarmee hoop ik dus van ganser harte dat mijn volgende gang over het pad van tranen er een is voor mijn oma, maar dan zullen het tranen van vreugde zijn omdat ze dan eindelijk verlost zal zijn van die eeuwige stilte.

R@@F ©

Categorieën: VC-RAAF

R@@F

Hagenees in hart en lever, ondernemer, bloedzuiger en in het bezit van een veterstrikdiploma. Neem vooral mijn onzin niet letterlijk want na een aantal gedwongen opnames ben ik er al lang uit dat ik geen vrouwenhater en/of bloedzuiger ben maar simpelweg een grote hork. Wilt u toch uw irritatie aan mij kwijt dan kan dat per flessenpost!

4 reacties

Martijn · 1 september 2003 op 08:09

Soms, net als bij de column van Kees Schilder, moet ik gewoon mij mond houden….

Mooi..

R@@F · 5 september 2003 op 09:45

Dank je!

fjag2003 · 10 september 2003 op 15:08

Dit is echt heel mooi. Ben onder de indruk en voel net als kees schilder ‘iets prikkelen achter mijn ogen.’

Mup · 29 december 2003 op 22:34

Mooi verwoord wat misschien velen denken, maar niet zeggen over hun dierbaren, die er nog zijn, maar toch ook weer niet,

Groet Mup.

Geef een antwoord