Herken je dat? Zo’n situatie die begint met een klein bolletje ongemak, dat langzaam begint te rollen, steeds sneller gaat, tot er uiteindelijk een enorme composthoop voor je deur tot stilstand komt die, hoe verder je graaft, des te smeriger wordt? Het begon me eigenlijk pas op te vallen toen de postbode mij vertelde dat hij me leuk vond. ‘En mooi’ voegde hij er de volgende dag aan toe. Elke dag kwamen er nieuwe superlatieven bij. Ik werd er gek van. ‘Het is in ieder geval goed voor je ego’, probeerde een vriendin mijn irritatie te beteugelen, onbewust van het feit dat mijn ego is geëvolueerd tot een zelfstrelend iets en totaal ongevoelig voor geslijm van anderen.

Mijn internet werkte op dat moment al niet. Ruim drie weken bidden, smeken, vloeken en klagen had ik al achter de rug. Geen probleem, probeerde ik mijzelf wijs te maken. ‘Word’ was nog te gebruiken en zonder de afleiding van het wereldwijde web had ik alle rust om een schrijfopdracht voor mijn werk af te maken. Vijftien verhalen waren vier dagen voor de deadline klaar. Ik was trots op mijzelf. Tót de eindtijd dertig uur vervroegd werd en er nog wat bedrijfspolitieke aanpassingen nodig bleken. Lichte stress. Zeventien uur voor het naar de drukker moest werd er gevraagd nog vier verhalen toe te voegen. Nieuwe.
Een kwijlende postbode, onwillend internet en een onmogelijke deadline. Ach, het kan gebeuren.

De kinderen begonnen te klagen over de kwijlende postbode, het onwillend internet en de onmogelijke deadline, die mij urenlang aan het beeldscherm gekluisterd hield, waarin ik uitspraken als ‘Zoek het zelf maar uit’ en ‘Zeik niet’ als confetti rondstrooide. Achter me hoorde ik vreemde anekdotes over de postbezorger, die de groeten liet doen aan die ‘zoepermama’. Dat mijn kinderen deze kans, om ‘zoepermama’ eens stevig aan te pakken niet lieten liggen, moge duidelijk zijn.
Een kwijlende postbode, onwillend internet, een onmogelijke deadline en klierende kinderen.

Even was er een opleving. De internetmonteur was onderweg. “Nou, mevrouwtje, ik heb het gevonden.” Hoopvol wachtte ik tot hij aan de slag ging. “Het zit in een stukje draad waar u zelf verantwoordelijk voor bent.”, klonk echter. Al mijn tegenwerpingen, over het niet in huis hebben van een schroevendraaier ten spijt, vertrok de man onverrichterzake, mij in wanhoop achterlatend.
Een kwijlende postbode, onwillend internet, een onmogelijke deadline, klierende kinderen en een klotemonteur.
Mijn geduld begon op te raken.

En zo kon het zomaar gebeuren dat ik uiteindelijk zelf, vloekend en tierend, mijn internetkabel aan het repareren was in een laatste poging online te kunnen. Terwijl ik eigenlijk verhalen had moeten schrijven hing ik ondersteboven een stopcontact aan te sluiten, toen ik een enorme gil hoorde. “Máám, ik zit vast!” Marie, licht claustrofobisch, zat opgesloten in het toilet. Een half uur lang probeerde ik haar te bevrijden en te kalmeren en de inmiddels weer aanbellende postbode weg te gillen. Het lukte geen van allen. Uiteindelijk sloopte ik de deur eruit en krijste in mijn beste imitatie van ‘The Exorcist’ alsnog mijn aanbidder weg.
Een kwijlende postbode, onwillend internet, een onmogelijke deadline, klierende kinderen, een klotemonteur en een kapotte Wc-deur.

Opeens rook ik het: Het hart van die smerige composthoop. Althans, dat hoopte ik. Het bleek wederom mijn toilet te zijn. Het zat verstopt. En nee, de rioleringmijnheer had morgen pas tijd, misschien overmorgen. Gelukkig kon onze WC nog minimaal gebruikt worden. Eventjes. Twee uur later zat het ding helemaal potdicht en ondanks mijn ‘poepen mag bij de buren, matig plassen kan hier’ besloot Marie daar niet naar te luisteren. De chili con carne, van de dag ervoor, had zijn werk goed gedaan.
Een kwijlende postbode, onwillend internet, een onmogelijke deadline, klierende kinderen, een klotemonteur, een kapotte Wc-deur en een stinkend huis.

Onverwacht stapte een goede vriend binnen, die met engelengeduld mijn gemoederen wist te bedaren en me wist te overtuigen van het feit, dat het vanaf nu alleen maar beter kon gaan. Ik haalde diep adem en terwijl hij zijn koffie dronk, liet ik zijn oppeppende woorden naar binnen glijden. Langzamerhand begon ik te geloven dat dingen ook allemaal weer goed zouden komen. Rustig praatten we wat, terwijl hij mijn lievelingskat aaide. Die éne, die ineens bruine pootjes had in plaats van witte.

De oorzaak werd duidelijk toen ik mijn bezoek -Ga jij nu maar schrijven, anders red je het echt niet- uitliet en door het gat, waar eerder nog een Wc-deur zat, de bruinbepote kat op de bril zag zitten. Zichtbaar genietend van al die beweging in het smerige water onder hem. Zijn pootje boven zijn kopje geheven, licht trillend, wachtend tot er wat spannends voorbij kwam en dan… Raak. Een onbestemd bruin object vloog tegen de muur, waar al meerdere successen vanaf dropen.
Een kwijlende postbode, onwillend internet, een onmogelijke deadline, klierende kinderen, een klotemonteur, een kapotte WCdeur, een stinkend huis en een goedmikkende kat.

En ineens drong het tot mij door. De humor. Ik begon te lachen. Was niet te stoppen. Elke keer als ik die smerige composthoop ontleedde, begon ik opnieuw. Verbaasd keken de kinderen om het hoekje, hun flauwe grapjes vergetend. Binnen de kortste keren schaterden we alle drie. Nog nalachend sloot ik het internet aan, vertelde de postbode heel laf dat ik met een grote sterke man getrouwd was, ontstopte in een laatste poging het inmiddels weer stralend schoongemaakte toilet en ging verder met schrijven, tot diep in de nacht.


Avatar

Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

14 reacties

Avatar

SIMBA · 1 oktober 2011 op 09:16

:hammer: Nee, dat herken ik niet 😀

Avatar

Boukje · 1 oktober 2011 op 09:47

Oh Arta het zit soms zo tegen hè…
Geweldig, heerlijk en hilarisch stukje over het leven van alledag.
Zo lust ik er nog wel een paar!

😆

[quote] ‘Het is in ieder geval goed voor je ego’, probeerde een vriendin mijn irritatie te beteugelen, onbewust van het feit dat mijn ego is geëvolueerd tot een zelfstrelend iets en totaal ongevoelig voor geslijm van anderen. [/quote]

Dàt geloof ik niet helemaal maar het is wel een gewedige oneliner!

Avatar

Meralixe · 1 oktober 2011 op 13:12

waarin ik uitspraken als ‘Zoek het zelf maat uit’ en ‘Zeik niet’ als confetti rondstrooide.

Beeldenender kunnen woorden niet zijn.
Wel een vreemde titel….Help!

Avatar

sylvia1 · 1 oktober 2011 op 14:56

Als ik ‘t zo lees mag het een wonder heten dat het je nog gelukt is op tijd een VC te schrijven Arta! Ik vind de cursieve opsomming die steeds langer wordt vermoeiend om te lezen, maar eigenlijk is dat ook precies wat je ermee wilt zeggen realiseer ik me, de opeenstapeling van tegenspoed, waar je echt moe van wordt. Maar gelukkig, na 7 magere jaren komen weer 7 vette 🙂

Avatar

LouisP · 1 oktober 2011 op 18:47

‘dat het vanaf nu alleen maar beter kon gaan.’
Geschreven zonder iets erger te maken dan het is, geschreven zonder iets mooier te maken dan het is. Het is gewoon zo.

L.

Avatar

Mien · 1 oktober 2011 op 19:18

Als voormalig Merodiet kan ik deze column wel waarderen.

Mien (woonde ooit op het Merodeplein)

Avatar

pally · 1 oktober 2011 op 23:15

Ha, ha, Arta, dit doet mij denken aan zo’n liedje waar je in ieder couplet iets aan het refrein toevoegt. Zij horen altijd net iets te lang te zijn 😀

groet van Pally

Avatar

Ferrara · 2 oktober 2011 op 14:57

Merode, prachtig woord voor ellende, kommer en kwel, sores, tegenslag enz.

Avatar

lisa-marie · 2 oktober 2011 op 21:31

:hammer:
zit hier erg hardop te lachen.

gewoon die goedmikkende kat op die kwijlende postbode afsturen en dan doorsturen naar de onmogelijke deadline en en passant maakt ie ook nog je internet 😉

Avatar

Fem · 4 oktober 2011 op 07:58

Hilarisch Arta!

Avatar

arta · 4 oktober 2011 op 12:37

Dank jullie wel voor de reacties!

Tja, die opsomming was bedoeld als negatief Katootje/Botermarkt-effect, maar dat kwam geloof ik wel over…

Avatar

WritersBlocq · 5 oktober 2011 op 23:29

Lekker Arta, je deze ‘ik ga op reis, en ik neem mee…’

Heerlijk om te lezen! En hee, had maar gebeld wijfie!

Avatar

Marja · 11 oktober 2011 op 11:58

Wat een geweldige column, Arta. Ik vond het al zo stil op blogspot, maar zie nu op welke leuke plek je bent neergestreken. Kan ik me abonneren op jouw nieuwe berichten?
Groet uit Vlaanderen.

Avatar

arta · 11 oktober 2011 op 15:43

:offtopic:
Hey Marja!
Wat leuk jou hier te zien! Sluit aan, sluit aan! Geen idee of je je hier kunt abonneren op berichten, maar de stukken van andere schrijvers zijn ook absoluut de moeite waard, hoor!
Groetjes,
Arta

Geef een reactie