Merode

Herken je dat? Zo’n situatie die begint met een klein bolletje ongemak, dat langzaam begint te rollen, steeds sneller gaat, tot er uiteindelijk een enorme composthoop voor je deur tot stilstand komt die, hoe verder je graaft, des te smeriger wordt?

De cirkel rond

Wat was ik trots vorig jaar, toen mijn goede vriend LouisP mij vroeg voor de Vaste Column. Tientallen scenario’s dwarrelden door mijn hersenpan om de twaalf columns te gaan vullen. Wekenlang schreef, schaafde, ploeterde ik om de eerste tot stand te brengen. Zenuwachtig, alsof het mijn allereerste stuk ooit was, keek ik uit naar de reacties. Óp naar VC twee!

Functioneel verlust

‘Als vrouwen met meerdere mannen seks hebben is zij een hoer, maar wanneer een man rondneukt is hij stoer.’ Dit oeroude cliché houdt mij regelmatig bezig. Waarom mogen mannen vaak ongestoord toegeven aan hun lusten?
Waarom ‘mogen’ vrouwen dit niet, of wordt er in ieder geval veel negatiever tegen aangekeken?

De smaak van geluk

Zonder ook maar één snipperdag opgenomen te hebben ervaar ik al dagenlang een intens vakantiegevoel. Deels heeft dat natuurlijk te maken met de zon. Elke straal voelt als een zijdezachte kus op mijn huid en als ik een boom in de lente was zou ik elke straal belonen. Geef mij licht en jij krijgt blad. Geef mij warmte en ik geef je de geur van de lente. Geef mij lucht, zodat je uiteindelijk mijn vruchten kunt proeven.

Echt schijten

Als de voordeur achter Natasja sluit, glijdt de glimlach van haar gezicht, haar mondhoeken meeslepend tot op haar enkels. De meegegleden groeven laten geen enkele ruimte voor lachrimpels, tonen slechts ontevredenheid. Ze zegt geen goedendag tegen de cameraman annex chauffeur als ze in het busje stapt, slechts: “Wat een kloteprogramma, wat een klerewijf.”
“Toch kijken er elke week twee miljoen mensen.”

Kut, shit, godverdomme

Het gebeurt maar zelden, maar als het raak is, dan is het ook goed raak. Ik ben chagrijnig. Al vanaf het moment dat ik uit bed stapte na weer een gebroken nacht. Op een schaal van één tot tien op de ongezellig-schaal, zit ik, grove schatting, op vijfentwintig en de wereld zal het gaan weten ook. Mijn kinderen zijn al naar boven gevlucht en ik vrees nog wel meer slachtoffers te gaan maken vandaag, want mijn doe-lijstje is lang.

Bloedbad

Het is de laatste dag van januari. Daar zitten we. 1431 collega’s en ik. In de Brabanthallen. De directeur wil iets kwijt. De tekst op de officiële uitnodiging is luchtig van toon. Desondanks kijkt niemand blij.

Exodus

“Kom op, rennen!”
“Alleen als je belooft geen lawaai te maken. Het is half drie ’s nachts.” In Marie’s oude pyjama sluipren ik achter Bram aan door de ijskoude nacht, waarin elk minimaal geluid maximaal lijkt te worden weergegeven. Op elke straathoek staat hij even stil, blaast een paar vrieswolken en rent dan in vol tempo door.
“Heb je alles?” hoor ik hem fluisteren. “De sleutel? Het gereedschap?”

Balkenbrijblues

Met twee handen laat ik een kilo rundvlees in de pan met vijf liter kokend water zakken. Zes gesneden speklappen volgen. Gisteren heb ik in een geurig kruidenwinkeltje, waar ze specerijen nog met een ijzeren schep in zelfgevouwen zakjes doen, nagelgruis gevonden. Het is elk jaar lastiger om er aan te komen.
“Nagelgruis? U gaat zeker balkenbrij maken?”
“Ja, een Kerst zonder balkenbrij is niet compleet. Mag ik tweehonderd gram, alstublieft?”

Tot de dood ons bindt

“Doe het niet”, fluistert hij. De toon van zijn stem verraadt de moeite die het kost om de woorden te produceren.
“Ik wil het echt.”
“Een foutere man dan mij kun je niet treffen.” Met een grom in jouw haren probeer ik de ernst, die plots ontstaan is, te ontkrachten. De intieme sfeer van een paar minuten geleden weer terug te lokken. De kracht van de armen om mij heen verzwakt.

Gezichtsbedrog

Elke hint negerend hield ik van jou. Met heel mijn tienerhart. Eigenlijk had ik helemaal geen zin in een vriendje. Drie baantjes hielden mijn hoofd boven water en mijn agenda gevuld. Schuiven met tijd was vrijwel onmogelijk, dus probeerde ik het niet eens meer. En toen liep jij de kroeg binnen waar ik elke avond achter de bar stond. Een foute kroeg, waar ik regelmatig vechtpartijen beslechtte en waar in de hoeken stiekem vuile zaakjes beklonken werden. Je paste er en toch ook niet.

Labyrint

Overal roze, roze en nog eens roze. Stampende oude discomuziek golft door de straten. Het éne liedje loopt oorverdovend vermengd over in de volgende jaren-tachtig-hit. Lampjes, toeters, bellen, mensen. Allerlei soorten mensen. Veel zijn er vrolijk dronken, sommigen volledig de weg kwijt.