Het is koud in mijn wieg. Gelukkig word ik er zo nu en dan uitgetild. Door mijn lieve zusje. Die is keiblij met kleine broer. Het liefst gaat ze met me op pad. Trots als een pauw toont ze me aan de hele buurt. ‘Dit is mijn kleine broertje. Is het geen schatje?’ Ik knoop de woorden en de beantwoording goed in mijn oren. Je weet nooit waar het goed voor is. Zo’n lieve woordenopslag. Het babybrein slaat dit maar al te graag op. Betekenis verlenen kan later nog. Zin en onzin laat zich vaak pas na een lang leven duiden.
En daar lig ik dan plots op de straat. Oeps. Zusje heeft de stoeprand niet gezien. De kinderwagen is omgekukeld. Vrouwen aan het stuur? Altijd oppassen. De degelijke kinderwagen heeft mij verhoed van ernstige kwetsuren. Mien kinderen worden altijd vervoerd in kleine wagentjes van kwaliteit. Met verschrikte babyogen kijk ik over het wollen dekentje waar ik stevig verpakt inhang en tuur over de straatstenen. Ik zet nu toch maar even de sirene aan.
Gelukkig woon ik in een dorp, in een buurt waar Erens en Gezelle over mij waken. Ik lig op een dichterlijk kruispunt. Een memorabele gebeurtenis in het nog prille leven van Mien. De gebeurtenis zal nog jarenlang uitvoerig beschreven en bezongen worden. De buurvrouw is toegeschoten en helpt mijn zusje de kinderwagen rechtop te zetten. Ik word opnieuw strak ingepakt en laat kraaiend mijn waardering horen. Daarmee pak ik de buurvrouw weer in.
Tijdens het avondeten zwijgt mijn zusje in alle talen. ‘Lekker gewandeld?’ vraagt paps tussen de soep en aardappels door. Ik denk en voel er het mijne van. Zou het liefst plaatsvervangend willen antwoorden, maar ben daartoe nog niet in staat. Eerst maar eens wat woordjes leren. Het blijft een lieve zus.

14 reacties
La_vie_en_rose · 10 januari 2015 op 12:19
Deze column staat bol van de leuke zinnen.
“Gelukkig woon ik in een dorp waar Erens (who the fuck?!) en Gezelle (Guido?) over mij waken”
“Zusje heeft de stoeprand niet gezien”
Het feit dat je het zo kort schrijft in Telegram-Mienstijl maken zinnen als deze voor mij meteen vreselijk grappig :))
Maar algemeen dan: wat superleuk dit vervolgverhaal!
More more more…!
Mien · 11 januari 2015 op 11:26
Frans – Guido – stop
arta · 10 januari 2015 op 12:37
Ik vind het lastig reageren bij vervolgverhalen, dus houd het kort; Het leest nog steeds lekker!
Mien · 11 januari 2015 op 11:27
Vervolgverhaal?
Berlijntje · 10 januari 2015 op 12:47
Lief!
Dat is wat er in mij opkomt als ik het lees: Ik vind het helemaal lief en compleet aannemelijk dat babies op deze manier denken. Dat vind ik erg knap. Ik vraag me nu af waarom niet meer babies schrijven..
En mocht je je storen aan het woordje ´lief´, mijns inziens is er nauwelijks een groter compliment. Is `lief´ niet direct afgeleid van liefde?
Mien · 11 januari 2015 op 11:28
Absoluut, zolang het maar niet bezittelijk wordt. 😉
pally · 10 januari 2015 op 16:00
Zo grappig, ik zie het zo’n beetje als een bewegende foto voor me…
Mien · 11 januari 2015 op 11:29
Painting pictures. 😉
Ferrara · 10 januari 2015 op 17:10
Nog steeds beklemming, door twee zinnen. Het is koud in mijn wieg en zin en onzin laat zich pas na een lang leven duiden.
Ik kom ook niet los van je aankondiging in het café een tijdje geleden en lees dit als een therapeutisch schrijven waarvan ik denk dat je dit nog heel wat afleveringen kunt volhouden voor we duidelijk hebben gekregen hoe Mien, Mien werd. Ik lees het wel als blijkt dat ik het fout heb.
Mien · 11 januari 2015 op 11:39
Therapie is zo’n containerbegrip Ferrara. Ik heb me even verdiept in de betekenis. Uit nieuwsgierigheid. Ik kom nog het dichtst bij Bach-Bloemtherapie als eventuele verklaring voor mijn schrijven. Maar daarbij moet gezegd, het is slechts een momentopname.
trawant · 10 januari 2015 op 17:46
Dit wordt een mooi ‘bildungs epos’ Mien.
Ook verrassend strak geschreven!
Mien · 11 januari 2015 op 11:41
Het is er ‘die Zeit’ voor. 🙂
troubadour · 11 januari 2015 op 09:08
Ja, doorbraak!
Mien · 11 januari 2015 op 11:42
Bedankt voor jullie reacties.