Het valt mij op dat sinds politiek Den Haag zich presenteert als een rariteitenkabinet er opvallend veel onderzoeken zijn om de mens beter te leren kennen. In een periode van politieke wanorde en onbenul is er blijkbaar extra behoefte aan vastigheid. Dat kan door verwachtingen over het gedrag van mensen bij te stellen. Bijvoorbeeld door de herkomst van dit gedrag te onderzoeken om aanvullend inzicht te krijgen in de mens. Opvallend is dat veel onderzoekers daarbij gebruik maken van wezens van het dierenrijk.

Die onderzoeken verschijnen zelfs op de voorpagina van kranten. Zo bericht de grootste regionale krant over ecologen van het Nederlands Instituut voor Ecologie in Heteren. Die maken een studie van de koolmees om de mens te leren kennen. Want je hebt brutale en voorzichtige mezen. Dat schijnt bij mensen ook zo te zijn. Volgens onderzoeksleider Piet Drent vallen steeds meer mensen buiten de boot doordat ze zich niet kunnen aanpassen. Dus daar gaat het om: aanpassen. Door een brutaal koolmeeskuiken te plaatsen bij een koppeltje van een brutale en een voorzichtige koolmees wordt bestudeerd of de persoonlijkheid van de kuikens verandert legt hij uit. Maar wie moet zich nu aanpassen aan wie? Ik denk dat de ecologen onbewust geïnspireerd zijn door Den Haag, want daar vindt deze ‘cross fostering’ al bijna een jaar plaats. De vogels daar zingen zoals ze gebekt zijn. Weer anderen bestuderen liever het gedrag van varkens. Die schijnen ook nogal wat menselijke trekjes te hebben. Of was het nou andersom?

Ik heb niets met dit soort onderzoeken. Ik heb liever de juiste mensen op de juiste plaats. Zo lijkt iemand als Agnes Kant mij prima als baas van Volksgezondheid. Niet om haar naam of omdat ze van de SP is. Nee, om haar inzicht en voeling met de praktijk. Iemand waarvan ik verwacht dat ze bijvoorbeeld op verantwoorde manier kleinere ziekenhuizen openhoudt. Als voorziening in en voor de buurtschap. Die de wachtlijsten weet aan te pakken. Weet hoe je kunt organiseren dat huisartsenzorg voor iedereen op elk moment bereikbaar is. De middelen weet te vinden om in nood een ziekenwagen écht binnen 15 minuten ter plaatse te hebben, en niet alleen in de grote stad. Die ook weet dat je iets extra’s moet organiseren als je in landelijke gebieden snel hulp wilt bieden. Bij cardiale problemen het liefst binnen zes minuten om een grotere kans op succes te hebben. Die beseft dat je dat niet alleen met ziekenwagens af kunt. Die het inzicht heeft dat de brandweer al van oudsher over een zeer fijnmazig netwerk beschikt en haast in ieder gehucht over brandwachten beschikt. Want die kunnen en willen in afwachting van de komst van een ambulance best de eerst aankomende zijn die al vast iets kunnen doen. Je haalt niets weg maar voegt iets toe. Iets wat mogelijk levens red of kwaliteit van leven nadien verbetert. Over dat ‘iets’ kun je heel goede afspraken maken. Daarom moet er iemand aan het roer komen die beleid en wetten maakt die voortkomen uit de praktijk en aanpast aan veranderingen en niet andersom.

Trouwens, Britse en Amerikaanse wetenschappers hebben ontdekt dat mensen op muizen lijken. Tachtig procent van de genen van de muis zijn gelijk aan die van de mens. Dat is van groot belang bij het onderzoeken van hartziekten, kanker en andere ziekten. Wetenschappers maken al gebruik van de gegevens. Zij zoeken naar genen die in verband kunnen worden gebracht met ziekten als het Downsyndroom en diabetes mellitus. Dat lijken nuttige onderzoeken. Of het daarbij om witte of grijze muizen gaat weet ik niet. Wel dat er daarom wereldwijd 25 miljoen muizen in laboratoria zitten opgesloten. Dat is dan weer mensenwerk bij de beesten af.

G@P


0 reacties

Geef een antwoord