Vanaf het plateau waarop ik lig te zonnen, heb ik een schitterend uitzicht over het meer onder mij. Het blauwe water van het meer straalt rust uit, net als de massieve omtrekken van de Vulkaan op de achtergrond. Op het strand krioelt het van de mensen, met spelende, lachende en huilende kinderen. Heerlijk, dat vakantiegevoel.

Dan klinkt er gerommel vanaf de horizon. Ik richt mij op, en zie vanuit de krater van de Vulkaan een rookpluim opstijgen. De mensen op het strand blijven staan, staren naar de berg. De zwarte rookpluim wordt groter en groter, en neemt de vorm aan van een konijn. Een gigantisch zwart konijn! Het silhouette tekent zich scherp af tegen de verder strakblauwe lucht. Langzaam maakt de pluim zich los van de bergtop, stijgt verder de hemel in, en verdwijnt. Nog meer gerommel. De vulkaan begint te trillen, begint te vergruizen. Als mozaïek steentjes valt de top uit elkaar, de berg zakt in elkaar. De poppetjes op het strand worden onrustig, en mensen rennen in paniek naar het water. Het gekrijs gaat door merg en been. Door de ontketende natuurkrachten ontstaat er een gigantische vloedgolf. Het gehele gebied onder mij wordt overspoeld. Ik verstijf, en besef dat de tsunami mij in korte tijd gaat bereiken. Ik kan geen kant meer uit. DIT IS HET EINDE! Ik voel het in al mijn vezels. Het lijkt of de aarde onder mij verdwijnt. Ik zak weg in een diep zwart gat.

Als ik weer bij kennis kom, lig ik in een bootje, dobberend op het water. Hoe ik hier ben terechtgekomen is mij een volkomen raadsel. Ik zie alleen maar water, met hier en daar lijken van mensen en dieren. Wordt dit dan het voorspelde einde der tijden, met deze zondvloed als voorbode?

In de verte zie ik een oude langgevel boerderij met rieten kap, nog net boven het waterpeil uitkomen. Het lukt mij om de boot in die richting te krijgen. Het gebouw lijkt op een terp te staan. Met gammele benen stap ik uit de boot, en loop door de openstaande staldeur naar binnen. Via de stal kom ik in het voorhuis. De verschillende ruimtes worden afgescheiden met witte lakens, die opbollen door een zacht briesje. Het is net alsof ik door mijn ouderlijk huis wandel. Het pand is verlaten. De sfeer beklemt mij, en het water kabbelt rond mijn voeten. Dan kom ik bij een deur. Ik trek de deur open. Een zee van licht overspoelt mij, zuigt mij op, en weg ben ik. Wat een rust! Waarover heb ik mij toch altijd zo druk gemaakt?

Categorieën: FictieVerhalen

Thomas Splinter

Verhalen zijn splinters uit mijn onderbewustzijn.

Geef een reactie