Voorafgaand: Olga en Sven reizen naar de hoofdstad om Olga’s ambitie; het opstarten van een carrière als (prima) ballerina, een kans te geven. Na een voorstelling komt Olga niet naar huis. Sven ontmoet Miranda waarmee hij zowaar een one night stand beleeft.

Naderhand. Sven zit op de rand van het bed en kijkt door het slaapkamer raam naar buiten. Hij ziet twee tortelduifjes op het hek van het balkon. In gedachten pakt hij zijn gitaar en zingt een kersvers lied: ‘Olga Mineur.’ Miranda legt haar arm over zijn schouder en neuriet mee. Bij het tweede couplet schrikt Sven wakker en haast zich uit bed. ‘Sorry Miranda, ik moet weg.’ Hij grist zijn kleren bij elkaar, kleedt zich aan en rent naar zijn hotel.

Diezelfde avond maakt Sven’s vriendin haar eigen avontuurtje mee. Na afloop van de voorstelling, als bijna iedereen al naar huis is, verlaat Olga het Mythslava theater. Voor de dienstuitgang staat een glimmende zwarte limousine geparkeerd. De chauffeur wenkt Olga en vraagt haar om naar de auto te komen. In de wagen zit minister Kalangren. Olga herkent hem meteen. Ze weet dat de minister van cultuur die avond bij de uitvoering van “Assepoester’ aanwezig is geweest. Galant spreekt hij haar aan: ‘Dag schoonheid. Ik wil graag iets met jou bespreken aangaande jouw carrière bij het Mythslava.’ Olga is tegelijk nieuwsgierig, bang en onzeker, weet niet goed wat te doen. De chauffeur houdt de deur voor haar open. Overbluft door de egards waarmee ze wordt bejegend, stapt ze in. De limousine zoeft weg. Even later rijden ze een chique woonwijk binnen, waar de wagen stopt voor een groot huis. Olga en de minister stappen uit. ‘Welkom in mijn nederige stulpje,’ slijmt Kalangren. Olga kijkt haar ogen uit, ze lopen naar binnen.

In de grote huiskamer staat een tv aan. Een oud vrouwtje kijkt met lege ogen naar het scherm. ‘Mijn moeder,’ legt Kalangren uit. ‘Je hoeft je niet voor te stellen, dat is ze toch meteen vergeten.’ Op het scherm komt er juist een reclamespot voorbij van de oppositie. De spot gaat over Kalangren; de operaminister wordt hij genoemd. De slogan ‘Hoe vies het ook is, we vinden uw portemonnee altijd,’ schalt door de ruimte. De minister moet lachen en schakelt de tv uit. ‘Stelletje sukkels. Denken ze daarmee de verkiezingen van ons te gaan winnen?’ Hij loopt naar een minibar. ‘Wil je iets drinken, Assepoes? Ik moet zeggen, het was een grandioze voorstelling vanavond. Ik ben helemaal weg van ballet, kom regelmatig kijken. En als er dan iemand een beetje uitspringt, nodig ik haar altijd uit om samen iets te drinken. Ik ben in staat om iemands carrière een extra boost te geven, onderschat dat niet.’ Hij schenkt zijn gaste een stevige borrel in en samen klinken ze op tutu’s en spitzen. ’Jij bent nieuw hier, maar ik garandeer jou dat ik je kan helpen bij je carrière, Assepoesje,’ fleemt de minister nog eens extra en likt zich over de lippen. Olga voelt zich licht worden in het hoofd en voordat ze het goed en wel in de gaten heeft, troont Kalangren haar mee naar zijn slaapkamer. Daar laat ze zich willoos door hem naar bed dragen en even later dringt hij zich resoluut en zonder pardon bij haar naar binnen. Olga is compleet van haar plaat door de borrel, die ze kennelijk te snel heeft achterover geslagen. Met een schreeuw ontlaadt de minister zich in haar.

 


Thomas Splinter

Verhalen zijn splinters uit mijn onderbewustzijn.

0 reacties

Geef een reactie